

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
RICK: Kijk, de zon schijnt.
TOM: Ja, lekker weer vandaag.
JULIA: Ik heb koffie.
Jij ook, Rick?
RICK: Ja, koffie to go.
Lekker warm.
TOM: Ik drink thee.
Met veel suiker.
JULIA: Suiker is niet goed voor je, Tom.
TOM: Ach, ik ben een zoet mens.
RICK: Weten jullie het nieuws?
Over de trein?
JULIA: Nee, wat is er met de trein?
RICK: De baas van de trein gaat weg.
TOM: De baas van de trein?
Bestaat dat?
RICK: Ja, een man.
Hij is de baas.
JULIA: En hij gaat weg?
Waarom?
RICK: De trein heeft een ongeluk.
Mensen zijn boos.
TOM: O, dat is niet fijn.
Gaat de trein nu beter?
RICK: Ik weet het niet.
Er komt een nieuwe baas.
JULIA: Een nieuwe baas lost alles op?
RICK: Nee, dat denk ik niet.
TOM: Een nieuwe baas is een nieuw begin.
JULIA: Soms is een nieuw begin goed.
RICK: Maar de trein is dezelfde trein.
TOM: Ja, de trein blijft dezelfde.
JULIA: En de mensen?
Wat doen de mensen?
RICK: De mensen zijn bang.
Ze willen een veilige trein.
TOM: Ik snap het.
Ik wil ook een veilige trein.
JULIA: Ik ga met de fiets.
Dat is veilig.
RICK: Fietsen is goed.
En het is leuk.
TOM: Ik ga met de bus.
De bus is ook goed.
JULIA: De bus is soms te laat.
Dat is vervelend.
RICK: Ja, de bus is soms te laat.
Ik wacht dan lang.
TOM: Ik wacht ook.
Maar de bus is goedkoop.
JULIA: De fiets is gratis.
En gezond.
RICK: Kijk, daar is een hond.
Met een bal.
TOM: De hond is blij.
Hij rent en springt.
JULIA: De hond kijkt niet naar het nieuws.
RICK: Nee, de hond heeft geen zorgen.
TOM: Ik wil ook een hond zijn.
Gewoon spelen.
JULIA: Jij bent al een hond, Tom.
Een zoete hond.
TOM: Woef.
Geef me een koekje.
RICK: Haha, jij bent grappig.
JULIA: Wat doen we nu?
Nog een rondje?
RICK: Ja, een klein rondje.
Dan drinken we koffie.
TOM: Nieuwe koffie?
Ik wil ook koffie.
JULIA: Jij hebt thee, Tom.
Onthoud dat.
TOM: Thee is ook lekker.
Met suiker.
RICK: Oké, we lopen.
En we praten niet over de trein.
JULIA: Goed idee.
De trein is saai.
TOM: Ja, de hond is leuker.
Kijk, hij rent!
RICK: De hond rent naar de bal.
Hij is snel.
TOM: Ik ren ook.
Kijk, ik ren naar de bal.
JULIA: Nee, Tom, blijf hier.
We lopen rustig.
RICK: Ja, we lopen.
De hond speelt.
Wij kijken.
TOM: Oké, ik kijk.
De hond is blij.
Ik ben ook blij.
JULIA: Ik ben blij met mijn koffie.
De koffie is warm.
RICK: Mijn koffie is ook warm.
Lekker.
TOM: Mijn thee is warm.
Met suiker.
Lekker zoet.
JULIA: Tom, je bent echt een zoet mens.
TOM: Ja, ik ben een zoet mens.
En een zoete hond.
RICK: Haha, je bent grappig.
We lachen.
JULIA: Lachen is goed.
Lachen is gezond.
RICK: Ja, lachen is goed.
En de zon schijnt.
TOM: De zon is fijn.
De hond is fijn.
Alles is fijn.
JULIA: Behalve de trein.
De trein is niet fijn.
RICK: We praten niet over de trein, weet je nog?
JULIA: O ja.
De trein is saai.
We praten niet over de trein.
TOM: Goed.
Ik kijk naar de hond.
De hond rent en springt.
RICK: De hond heeft een bal.
De bal is rood.
JULIA: Ja, een rode bal.
De hond is blij met de bal.
TOM: Ik wil ook een bal.
Dan kan ik spelen.
RICK: Jij hebt je thee, Tom.
Dat is genoeg.
TOM: Oké, ik drink mijn thee.
Met suiker.
JULIA: We lopen verder.
Nog een klein stukje.
RICK: Ja, dan gaan we naar huis.
Of naar het café.
TOM: Naar het café?
Ik wil koffie.
Nee, thee.
JULIA: Je bent grappig, Tom.
Je weet niet wat je wilt.
TOM: Ik wil thee.
En een koekje.
En een bal.
RICK: Haha, je wilt alles.
JULIA: Kom, we lopen.
De hond gaat mee.
RICK: Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause