

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Jan krijgt een kaart.
Op de kaart staat: "Kom naar mijn feest, Sanne." Jan is heel blij.
Hij wil speciaal zijn.
Hij denkt: "Ik ga verkleed als clown.
Dat is grappig en leuk." Jan heeft een rood neusje.
Hij heeft een grote pruik met oranje haar.
Hij draagt grote schoenen en een kleurrijk pak.
Hij kijkt in de spiegel en lacht.
"Perfect," zegt hij.
Dan fietst hij naar Sannes huis.
Het feest is in een buurthuis in Utrecht.
Jan ruikt de geur van popcorn en zoete limonade.
Hij hoort muziek en gelach.
Hij belt aan.
Sanne doet de deur open.
Ze draagt een normaal blauw jurkje.
Ze kijkt verbaasd.
"Wauw, Jan, wat zie jij er grappig uit!" zegt ze.
Jan lacht.
"Ja, ik ben een clown!" antwoordt hij.
Sanne fronst.
"Maar Jan, dit is geen carnavalsfeest.
Het is een verjaardagsfeest.
Je hoeft niet verkleed te komen." Jan schrikt.
"Wat?
Is dit geen verkleedfeest?" vraagt hij.
"Nee," zegt Sanne.
"Maar het geeft niet.
Kom binnen.
Wees welkom." Jan loopt naar binnen.
Zijn grote schoenen maken geluid: klop, klop.
Alle mensen kijken naar hem.
Een paar kinderen rennen naar hem toe.
"Kijk, een clown!" roept een meisje.
Jan voelt zich dom.
Zijn gezicht wordt rood.
Hij wil weg.
Dan zegt Sanne tegen de kinderen: "Kinderen, we hebben een echte clown!
Vraag of hij een ballon kan maken." Een kind geeft Jan een lange ballon.
"Maak een hond, clown!" zegt het kind.
Jan weet niet hoe dat moet.
Hij probeert de ballon te draaien.
De ballon knalt: PAF!
De kinderen schrikken.
Jan doet alsof hij huilt.
"Oh nee!
Mijn ballon is stuk!" zegt hij met een gek stemmetje.
De kinderen lachen heel hard.
"Nog een!
Nog een!" roepen ze.
Jan maakt nog een ballon.
Hij probeert het opnieuw.
Weer knalt de ballon.
Hij doet weer alsof hij verdrietig is.
De kinderen vinden het geweldig.
Jan vertelt een mop.
De mop is niet goed, maar hij doet alsof hij zelf moet lachen.
Hij valt bijna om.
De kinderen rollen over de grond van het lachen.
Na een uur is Jan de ster van het feest.
De volwassenen geven hem complimenten.
"Wat een leuke clown!" zegt een man.
Jan voelt zich trots.
Hij denkt: "Ik ben misschien een clown, maar wel een gelukkige clown." Aan het einde eet hij een stuk taart.
Hij heeft een rode neus en ook nog een beetje room op zijn neus.
De kinderen zeggen: "Dank je wel, clown!" Jan lacht.
Hij gaat naar huis.
In de spiegel ziet hij zichzelf.
Hij lacht en zegt: "Nou ja, een clown op een feest is nooit verkeerd." Het was een rare avond, maar wel heel leuk.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze