Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Heb je ooit het gevoel gehad dat de wereld om je heen steeds meer belooft, maar in de praktijk eigenlijk steeds minder waar maakt?
Ja, dat is een heel herkenbaar gevoel, denk ik.
Precies. Dat je aan de ene kant via van die strakke presentaties en nieuwsberichten de prachtigste toekomstvisies voorgeschoteld krijgt?
En ondertussen stijgen we gewoon weer in de stromende regen te wachten op de trein die niet komt.
Exact, dat. Vandaag doen we een diepe duik in de anatomie van precies dat gevoel.
En dan doen we dat aan de hand van twee mannen die in een bizarre toevalligheid allebei Mark heten.
Ja, wat de kans daarop is weet ik ook niet, maar het past wel mooi.
Ja, toch. Twee mannen die allebei op exact dezelfde, verregende maandagochtend wakker werden en allebei vermalen dreigen te worden door een falend systeem.
En wat hun verhalen zo interessant maakt om naast elkaar te leggen, is dat ze zich op tegenovergestelde polen van onze samenleving bevinden.
Ze vormen eigenlijk een perfecte illustratie van die frictie, hè?
Ja, de meedogenloze frictie tussen de macro wereld en de micro wereld.
Dus aan de ene kant hebben we de abstracte systemen, de besluitvormers, de instituten, de heren in pakken, zeg maar.
Precies de infrastructuur. En aan de andere kant staat het individu.
De gewone mens die de gevolgen van die systemen gewoon moet incasseren.
En we gaan vandaag ontleden hoe we als mensen psychologisch overleven, wanneer de belooftes van bovenaf de realiteit op de grond simpelweg niet meer raken.
Het is echt fascinerende materie.
Nou, laten we die twee werelden meteen met elkaar in botsing laten komen.
We beginnen bij de bron van de beloftes, de macro wereld.
Neem ons mee.
In het eerste verhaal neemt de schrijver ons mee naar een muffig koud kantoor in Den Haag.
Je kent het wel, de geur van oude koffie, het getik van toetsenborden op de achtergrond.
En daar zit Mark.
Mark de ambtenaar.
Ja, laten we hem Mark de ambtenaar noemen.
En hij is ronduit moedeloos.
Zijn schouders hangen, zijn handen trillen lichtjes.
Hij deelt zijn wanhoop met zijn collega Fatima.
Die ondertussen hele sterke warme koffie drinkt met haar handen om de beker.
Ja, klopt.
Die kleine details maken het zo echt.
Want de harde realiteit is namelijk dat de overheid haar eigen doelen simpelweg niet haalt.
Niks, leuk eigenlijk op dat moment.
Nee, wil je zeggen dat de doelen uit zicht zijn?
De woningnood is gigantisch, de files groeien en de wachtlijsten in de zorg.
We zijn gewoon onbeheersbaar.
Mark ziet de realiteit.
Maar dan?
Ja, waar komt de baas binnen?
Precies.
Baas Peter, een grote man met een harde stem en zo'n typische rode stropdas.
Die stapt de vergaderzaal binnen.
En Peter eist met luide stem eigenlijk het tegenovergestelde van realisme.
Hij wil meer beloven.
Ja, hij is echt letterlijk.
We moeten meer beloven, want de mensen willen hoop.
Ja, en precies daar in die ene zin raakt de schrijver absoluut de kern van een fascinerend fenomeen in het openbaar bestuur.
Welk fenomeen bedoel je dan precies?
De institutionalisering van false hoop.
Wat we hier zien is niet zomaar een koppige baas die niet wil luisteren.
Nee, wat is het dan wel?
Dit is de poging om de kloof te overbruggen tussen wat politiek wenselijk is en wat de bureaucratische realiteit is.
En dat doen ze door middel van de optimisme-baas.
De optimisme-baas.
Lekker dat je dat zegt, want dit klinkt echt alsof je een lekkende kraan probeert te repareren door.
Want je plakt simpelweg een poster van een strakblauwe lucht op het plafond.
Het is echt een geweldige vergelijking.
Het verbergt het probleem voor de buren, maar het probleem wordt nog steeds erger.
Waarom is die reflex van leiders, zoals die baas, zo structureel om de belofte te vergroten in plaats van eerlijk te zeggen: we kunnen het niet?
Nou, omdat optimisme in de wereld van beleid en politiek eigenlijk de primaire valuta is geworden.
Hoe bedoel je, valuta?
Vanuit het macroperspectief voelen leiders, zoals Peter, constant de adem van een ontevreden bevolking in hun nek.
Het mechanisme werkt heel voorspelbaar eigenlijk.
Vertel?
Kijk, als je vandaag toegeeft dat een probleem onoplosbaar is, of nou ja, dat het op zijn minst nog jaren gaat duren om die woningen te bouwen.
Dan breekt de paniek uit.
Precies, je betaalt er onmiddellijk een gigantische politieke of electorale prijs voor.
Woede, wantrouwen, mensen die zich afkeren van de overheid.
Dus liggen ze maar?
Nou ja, als je een irreële belofte doet, koopt je simpelweg tijd, je stelt de teleurstelling gewoon uit naar de toekomst.
Wow.
Het systeem eist bijna van leiders dat ze de werkelijkheid veel mooier presenteren dan ze is, omdat de samenleving de harde, trage realiteit van hoe ingewikkeld grote problemen zijn, heel vaak gewoon niet accepteert.
Maar wacht even, dan neem ik het nu toch even op voor die baas, is die baas dan eigenlijk niet de scherpe kant van het verhaal?
Dat is een hele goede vraag.
Ja, toch?
Is hij niet gewoon extreem realistisch over hoe de maatschappij werkt?
Als hij naar buiten stapt en zegt: beste mensen, we hebben er een puinhoop van gemaakt.
Kom over 10 jaar terug voor een huis.
Nu wordt hij onmiddellijk weggestemd.
Ja.
Dus hij is toch net zo goed gegijzeld door dit systeem als Mark de ambtenaar?
Dat is echt een heel sterk punt.
Peter is inderdaad geen twee-dimensionale schurk uit een film.
Hij is meer een symptoom van een cultuur die totaal verslaafd is aan snelle oplossingen.
Ja, we willen allemaal morgen resultaat zien.
Precies.
Het probleem zit hem erachter in wie uiteindelijk de prijs betaalt voor dat uitstelgedrag.
En dat brengt ons weer terug bij die fysieke reactie van markt die je net noemde.
Oh, die trillende handen bedoel je?
Ja, Mark, de uitvoerder op de vloer, die weet dat er geen huizen bij getoverd kunnen worden.
Hij voelt elke dag die kille, bureaucratische realiteit.
Maar hij moet wel de dromen van Peter verkopen aan de burger?
Exact.
En die kloof tussen waarheid en waan, dat wordt een fysieke last.
Het creëert een onhaalbare cognitieve dissonantie bij de mensen die die illusie in stand moeten houden.
En het sluipende gevaar is natuurlijk dat de illusie op een gegeven moment onvermijdelijk de echte wereld raakt.
Vroeger of later klapt dat.
Terwijl beleidsmakers in Den Haag weigeren de realiteit onder ogen te zien en droomkastelen blijven bouwen,
zijn er aan de andere kant van het land echte mensen die letterlijk in de regen staan omdat de fundering ontbreekt.
En dat is dus de perfecte brug naar ons tweede verhaal.
Ja, dit is het moment om Mark nummer twee erbij te pakken, de burger.
We verlaten de abstracte wereld en belanden keihard in de tastbare consequenties.
Het is 8 over 5 's ochtends.
We staan op een nat koud treinperron en je kent die geur wel, toch, natte jassen, de warme geur van goedkope stationskoffie.
Ja, en die penetrante kou die via je zolen van je schoenen zo omhoogtrekt, verschrikkelijk.
Precies dat.
En daar staat Mark de Forens.
Hij moet om 9 uur een cruciale vergadering in Utrecht leiden.
Kijk naar de borden.
De trein van 8 uur 12.
En dan zien we eigenlijk de ondergang van het systeem in realtime gebeuren.
De begin vaak met een klein beetje vertraging.
Ja, eerst die minuten.
Mensen zuchten wat, maar dan ineens, springt het bord naar uitgevallen.
Pat, boem, weg trein.
Ja, en de volgende trein gaat pas drie kwartier later.
Het systeem levert gewoon niet wat er beloofd is.
Mark raakt in de stress en stuurt direct een bericht naar zijn eigen baas.
Sorry, de trein is uitgevallen.
Ik ben later.
En dan gebeurt er iets cruciaals.
Let heel goed op de reactie van die baas van Mark 2.
Die baas antwoordt dus niet weer Mark.
Dit is de 3e keer deze maand.
Ja, voel je hem op.
En later op kantoor krijgt hij nog een ijskoude reprimande ook.
Zo iets van dit is de laatste keer dat ik dit accepteer.
Als ik dit lees, dan voel ik de onrechtvaardigheid echt door mijn scherm heenbranden.
Het maakt je boos.
Het fascineert me mateloos.
Want wat hier gebeurt is toch eigenlijk volslagen krankzinnig.
De baas straft Mark voor een falend macrosysteem,
waar Mark letterlijk nul controle over heeft.
Het is volstrekt onredelijk.
Waarom verschuift die verantwoordelijkheid zo ontzettend makkelijk naar beneden?
Omdat het systeem letterlijk zo is ontworpen.
Wat is dit eigenlijk echt een perfecte illustratie van wat sociologen,
de individualisering van systeem-risico's, noemen?
Oh, dat was een heel mondvol.
Wat betekent dat in een praktijk?
Nou, in een ideale wereld zou de baas van Mark klagen bij de spoorwegen.
Of bij de overheid.
Over het feit dat de infrastructuur gewoon zwaar te kort schiet.
Ja, dat zou logisch zijn.
Maar de macrowereld is een soort anonieme, ongrijpbare moloch.
Je kunt niet schreeuwen tegen een app op je telefoon die aangeeft dat de trein uitvalt.
Die app luistert niet.
Dus zoeken we iemand die wel luistert?
Precies.
Wat doet die micro-manager?
Die zoekt het enige tasbare doelwit in de hele keten.
De werknemer.
Het onvermogen van de instituties wordt gewoon keihard afgewend op de schouders van het individu.
Dat klinkt eigenlijk een beetje als surge pricing in een taxi-app.
Maar dan voor emotionele belasting.
Dat is mooi gezegd.
Hoe slechter de infrastructuur functioneert, hoe hoger de emotionele en professionele kosten,
die jij als individu moet betalen om er überhaupt doorheen te navigeren?
Dat klopt helemaal.
In deel 1 zien we dus baas Peter in Den Haag die absoluut de onschendbaarheid geniet,
terwijl hij gewoon onmogelijke beloftes maakt.
En in deel 2 zien we de gewone burger Mark.
Die persoonlijk kapot wordt gemaakt op de beloftes die mensen zoals Peter niet waar maken.
Exact.
Dat contrast is het klopende hart van dit hele verhaal.
Mark de Forens wordt verantwoordelijk gehouden voor de fouten die door Mark de Ambtenaar
en baas Peter in stand wordt gehouden.
Precies, eigenlijk.
Het individu wordt gedwongen om de schokbreker te zijn voor maatschappelijk falen.
En de vraag die dit dan natuurlijk oproept is, hoe breek je niet onder die druk?
Ja, hoe voorkomen deze twee Marks dat ze gewoon volledig opbranden in een wereld die structureel niet levert wat ze belooft?
Dat is de grote ontslag in beide verhalen, want ze storten in de kern geen van beide in.
Nee, gelukkig niet.
Ondanks de gigantische tekortkomingen van het systeem vinden ze allebei een overlevingsmechanisme.
En het antwoord ligt heel paradoxaal in het falen zelf.
Laten we teruggaan naar dat koude perron.
Ja, goed idee.
De trein is weg.
Het grote systeem heeft hen compleet in de steek gelaten.
En dan, uit het niets, neemt een man in een grijs pak op dat perron de regie.
En wie is die man?
Ja.
Hij wijst naar zo'n vervangende blauwe bus, buiten het station en roept tegen een groepje wachtenden,
zullen we die ander samen pakken.
En plotseling ontstaat er echt een micro-samenleving.
Heel bijzonder moment is dat.
Zeker.
Mark, de man in het pak, een meisje met een rugzak, een oude mevrouw met een broodje kaas.
En verpleegkundige met een rode paraplu genaamd Karin.
Ze stappen met z'n allen in die bus.
Dit is vanuit sociologisch perspectief misschien wel het mooiste moment in de verhalen.
Wat hier gebeurt, is dat we instinctief terugvallen op onze evolutionaire basis.
Juist wanneer de moderne infrastructuur instort.
Hoe bedoel je dat?
Evolutionaire basis?
Nou, mensen zijn van nature ontzettend weerbaar,
maar we zijn niet ontworpen om in ons eentje in een vaarwater met tegenslag om te gaan.
We zijn groepsdieren.
Dat zijn we tegenwoordig vaak wel kwijt in de trein.
Precies.
Zo draait het anonieme systeem, dus de stipte trein, de stilte-OP,
iedereen met zijn koptelefoon op, dan isoleert dat sociale script ons van elkaar.
Ja, als de trein op tijd rijdt, staat iedereen strak naar zijn telefoon,
er wordt echt geen woord gewisseld.
De efficiëntie van het systeem maakt ons onzichtbaar voor elkaar.
Maar nu dat wegvalt, breekt ook dat script.
Ja, ze zitten nu in die geïmproviseerde bus,
die nog net niet in de file staat, maar er gebeurt iets magisch.
De sfeer kantelt helemaal.
Het wordt gezellig, toch?
Ja, de bus ruikt naar nat leer en natte kleren, de regen tikt tegen het raam.
En Mark is, objectief gezien, nog steeds keihard te laat voor zijn vergadering.
Maar hij is niet meer alleen te laat.
Precies.
Karin de verpleegkundige begint tegen hem te praten.
Ze lachen samen om de volslagen absurditeit van de situatie.
De oude mevrouw deelt in die kantine.
Ze vinden gewoon troost bij elkaar.
Wat dit aantoont, en dit is een hele belangrijke observatie over menselijk gedrag,
is dat we heel vaak denken dat een perfect, functionerende wereld ons het gelukkigst maakt.
Terwijl dat dus niet zo is.
Nou, onderzoek naar gedeelde rampspoed laat zien dat mensen juist enorm opbloeien
in de solidariteit die ontstaat als dingen echt misgaan.
Oh, wow.
Dit heet in de sociologie ook wel de disastercommunity.
Een stroomstoring, een gestrande trein of een sneeuwstorm.
Het elimineert even die hele hiërarchie en de prestatiedruk.
Dus de druk valt even weg?
Ja, Mark voelt in de bus even niet de hete adem van zijn baas in zijn nek.
Hij deelt gewoon het lot van zijn medereizigers.
Incompetentie aan de top veroorzaakt paradoxaal genoeg sociale cohesie aan de basis.
Dat is echt een briljant inzicht.
De zilverrand van een falend systeem is dus niet simpelweg zoetsappig als dat we aardig voor elkaar moeten zijn.
Nee, het gaat veel dieper.
Het is de realisatie dat we pas echt verbinding maken als die kunstmatige constructies
om ons heen afbrokkelen.
Kijk, Mark krijgt later op kantoor alsnog de volle laag van zijn baas.
Ja, hij wordt flink door de mangel gehaald.
Hij zit daar in die steriele vergaderruimte en schaamt zich kapot.
Maar de klap is verzacht.
Hij wijgerd zich helemaal te laat verpletteren omdat hij zich elkaar in en die oude mevrouw in de bus herinnert.
Zijn perspectief is gekanteld door de micro wereld.
En daardoor werd de toxiciteit van de macro wereld van die baas ineens hanteerbaar.
Ja, en wat opvalt en dat vind ik zo fascinerend.
Is dat die eerste Mark, de ambtenaar in Den Haag, intuïtief tot exact dezelfde conclusie komt.
Maar dan aan de compleet andere kant van het spectrum.
Ja, die zit nog steeds met Baas Peter.
Precies.
Nadat hij de absurde bevelen van Peter heeft aangehoord, stopt hij aan het einde van zijn dag ook het openbaar vervoer in.
Hij zit in een zwijgende overvolle tram in de regen.
Hij is natuurlijk zwaar gefrustreerd.
Ja, hij voelt zich medeplichtig aan het liegen tegen burgers zoals Mark de forens.
Maar tijdens die tramrit besluit hij om de koers te wijzen.
Maar gelukkig niet door een enorme revolutie te starten of zo.
Hij gaat niet naar de pers. Hij gaat Baas Peter niet ontslaan.
Dat kan uiteraard helemaal niet.
Nee, hij kiest voor iets veel kleiners.
Hij besluit eigenlijk.
Als de macro wereld vol zit met loze beloftes, dan moet ik de waarheid maar zoeken op de vierkante meter.
Heel mooi gezegd.
Hij denkt aan zijn collega Fatima die hem die ochtend met die sterke koffie wel begreep.
En hij neemt zich voor om vanaf de volgende dag samen met haar in stilte de waarheid te schrijven.
Kleine eerlijke dingen te doen.
Transparantie-marsen zeg maar.
Dat is zijn vorm van verzet.
En we vergeten vaak dat verzet tegen een falend systeem echt niet altijd luid of groot of meeslepend hoeft te zijn.
Soms is het heel stil.
Precies.
Door radicaal eerlijk te zijn tegen één collega op de werkvloer.
Wij weigeren gewoon de toxische cultuur van zijn baas te internaliseren.
Beide Marks ontdekken eigenlijk dat ze de controle over het grote geheel helemaal kwijt zijn.
Maar?
Maar dat ze absoluut een soevereiniteit hebben over hoe ze zich verhouden tot de persoon die direct naast hen staat.
Of dat nu een collega met een kop koffie is of een vreemde vrouw met een paraplu in een vervangende bus.
Ja, wow.
Dat is waar de ware kracht zit.
En daarmee hebben we een ontzettend krachtige kern gedachten te pakken om al deze losse draden van vandaag mee samen te weven.
Zeker weten.
We leven in een complexe tijd.
De instituten voelen heel groot, vaak traag en ook echt ontoereikend.
Ze beloven je utopie, maar ze leveren regelmatig alleen vertragingen voor de trein.
En de instinctieve reactie erop is natuurlijk cynisme.
Het is heel makkelijk om cynisch te worden.
Precies, om boos te worden op de politiek of de NS of je baas.
En hoewel die boosheid in veel gevallen, zoals we zagen bij die onredelijke manager van Mark, absoluut terecht is.
Het is geen constructief overlevingsmechanisme.
Nee, daar ga je op de langere termijn zelf aan onderdoor.
Dus de les die deze twee verhalen ons meegeven is veel pragmatischer.
Het roept jou als luisteraar op om je verwachtingen bij te stellen.
En niet uit defaitisme, van het wordt toch niks, maar echt uit zelfbehoud.
Kijk naar je eigen cirkel van invloed.
Wat kun je wel sturen?
Je kunt het virus niet oplossen.
En je kunt het overbeloven van de overheid echt niet in je eentje stoppen.
Maar je kunt wel, net als Mark de ambtenaar, streven naar die radicale eerlijkheid in je eigen kleine werk.
En je kunt wel, net als Mark de forens, openstaan voor de onverwachte,
hartverwarmende kameraadschap in een bus vol vreemdelingen.
Het haperen van de wereld is misschien juist wel de ruimte,
waarin onze menselijkheid weer kan ademen.
Dat is in ieder geval de meest constructieve conclusie over hoe we als individu met die frustratie kunnen omgaan.
Maar ik wil deze bespreking toch afronden door je,
als luisteraar nog een keer terug te trekken naar dat kantoor in Den Haag,
naar het absolute begin van de keten.
O ja, gewoon weer terug naar Baas Peter.
Ja, want de woorden van Baas Peter, de mensen willen hopen,
die blijven toch een beetje resoneren bij me.
We kunnen Peter wel makkelijk veroordelen voor het creëren van valse illusies,
maar het raakt wel direct aan de kern van de menselijke psychologie.
Hoe bedoel je dat precies?
Nou, dit roept een wezenlijke en ook wel heel oncomfortabele vraag
op over onze eigen rol in het hele systeem.
Ja, je niks, als burgers.
Oké, brand los.
Als puntje bij paaltje komt.
Verlangen we dan daadwerkelijk naar een overheid
en naar instituten die ons ijskoud en klinisch vertellen
wat ze allemaal niet voor ons kunnen oplossen?
Of accepteren we diep van binnen dat we die grootse,
onmogelijke beloftes simpelweg nodig hebben
om uberhaupt optimistisch 's ochtends ons bed uit te kunnen komen?
Dat is wel een hele oncomfortabele waarheid,
of misschien de noodzaak van een illusie.
We willen uiteindelijk allemaal een waterdicht dak,
maar misschien hebben we die poster van de blauwe lucht
soms net zo hard nodig om de boel draaglijk te houden.
Daar lijkt het wel op.
Dat is inderdaad de pittige vraag waar we het vandaag mee moeten doen.
Bedankt dat je met ons in deze verhalen wilde duiken.
Hopelijk gaf het je wat perspectief voor de volgende keer
dat je in de regen op een bus staat te wachten.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause