Alle podcasts

De Stille Velden van Overijssel

Het was een warme middag in juli.

De zon stond hoog aan de hemel, en de lucht was helder.

In het dorpje Den Ham, in Overijssel, liep boer Jan van der Molen over zijn land.

Hij was een man van achter in de 50, met stevige handen en een gezicht dat veel zon had gezien.

Zijn maïsveld dat normaal groen en hoog stond, zag er nu bleek en slap uit.

De bladeren hingen naar beneden, alsof ze te moe waren om nog recht te staan.

Toen Jan dichterbij kwam, hoorde hij het zachte ritselen van de droge bladeren.

De grond onder zijn laarzen voelde hard aan, bijna als steen.

En er steeg een stoffige geur op die hem aan de zomer van vorig jaar herinnerde.

Jan keek naar de lucht. Er was geen wolk te zien.

Het had al weken niet geregend.

De grond was hard en droog.

Overal zag je scheuren in de aarde, diepe scheuren die als donkere lijnen door het veld liepen.

Het water in de sloot was laag.

Zo laag dat de bodem zichtbaar werd.

Jan wist dat het niet goed ging.

Hij had al een tijd geen water meer mogen gebruiken voor zijn gewassen.

De overheid had een verbod ingesteld.

Dat betekende dat hij zijn pompen niet mocht aanzetten.

Zonder water zou zijn oogst verloren gaan.

Zijn buurman, Karel, kwam aanlopen.

Karel was ook boer.

Hij had een groot stuk land met aardappelen.

'Het is niet goed, Jan,'

zei Karel.

Terwijl hij zijn pet afzette en het zweet van zijn voorhoofd veegde.

Ik heb gehoord dat het verbod nog wel een maand kan duren.

Mijn aardappelen hebben nu al last.

De bladeren worden geel en de knollen zijn klein.

Als het zo doorgaat, verlies ik de helft.

Jan knikte.

Ik weet het.

Ik heb mijn maïs al bijna opgegeven.

Maar ik vraag me af wat we moeten doen.

We kunnen niet zonder water.

De overheid zegt dat het voor de natuur is, maar wie betaalt onze rekeningen?

Hij keek naar de scheuren in de aarde en schudde zijn hoofd.

Ik heb gehoord dat sommige boeren stiekem toch water gebruiken.

Ze zetten hun pompen 's nachts aan, als niemand kijkt.

Maar dat is riskant.

Als je gepakt wordt, krijg je een boete.

En het helpt ook niet echt want het water is schaars.

De sloot is bijna leeg.

Jan dacht na.

Hij herinnerde zich de zomer van vorig jaar.

Toen was het ook droog, maar niet zo erg.

Hij zag nog de beelden voor zich.

De groene maïs die in de wind bewoog.

Het geluid van de pomp die water over het veld sproeide.

Dit jaar was het anders.

De hitte was intens.

Even tussendoor.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

De planten hadden meer water nodig dan normaal.

Maar er was gewoon niet genoeg.

Later die dag ging Jan naar het dorpshuis.

Daar was een bijeenkomst voor boeren.

De zaal was vol.

En het was er warm.

De voorzitter van de landbouwvereniging sprak.

We moeten samenwerken, zei hij.

We kunnen niet allemaal tegelijk water gebruiken.

Laten we afspraken maken.

Wie heeft het meeste nodig?

Wie kan het langst wachten?

Zijn stem klonk serieus en hij keek de zaal rond.

Sommige boeren waren boos.

Waarom moeten wij altijd de dupe zijn?

Riep een jonge boer.

De overheid had eerder maatregelen moeten nemen.

Nu is het te laat.

Hij sloeg met zijn vuist op tafel.

Waardoor het glas water naast hem trilde.

Jan stond op.

Ik begrijp de frustratie, zei hij rustig.

Maar we moeten realistisch zijn.

De droogte is een feit.

We kunnen er niets aan veranderen.

Wat we wel kunnen doen is samen beslissen hoe we het water verdelen.

Anders verliezen we allemaal.

Er viel een stilte.

Toen begonnen de boeren te praten.

Sommigen stelden voor om een schema te maken.

Anderen wilden een noodfonds.

Het was niet makkelijk.

Iedereen had zijn eigen belangen.

Maar uiteindelijk kwamen ze tot een plan.

Elke boer kreeg een vaste dag om water te gebruiken.

En degenen met de grootste nood gingen voor.

Jan voelde zich moe.

Maar ook een beetje hoopvol.

Hij wist dat de situatie moeilijk was.

De komende weken zouden beslissend zijn.

Als het niet zou regenen, zouden veel gewassen verloren gaan.

Maar als ze samenwerkten, konden ze misschien een deel redden.

Thuisgekomen keek Jan naar zijn maïsveld.

De zon begon onder te gaan.

De lucht werd oranje en rood.

Met lange schaduwen over het land.

Het was een mooi gezicht.

Maar Jan voelde vooral de droogte in zijn hart.

Hij dacht aan zijn vader.

Die ook boer was geweest.

Vroeger was het anders.

Mompelde hij.

Toen wisten we wat we hadden aan het weer.

Nu is alles onzeker.

Hij liep naar binnen en schonk een glas water in.

Het water was lauw.

Hij dronk het langzaam op en keek naar buiten.

Morgen zou hij weer naar het veld gaan.

Hij zou de planten controleren en hopen op een verandering.

Maar diep van binnen wist hij dat het niet makkelijk zou worden.

De droogte was een teken van iets groters.

Het klimaat veranderde.

En boeren zoals hij moesten zich aanpassen.

Of ze nu wilden of niet.

Terwijl hij het glas leegdronk.

Besefte Jan dat samenwerken de enige manier was om de toekomst tegemoet te treden.

Ook al was die onzeker. Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert. Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze