Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De hooikoortsoorlog

Het was eind april, een zaterdagochtend die zo prachtig was dat je haast zou vergeten dat de lente ook een keerzijde heeft.

De lucht was helderblauw, de zon scheen zachtjes door de takken van de bomen en de vogels zongen alsof ze auditie deden voor een musical.

Bas stond voor het raam van zijn appartement in Utrecht en dacht: vandaag wordt een heerlijke dag.

Maar toen hij het raam opendeed om die frisse ochtendlucht naar binnen te laten, voelde hij meteen die bekende kriebel in zijn neus.

Het begon als een klein prikje, alsof er een veertje langs zijn neusgaten werd gehaald.

Hij wreef met zijn hand over zijn neus, maar dat maakte het alleen maar erger.

'Niet weer', mompelde hij, terwijl hij zijn zakdoek al tevoorschijn haalde.

Het was elk jaar hetzelfde liedje.

In maart dacht hij altijd: misschien valt het mee.

In april wist hij beter.

En dit jaar was het erger dan ooit.

Hij had al twee weken last van zijn hooikoorts.

De medicijnen die hij bij de apotheek had gehaald, hielpen wel een beetje, maar niet genoeg.

Hij liep de hele dag te snotteren en te niezen.

Zijn neus was rood, zijn ogen traanden en hij had het gevoel dat zijn hoofd vol zat met watten.

Zijn collega's op kantoor maakten er grapjes over.

'Bas, je klinkt alsof je een verkoudheid hebt die nooit ophoudt.' Maar Bas wist wel beter.

Dit was geen verkoudheid.

Dit was een jaarlijkse ramp die alle logica tartte.

Die ochtend besloot hij toch naar het park te gaan.

Hij wilde niet binnen blijven zitten, want de zon was zo uitnodigend.

Bovendien had hij zijn nieuwe boek mee willen nemen, een spannend verhaal over een detective in Amsterdam.

Hij deed zijn rugzak om, pakte zijn zonnebril en, heel belangrijk, een groot pak papieren zakdoekjes.

Je wist maar nooit.

Hij liep de trap af, opende de voordeur en stapte naar buiten.

De lucht rook naar vers gemaaid gras, wat voor veel mensen een heerlijke geur is, maar voor Bas een waarschuwing.

Hij haalde diep adem en dat was meteen een vergissing.

Een nies kwam opzetten.

Hij probeerde hem tegen te houden door zijn neus dicht te knijpen, maar het mocht niet baten.

De nies ontsnapte met een kracht die hem bijna van zijn voeten blies.

In het park was het druk.

Mensen zaten op bankjes, kinderen speelden op het gras en overal bloeiden bloemen.

Prachtig, dacht Bas, maar ook gevaarlijk.

Hij ging op een vrij plekje zitten, onder een grote eik.

Even dacht hij: hier heb ik misschien wat minder last.

Maar de wind draaide en bracht een hele lading graspollen met zich mee.

Het was alsof er een onzichtbare vijand hem persoonlijk aanviel.

Zijn ogen begonnen te tranen, en hij kon de tekst in zijn boek bijna niet meer lezen.

Hij haalde een zakdoek uit zijn zak en snoot zijn neus.

Dat hielp, maar slechts voor dertig seconden.

Toen voelde hij weer die kriebel.

Naast hem zat een oudere man, met een krant.

Hij keek Bas even aan en schudde glimlachend zijn hoofd.

'Jongeheer, dat klinkt heftig.

Allergie?' Bas knikte, terwijl hij zijn neus snoot.

'Ja, hooikoorts.

Ieder jaar weer, maar dit jaar is het echt bizar.

De dokters zeggen dat het door het warme weer komt.

De pollen blijven gewoon hangen in de lucht.' De man knikte begrijpend.

'Mijn vrouw had dat ook altijd.

Zij zwoer bij een lepeltje honing uit de buurt.

Of het echt hielp?

Geen idee, maar ze voelde zich er wel beter bij.' Bas glimlachte zwak.

Hij had al van alles geprobeerd: neussprays, oogdruppels, antihistaminepillen.

Soms leek het even te werken, maar een half uur later was het weer raak.

Hij voelde zich een wandelende snotterfabriek.

Toch was hij blij dat de man niet zei: 'Je moet gewoon meer water drinken.' Dat had hij al zo vaak gehoord.

Hij bleef nog even zitten, maar het werd steeds erger.

Zijn neus liep alsof er een kraan was opengezet.

Hij besloot terug te gaan naar huis.

Onderweg liep hij langs een bloemenveldje, en hij moest er bijna van rennen.

Dit is geen leven, dacht hij.

Ik kan niet eens genieten van de lente zonder dat mijn lichaam in opstand komt.

Het was bijna belachelijk.

Een volwassen man die vlucht voor een paardenbloem.

Thuis aangekomen deed hij alle ramen dicht, gaf de planten in de kamer een beetje water en ging op de bank liggen.

Hij voelde zich verslagen, maar ook een beetje absurd.

Hier was hij, weerloos tegen iets dat kleiner was dan een speldenknop.

Het was bijna grappig, als het niet zo vermoeiend was.

De komende weken zou hij zich moeten voorbereiden.

Meer medicijnen, misschien een mondkapje tijdens het fietsen.

Of gewoon binnenblijven tot de zomer.

Hij pakte zijn telefoon en stuurde een berichtje naar zijn vriend Mark: 'Ik denk dat ik een tent in de woonkamer ga zetten, tot de pollen weg zijn.' Mark antwoordde snel: 'Haha, ik kom wel langs met een pizza.

Sterkte, snotneus.' Bas lachte voor het eerst die dag.

Het was niet de oplossing, maar het hielp wel.

Hij zuchtte, snoot nog een keer zijn neus en besloot dat morgen gewoon weer een dag was.

Met of zonder pollen.

Misschien zou hij de volgende keer beter opletten welke kant de wind op waaide.

Of misschien zou hij gewoon een tweede pak zakdoekjes kopen.

Soms zit er niets anders op dan de strijd te accepteren, met een glimlach en een volle neus.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze