

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben een man. Ik hou van mijn vrouw. Wij zijn in Amsterdam. Wij zitten op een bank.
De bank is bij een brug. Wij kijken naar de brug. Het is donker. Wij zijn verliefd.
Nu? Ik ben nog steeds bij mijn vrouw. Wij zijn negen jaar samen. Wij houden van Amsterdam.
Wij houden van de bank. Wij houden van de brug. Wij houden van de donkeren nacht.
Wij zijn nog steeds verliefd. Ik wil een foto van de bank. Ik wil een foto van de brug. Ik wil een foto in de avond.
Ik wil een schilderij. Ik wil een schilderij voor ons jubileum. Ik heb een goed idee. Ik heb hulp nodig.
Ik vraag aan iemand. Iemand in Amsterdam. Kan jij een foto maken? Een foto van de bank. Een foto van de brug.
Een foto in de avond? Ik ben blij als jij dat kan doen. Jij woont in Amsterdam. Jij gaat naar de bank. Jij gaat naar de brug. Jij maakt een foto. Jij maakt een foto in de avond. Jij helpt mij. Ik ben dankbaar. Ik heb de foto.
Ik geef de foto aan een schilder. De schilder maakt een schilderij. Het schilderij is mooi. Het schilderij is voor mijn vrouw.
Mijn vrouw is blij. Ik ben blij. Wij zijn gelukkig. Dank je Amsterdam. Dank je man of vrouw die de foto maakt. Dank je schilder. Dank je mooie bank. Dank je mooie brug. Dank je mooie avond. Dank je liefde. Wij zijn gelukkig. Wij zijn nog steeds verliefd.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze