

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Mark's elderly neighbour, mevrouw De Wit, has asked him to help her with a laptop that she claims is "possessed." What starts as a simple tech support visit reveals a deeper problem: she's been locked out of her DigiD and is too proud to admit she's struggling.
A story about digital bureaucracy, neighbourly patience, and the quiet shame of falling behind.
Mark: Mevrouw De Wit?
Ik ben het, Mark.
U belde toch over uw laptop?
Mevrouw De Wit: Oh Mark, gelukkig.
Kom binnen, kom binnen.
Dat ding doet helemaal niks meer.
Ik heb er al drie keer op geslagen.
Mark: Drie keer?
Mevrouw, dat is niet echt de bedoeling bij een laptop.
Mevrouw De Wit: Nou ja, vroeger deed de televisie het ook altijd beter als je er een tik op gaf.
Dus ik dacht, misschien helpt het hier ook.
Mark: Haha, dat is een beetje andere technologie.
Mag ik even kijken?
Waar staat hij?
Mevrouw De Wit: Op de eettafel.
Ik heb hem daar neergezet omdat ik er niet meer naar wilde kijken.
Mark: Oké, laat me even opstarten...
Hij doet het wel, hoor.
Hij is alleen heel langzaam.
Mevrouw De Wit: Dat zeg ik toch!
Hij doet niks meer.
Nou ja, bijna niks.
Hij doet alsof hij het doet, maar ondertussen...
Mark: Ondertussen wat?
Mevrouw De Wit: Nou, ik kan nergens meer bij.
Mijn e-mail, mijn bank, alles zit achter dat... dat ding.
Mark: Bedoelt u dat u niet kunt inloggen?
Mevrouw De Wit: Ik krijg steeds een scherm met "wachtwoord onjuist." Maar ik typ echt het goede wachtwoord!
Dat weet ik zeker.
Mark: Hoe vaak heeft u het geprobeerd?
Mevrouw De Wit: Nou... een keer of tien.
Misschien vijftien.
Ik ben de tel kwijtgeraakt.
Mark: Vijftien keer?
Mevrouw, dan wordt uw account meestal geblokkeerd.
Dat is een beveiligingsmaatregel.
Mevrouw De Wit: Geblokkeerd?!
Maar ik heb niks verkeerd gedaan!
Ik woon hier al veertig jaar, ik betaal netjes mijn belasting, en nu ben ik opeens een crimineel?
Mark: Nee, nee, u bent geen crimineel.
Het systeem denkt gewoon dat iemand probeert in te breken.
Dat doet het automatisch.
Mevrouw De Wit: Belachelijk.
Vroeger ging je gewoon naar de bank, dan zei je je naam en klaar.
Nu moet je twintig wachtwoorden onthouden waarvan de helft met een uitroepteken en een hoofdletter.
Mark: Ik weet het.
Het is niet ideaal.
Maar laten we kijken of we het kunnen oplossen.
Heeft u een DigiD?
Mevrouw De Wit: Ja, natuurlijk heb ik een DigiD.
Ik ben niet achterlijk.
Mark: Dat zei ik ook niet.
Ik vraag het alleen maar.
Heeft u de app op uw telefoon?
Mevrouw De Wit: Welke app?
Ik heb een telefoon waarmee je kunt bellen.
Meer niet.
Mark: Dus geen smartphone?
Mevrouw De Wit: Ik heb een smartphone gehad.
Vorig jaar.
Maar dat ding bleef maar piepen en trillen.
Toen heb ik hem in de la gelegd.
Mark: In de la?
Mevrouw De Wit: Ja.
En daar ligt hij nog.
Ik gebruik hem alleen voor noodgevallen.
Mark: Oké.
Dat maakt het iets ingewikkelder.
Want tegenwoordig moet je voor DigiD vaak een app gebruiken om in te loggen.
Mevrouw De Wit: Maar ik heb toch gewoon een gebruikersnaam en wachtwoord?
Dat had ik vroeger ook altijd.
Mark: Klopt, maar ze hebben het systeem veranderd.
De oude inlogmethode werkt niet meer.
U moet nu een app hebben, of een sms-code.
Mevrouw De Wit: Een sms-code?
Wat is dat nou weer?
Mark: Dan sturen ze een code naar uw telefoon, en die moet u dan invoeren op de computer.
Mevrouw De Wit: Maar mijn telefoon ligt in de la!
En ik weet niet eens of hij nog opgeladen is.
Mark: Dan moeten we hem even opzoeken.
Waar is die la?
Mevrouw De Wit: In de keuken.
Onder het bestek.
Maar Mark, ik wil eigenlijk niet...
Mark: Wat wilt u niet?
Mevrouw De Wit: Ik wil niet dat iedereen weet dat ik dit niet meer snap.
Mijn dochter denkt dat ik alles op de computer doe.
Ze zegt altijd: "Mam, je bent zo modern." En ik knik maar.
Mark: Mevrouw De Wit, u bent ook modern.
U heeft een laptop, u heeft internet...
Mevrouw De Wit: Ja, maar ik gebruik het allemaal niet goed.
Ik doe alsof.
Als mijn dochter belt, zeg ik dat ik net een e-mail heb gestuurd.
Maar eigenlijk heb ik dat helemaal niet gedaan.
Ik weet niet eens meer hoe dat moet.
Mark: Hoe lang is het geleden dat u voor het laatst een e-mail heeft gestuurd?
Mevrouw De Wit: Een jaar.
Misschien anderhalf.
Ik durfde het niet meer te proberen.
Elke keer als ik iets intyp, gaat het mis.
Mark: Wat gaat er dan mis?
Mevrouw De Wit: Weet ik veel.
Er verschijnt allemaal tekst in het Engels, of er staat "fout" en dan verdwijnt alles.
En dan durf ik niks meer aan te raken.
Mark: Dat klinkt frustrerend.
Maar u hoeft het niet alleen op te lossen.
Ik help u wel.
Mevrouw De Wit: Waarom zou je dat doen?
Je hebt vast betere dingen te doen dan een oude vrouw met haar computer helpen.
Mark: Ik heb helemaal niks beters te doen.
En bovendien, u heeft me vorig jaar geholpen toen ik mijn sleutel kwijt was.
U heeft me binnen gelaten en thee gegeven.
Dat vergeet ik niet.
Mevrouw De Wit: Dat was toch normaal?
Je stond daar in de kou.
Mark: Precies.
En nu sta ik hier.
Dus laten we die telefoon zoeken.
Mevrouw De Wit: Nou... vooruit dan maar.
Maar als hij leeg is, geef ik het op.
Mark: Deal.
Laat maar zien waar die la is.
Mevrouw De Wit: Hier, onder het bestek.
Wacht, er ligt ook nog een oude agenda en een paar brillen die ik niet meer gebruik.
Mark: Gevonden!
Hij is nog best modern, mevrouw.
Een Samsung.
Mevrouw De Wit: Ja, die heeft mijn dochter voor me uitgekozen.
Ze zei dat ik er makkelijk mee kon bellen.
Maar ik snap er niks van.
Mark: Oké, hij is leeg.
We moeten hem opladen.
Heeft u een oplader?
Mevrouw De Wit: Misschien in de kast bij de televisie.
Daar liggen wel meer van die dingen.
Mark: Ik ga even kijken.
Ondertussen kunt u alvast nadenken over uw wachtwoord voor DigiD.
Weet u dat nog?
Mevrouw De Wit: Ik denk het wel.
Iets met een bloem en een getal.
Mijn dochter heeft het voor me bedacht.
Mark: Oké, dat is een begin.
We komen er wel uit.
Mevrouw De Wit: Mark?
Mark: Ja?
Mevrouw De Wit: Dank je wel.
Echt.
Ik schaam me zo dat ik dit niet meer kan.
Vroeger was ik de slimste van de klas.
En nu...
Mark: Nu bent u nog steeds slim.
U heeft alleen geen les gehad in deze nieuwe dingen.
Dat is niet uw schuld.
Mevrouw De Wit: Dat zeggen ze allemaal.
Maar het voelt wel zo.
Mark: Ik snap het.
Maar weet u wat?
Over een half uur heeft u een werkende telefoon, een DigiD-code, en kunt u weer bij uw e-mail.
En dan trakteert u mij op thee.
Mevrouw De Wit: Dat is een deal.
En misschien... misschien kun je me dan ook leren hoe ik een foto kan sturen naar mijn dochter.
Mark: Dat lijkt me een prima plan voor de volgende keer.
Mevrouw De Wit: Volgende keer?
Kom je dan terug?
Mark: Natuurlijk.
Ik laat u niet achter met een half opgeloste laptop.
Mevrouw De Wit: Je bent een schat.
Echt waar.
Mijn dochter had gelijk over jou.
Mark: Wat zei ze dan?
Mevrouw De Wit: Dat je een goede buur bent.
En dat is het grootste compliment dat je in Nederland kunt krijgen.
Mark: Haha, daar doe ik het voor.
Oké, ik ga die oplader zoeken.
En daarna gaan we die DigiD de baas worden.
Mevrouw De Wit: De baas worden.
Dat klinkt goed.
Alsof we een oorlog gaan winnen.
Mark: Nou, tegen de Belastingdienst vechten is bijna een oorlog.
Maar vandaag winnen we in ieder geval deze slag.
Mevrouw De Wit: Ik zal de thee alvast zetten.
Sterke thee.
Want dit wordt nog wat.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze