Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was half augustus toen Joost en zijn vrouw Petra eindelijk op vakantie gingen.
Ze hadden een appartementje gehuurd op het Griekse eiland Evia, niet ver van de kust.
Het was hun eerste grote reis in drie jaar, en ze hadden er heel lang naar uitgekeken.
De eerste dagen waren perfect.
De zee was blauw en warm, de olijfbomen stonden rustig in de wind, en het eten was heerlijk.
Joost had al twee keer gyros besteld en dacht er stiekem aan om er nog een derde te nemen.
Petra lachte hem uit, maar at zelf ook meer dan genoeg.
Op de vierde dag rook Joost iets vreemds.
Het was een scherpe, droge lucht, een beetje zoals wanneer je per ongeluk iets op het fornuis laat staan.
Hij keek om zich heen en zag in de verte een dikke grijze rookwolk boven de heuvels hangen.
"Petra, kijk eens," zei hij zacht.
"Dat ziet er niet goed uit." Petra stond op van haar strandstoel en keek in de richting die hij aanwees.
"Dat is een brand," zei ze.
"Een grote ook." Ze gingen snel terug naar het appartement en zetten het nieuws aan.
Op de televisie zagen ze beelden van enorme vlammen die door droge bossen raasden.
De Griekse premier sprak op het scherm en zei dat het moeilijke dagen waren voor het land.
Duizenden mensen moesten hun huizen verlaten.
Brandweermannen werkten dag en nacht, maar het vuur was nog steeds niet onder controle.
Joost voelde zich ongemakkelijk.
Hij zat hier met een glas koude limonade, terwijl mensen vlakbij alles kwijtraakten.
Het voelde niet goed.
De volgende ochtend klopte hun buurvrouw in het appartementencomplex op de deur.
Ze heette Maria en woonde het hele jaar op het eiland.
Haar gezicht stond ernstig.
"Jullie moeten weten dat het vuur nu dichter bij komt," zei ze in langzaam Engels.
"De autoriteiten zeggen dat we rustig moeten blijven, maar wel klaar moeten zijn om snel weg te gaan." "Hoe gaat het met jou?" vroeg Petra.
"Ben je bang?" Maria haalde haar schouders op.
"Ik woon hier al mijn hele leven.
Ik heb al eerder branden meegemaakt.
Het is zwaar, maar we helpen elkaar.
Dat doen we altijd." Die middag besloten Joost en Petra om te helpen.
Ze reden met Maria naar een sporthal in het dorp, waar vrijwilligers eten en water uitdeelden aan mensen die hun huis hadden verlaten.
Er waren oude mensen met kleine koffers, gezinnen met kinderen en honden.
Iedereen zag er moe uit, maar niemand klaagde.
Joost droeg dozen met water van de auto naar binnen.
Petra hielp bij de tafel waar sandwiches werden gemaakt.
Het was warm en druk, maar het voelde goed om iets te doen.
Aan het einde van de dag reden ze terug naar het appartement.
De lucht was nog steeds grijs en rook naar rook.
Maar het vuur was die nacht iets minder sterk geworden, zeiden ze op het nieuws.
"We gaan morgen niet naar het strand," zei Joost.
"We gaan weer helpen." Petra knikte.
"Ja.
Dit is ook een vakantie.
Alleen een andere dan we hadden gepland." Ze keken samen door het raam naar de donkere heuvels in de verte.
Ergens brandde er nog een klein vuur.
Maar er waren ook mensen die vochten om het te stoppen.
En dat gaf Joost een rustig gevoel, ondanks alles.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze