

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé Emma!
Hé Lars!
Kijk eens hier.
EMMA: Wat is er, Rick?
RICK: Er is nieuws over een satelliet.
LARS: Een satelliet?
In de lucht?
RICK: Ja, een nieuw ding in de ruimte.
EMMA: Wat doet die satelliet dan?
RICK: Hij kijkt naar planten op aarde.
LARS: Kijkt hij naar natte planten?
RICK: Nee, hij kijkt naar droge planten.
EMMA: Droge planten?
Dat is niet goed.
LARS: Nee, planten hebben water nodig.
RICK: De satelliet ziet droogte bij planten.
EMMA: En boeren?
Helpt dat de boeren?
RICK: Ja, boeren zien dan de droogte.
LARS: Dat is handig voor de boeren.
EMMA: En voor ons eten?
Is dat goed?
RICK: Ja, zonder boeren hebben wij geen eten.
LARS: Ik eet graag brood en kaas.
EMMA: Ik ook!
En ik drink graag koffie.
RICK: Koffie!
Ja, dat is lekker.
LARS: Heb je dorst, Rick?
RICK: Ja, ik heb dorst.
En honger.
EMMA: Dan bestellen wij iets lekkers.
LARS: Goed idee.
Ik neem een koekje.
RICK: Een koekje?
Dat is klein, Lars.
LARS: Nee, het is een groot koekje.
EMMA: Ik neem ook een koekje.
RICK: En ik neem een groot glas water.
LARS: Water?
Serieus, Rick?
RICK: Ja, water is goed voor planten.
EMMA: En voor mensen.
Water is gezond.
LARS: Oké, oké.
Water is prima.
RICK: Zie je?
Ik ben een goede leraar.
EMMA: Een leraar?
Jij?
RICK: Ja, ik leer jullie over water.
LARS: En over satellieten in de lucht.
EMMA: En over droge planten en boeren.
RICK: Precies!
En over lekker eten.
LARS: Het eten komt zo.
Ik zie de ober.
EMMA: Eindelijk!
Ik heb honger.
RICK: Kijk, de ober komt met de koekjes.
LARS: En met jouw water, Rick.
RICK: Mooi zo.
Proost, vrienden!
EMMA: Proost!
Op de satelliet!
LARS: En op de boeren en de planten!
RICK: En op een fijne dag in het café.
EMMA: Rick, jij bent grappig vandaag.
RICK: Ja, ik ben blij.
Het is gezellig.
LARS: Het is altijd gezellig met jou, Rick.
EMMA: Ja, jij maakt ons aan het lachen.
RICK: Dank jullie wel.
Jullie zijn goede vrienden.
LARS: En jij, Emma, krijgt een koekje van mij.
EMMA: Dank je, Lars.
Jij bent lief.
RICK: Hé!
En ik dan?
LARS: Jij krijgt water, Rick.
Dat is beter.
EMMA: Haha!
Water voor de leraar!
RICK: Oké, oké.
Water is goed.
EMMA: Weet je nog, Rick, die keer dat je een plant water gaf en de plant verdronk?
RICK: Ja, dat was niet zo goed.
De plant had te veel water.
LARS: En toen zei je: "Water is goed voor planten!" RICK: Ja, maar niet te veel.
Een beetje water is goed.
EMMA: Dus de satelliet ziet droge planten.
En wij geven water.
RICK: Precies.
Zo helpen wij de planten.
LARS: En de boeren helpen ons met eten.
EMMA: Ja, zonder boeren geen brood en kaas.
RICK: En zonder water geen koffie.
Want koffie heeft water nodig.
LARS: En een satelliet?
Heeft een satelliet water nodig?
RICK: Nee, een satelliet niet.
Maar hij kijkt naar water en planten.
EMMA: Wat slim!
De satelliet is een goede helper.
RICK: Ja, hij helpt boeren en mensen.
LARS: En wij helpen met water geven.
EMMA: Ik geef thuis water aan mijn plant.
RICK: Goed zo, Emma!
Jij bent ook een leraar.
EMMA: Nee, jij bent de leraar, Rick.
RICK: Oké, ik ben de leraar.
En jullie zijn mijn studenten.
LARS: Studenten?
Ik wil geen huiswerk!
EMMA: Haha, Lars.
Geen huiswerk vandaag.
Alleen koekjes.
RICK: En water voor mij.
LARS: Ja, water voor de leraar.
EMMA: De koekjes zijn lekker.
Dank je, ober.
RICK: De ober is aardig.
Hij brengt ons eten.
LARS: Ik eet mijn koekje.
Het is groot en lekker.
EMMA: Mijn koekje is ook lekker.
Met chocola.
RICK: Chocola?
Dat is lekker.
Maar ik heb water.
LARS: Water en chocola?
Dat is niet lekker.
RICK: Nee, water en chocola is raar.
Maar water is gezond.
EMMA: Ja, water is gezond.
En chocola is lekker.
LARS: Ik neem nog een koekje.
Mag dat?
EMMA: Ja, jij mag nog een koekje.
Jij bent lief.
RICK: En ik?
Mag ik ook een koekje?
LARS: Nee, jij krijgt water.
Dat is beter voor jou.
RICK: Oké, oké.
Water is goed.
Maar een klein koekje mag toch?
EMMA: Vooruit, een klein koekje voor de leraar.
RICK: Dank je, Emma.
Jij bent lief.
LARS: En ik dan?
Ik ben ook lief.
EMMA: Ja, Lars, jij bent ook lief.
Iedereen is lief.
RICK: We zijn goede vrienden.
Dat is fijn.
LARS: Ja, vrienden zijn belangrijk.
EMMA: En satellieten?
Zijn die belangrijk?
RICK: Ja, satellieten helpen boeren.
En boeren geven ons eten.
LARS: Dus satellieten zijn belangrijk voor ons eten.
EMMA: En water is belangrijk voor planten.
RICK: En voor mensen.
Water is leven.
LARS: Water is leven.
Mooi gezegd, Rick.
RICK: Dank je.
Ik ben een leraar.
EMMA: Haha, ja, onze leraar.
RICK: Tot de volgende keer, vrienden.
RICK: Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
RICK: Tik op een woord als je vastloopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze