

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Rick.
Ik kom uit Den Haag.
Vandaag ben ik in Rio.
Rio is in Brazilië.
De zon is geel.
De lucht is blauw.
De straat is druk.
Ik hoor auto’s.
Ik ruik koffie en banaan.
Ik drink water uit een glas.
Ik eet brood.
Bij mij zijn Noor en João.
Noor komt uit Utrecht.
João komt uit Rio.
João is 21 jaar.
Hij is blij.
Hij lacht veel.
Hij heeft een rode pet.
De pet zit scheef.
Noor lacht om de pet.
Ik lach ook.
João zegt: "De pet is groot." Ik zeg: "De pet eet jouw hoofd." João lacht hard.
Noor lacht hard.
De pet zit nog schever.
Wij gaan naar een hoge plek.
De plek is bij water.
Veel mensen kijken.
Er is muziek.
De muziek is luid.
Een man eet een banaan.
Zijn hond kijkt naar de banaan.
De hond wil ook eten.
De man zegt: "Nee, vriend." De hond kijkt heel groot.
Wij lachen zacht.
Het is een rare start.
João houdt van sport.
Hij doet graag sport.
Vandaag doet hij een groot spel.
Het spel is hoog.
Het spel is bij water.
João heeft een zwart pak.
Noor ziet het pak.
Ik zie zijn pet.
De pet zit nog scheef.
Ik zeg: "João, kijk goed." João zegt: "Ja, Rick." Mila werkt hier.
Zij helpt bij het spel.
Zij kijkt goed.
Zij kijkt naar João.
Zij kijkt naar zijn rug.
Zij kijkt naar zijn voet.
Zij ziet geen lijn.
Zij zegt zacht: "Wacht." Maar de muziek is luid.
João hoort haar niet.
Ik hoor Mila wel.
Mijn hart gaat snel.
Ik zeg: "Wacht, João." Mijn stem is klein.
De muziek is groot.
De pet zit nog scheef.
De pet is gek.
Noor lacht niet meer.
João lacht nog wel.
Hij kijkt naar de lucht.
Hij gaat.
Hij is in de lucht.
Zijn rode pet gaat mee.
De pet draait rond.
De pet zegt bijna hallo.
Ik zie geen lijn.
Noor ziet geen lijn.
Mila ziet geen lijn.
Wij zijn heel stil.
João komt hard in het water.
Het water is donker.
Ik hoor geen lach.
Ik hoor alleen muziek.
Mila gaat snel naar het water.
Een arts komt ook.
De arts werkt snel.
Noor pakt mijn hand.
Ik pak haar hand.
Wij staan daar.
De zon is nog geel.
De lucht is nog blauw.
Maar alles voelt klein.
De muziek gaat uit.
De hond is ook stil.
De banaan ligt op de grond.
De man kijkt naar de grond.
Niemand eet.
Niemand lacht.
Na een tijd zegt de arts: "João leeft niet meer." Ik ben verdrietig.
Noor huilt zacht.
Mila zit bij ons.
Wij drinken thee in een café.
De thee is heet.
Ik ruik koffie.
Ik ruik brood.
Het café is geel.
Een kat zit bij de deur.
De kat kijkt naar de pet.
De rode pet ligt op tafel.
De pet ligt scheef.
Noor ziet de pet.
Zij lacht heel klein.
Ik lach ook heel klein.
De kat kijkt heel stil.
Dan niest de kat.
De pet ligt nog schever.
Wij lachen een beetje.
Het lachen is klein.
Het lachen helpt toch.
Ik denk aan João.
Ik denk aan zijn lach.
Ik denk aan zijn rode pet.
Ik zeg tegen Noor: "Kijk goed." Ik zeg tegen Mila: "Kijk goed." Ik zeg tegen mij: "Kijk goed." Wij eten brood.
Wij drinken water.
Wij lopen naar de straat.
De straat is weer druk.
Een auto toetert.
Een kind speelt met een bal.
De bal is rood.
De zon gaat laag.
Noor zegt: "Dag João." Mila zegt: "Dag vriend." Ik zeg: "Dag jongen." Ik voel pijn.
Ik voel ook liefde.
Wij zijn samen.
Dat is goed.
Ik ben Rick uit Den Haag.
Ik geef les.
Vandaag is de les simpel.
Kijk goed.
Eet samen.
Drink samen.
Wees lief.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze