Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Meeste Mensen Deugen: Een Hoopvolle Geschiedenis

Hallo en welkom bij een nieuwe aflevering van boekisoders.

Ik ben Rick en ik ben blij dat je luistert.

Vandaag hebben we een heel speciaal boek.

Een boek dat misschien wel je hele kijk op de wereld verandert.

Ik wil je een vraag stellen om te beginnen.

Denk er even rustig over na.

Wat denk jij?

Is de mens van nature goed?

Of is de mens van nature slecht?

Als je het nieuws kijkt of een gemiddelde actiefilm,

dan is het antwoord vaak duidelijk.

De mens is slecht.

We zijn egoïstisch.

We denken alleen aan onszelf.

Onze beschaving, onze wetten en regels zijn maar een dun laagje vernis.

Daaronder zit een wild dier, klaar om te vechten voor zijn eigen overleving.

Maar wat als dat hele beeld niet klopt?

Wat als de mens eigenlijk diep van binnen heel anders is?

Dat is de centrale vraag in het boek van vandaag.

De meeste mensen deugen van de Nederlandse historicus en schrijver Rutger Bregman.

Het boek kwam uit in 2019 en werd wereldwijd een bestseller.

En dat is niet voor niets.

Bregman presenteert een radicaal idee.

De mens is niet van nature slecht, maar juist van nature goed, sociaal en behulpzaam.

En hij gebruikt honderden pagina's vol met wetenschap, geschiedenis en fascinerende verhalen

om dat te bewijzen.

Ben je er klaar voor?

Laten we samen op reis gaan door dit hoopvolle boek.

Het verhaal van de meeste mensen deugen speelt zich niet af op één plek of in één tijd.

De wereld van dit boek is onze wereld.

De personages zijn wij allemaal.

Brechman neemt ons mee door de hele menselijke geschiedenis.

Van de prehistorie tot nu.

Hij is onze gids, een soort detective die oude beroemde zaken opnieuw onderzoekt.

Zaken die ons beeld van de mensheid hebben gevormd.

Hij stelt dat we al decennia lang geloven in een verkeerd en veel te negatief beeld van onszelf.

Dit noemt hij de vernis-theorie.

De theorie dat onze beschaving maar een dun laagje is, een vernisje.

En als er een crisis is, een oorlog of een ramp, dan breekt dat vernis en komt onze ware

egoïstische aard naar boven.

Veel beroemde denkers zoals Thomas Hobbes geloofden dit.

En veel beroemde psychologische experimenten uit de twintigste eeuw leken dit te bevestigen.

En dat is waar Bregman zijn onderzoek begint.

Hij kijkt met een frisse blik naar die beroemde experimenten.

De personages in dit deel zijn de wetenschappers en de deelnemers van die studies.

Neem bijvoorbeeld het Stanford Prison Experiment uit 1991.

Je kent het verhaal vast wel.

Een professor, Philip Zimbardo, verdeelde een groep normale studenten in gevangenen en bewakers.

Binnen een paar dagen werden de bewakers sadistische monsters en moesten ze het experiment stoppen.

De conclusie was duidelijk.

In de verkeerde situatie kan iedereen een slecht mens worden.

Het is een eng en beroemd verhaal, maar Bregman ontdekte iets wat de meeste mensen niet weten.

Hij dook in de archieven en luisterde naar de originele opnames.

Wat bleek, de bewakers werden helemaal niet vanzelf slecht.

De professor, Zimbardo, had ze heel duidelijk geïnstrueerd om streng en gemeen te zijn.

Hij zei letterlijk wat ze moesten doen.

Het was geen wetenschap, het was theater.

De deelnemers deden wat de baas van het experiment van ze vroeg.

Ze waren niet per se slecht, ze waren vooral gehoorzaam.

Bregman begint zijn boek met het idee van de vernis-theorie.

Zoals ik al zei, is dit het idee dat onze beschaving, onze vriendelijkheid en moraal, maar een dun laagje is.

Een dun laagje vernis over onze ware, egoïstische en gewelddadige natuur.

Als er iets ergs gebeurt, zoals een natuurramp of een oorlog, dan krast dat het vernis weg.

Dan zie je de echte mens, een wolf, voor zijn medemens.

Dit idee is heel populair. Je ziet het in films, je leest het in boeken.

En veel mensen geloven het.

We denken dat als de regels wegvallen, er chaos en paniek uitbreekt.

Iedereen voor zichzelf, Rutger Bregman zegt, dit klopt niet.

Sterker nog, het tegenovergestelde is waar.

Hij laat met talloze voorbeelden zien dat mensen in tijden van crisis juist hun beste kant laten zien.

Na een aardbeving, een overstroming of zelfs een terroristische aanslag,

is de eerste reactie van de meeste mensen niet egoïsme, maar altruïsme.

Mensen helpen elkaar, ze delen hun eten, geven onderdak en redden vreemden uit het puin.

De paniek en de chaos waar media vaak over berichten, is meestal de grote uitzondering, niet de regel.

Het negatieve beeld is dus niet gebaseerd op de realiteit, maar op een foute veronderstelling over wie wij zijn.

Om zijn punt te maken, gaat Bregman een aantal beroemde bewijzen voor de slechtheid van de mens ontkrachten.

Het eerste grote verhaal dat hij aanpakt, is één van de beroemdste boeken van de twintigste eeuw.

Lord of the Flies van William Golding uit 1954.

In dit boek strandt een groep, Britse schooljongens, op een onbewoond eiland.

Zonder volwassenen vervallen ze al snel in een staat van wildheid.

Ze worden gewelddadig, jagen op elkaar en er vallen doden.

De boodschap van het boek is somber, zelfs onschuldige kinderen worden monsters als de beschaving wegvalt.

Het boek werd een wereldwijd succes en de titel Lord of the Flies werd een symbool voor de duistere kant van de mens.

Maar Bregman stelde zichzelf een simpele vraag, is dit ooit echt gebeurd?

Heeft een groep kinderen ooit echt zo gereageerd?

En toen ontdekte hij een ongelofelijk waargebeurd verhaal.

Het verhaal van de echte Lord of the Flies.

In 1965 besloten 6 jongens uit Tonga, een eilandengroep in de Stille Oceaan, om een avontuur te beleven.

Ze leenden een vissersboot en gingen de zee op.

Maar ze kwamen in een storm terecht.

Ze dreven acht dagen stuurloos op zee.

Uiteindelijk spoelden ze aan op een onbewoond, rotsachtig eiland, genaamd Ata.

Ze hadden bijna geen eten en geen water.

Wat denk je dat er gebeurde?

Precies het tegenovergestelde van het boek.

De jongens gingen niet vechten, ze gingen samenwerken, ze maakten een afspraak.

Als ze ruzie kregen, moesten ze allebei naar een andere kant van het eiland om af te koelen.

Pas als ze weer rustig waren, kwamen ze terug en moesten ze sorry zeggen.

Ze werkten in teams van twee.

Een team zorgde voor de tuin, een team voor de keuken en een team was op de uitkijk.

Ze hielden een vuur constant brandend.

Ze bouwden een kleine sportschool.

Baden elke dag samen en zongen liedjes die ze zelf maakten.

Ze overleefden zo niet een paar dagen of weken maar 15 maanden.

15 maanden.

Toen ze uiteindelijk gered werden door een Australische kapitein, waren ze gezond en sterk.

De kapitein was diep onder de indruk.

Hij zei, ze hadden een kleine gemeenschap gebouwd, met een moestuin, een fitnessruimte en een strikte regel om nooit ruzie te maken.

Dit waargebeurde verhaal, is het hart van Bregmans boek.

Het laat zien dat Lord of the Flies fictie is.

De realiteit is vriendschap, loyaliteit en ongelofelijke veerkracht.

Een ander beroemd verhaal dat Bregman onderzoekt, is het milgram-experiment uit de jaren 60.

Psycholoog Stanley Milgram wilde weten waarom mensen in de Tweede Wereldoorlog de bevelen van de nazi's opvolgden.

In zijn experiment moest een deelnemer, de leraar, elektrische schokken geven aan een leerling die eigenlijk een acteur was als die een fout maakte.

Bij elke fout werd de schok sterker.

De leraar hoorde de leerling schreeuwen van de pijn.

Een man in een witte laboratoriumjas, de proefleider, zei steeds, het experiment vereist dat u doorgaat.

De schokkende conclusie was dat twee derde van de deelnemers doorging tot het maximale dodelijke voltage.

Dit leek te bewijzen dat de meeste mensen blinde volgers zijn, die zonder nadenken gruwelijke dingen doen als een autoriteit dat zegt.

Maar ook hier ging Bregman dieper graven.

En wat hij vond veranderde het hele verhaal.

Ten eerste, de meeste deelnemers protesteerden hevig, ze vonden het vreselijk wat ze moesten doen.

Ze zeiden dingen als, ik wil stoppen, maar de man in de witte jas zei dat ik door moest gaan.

Ze voelden zich verantwoordelijk tegenover de wetenschapper, niet dat ze de leerling pijn wilden doen.

Ten tweede, in variaties van het experiment die Milgram niet graag publiceerde, daalde de gehoorzaamheid enorm.

Als de proefleider de kamer verliet, stopte bijna iedereen.

Als twee proefleiders ruzie maakten over of ze door moesten gaan, stopte iedereen.

En het belangrijkste, veel deelnemers geloofden gewoon niet dat de schokken echt waren.

Ze dachten dat het een spel was.

Ze deden niet mee omdat ze slecht waren, maar omdat ze de wetenschapper wilden helpen met zijn experiment.

Het beeld van de blinde, passieve volger klopt dus niet.

Mensen zijn geen robots.

Ze denken na, ze voelen en de meesten willen absoluut geen andere mensen pijn doen.

Dus als we van nature niet slecht zijn en als we in een crisis juist samenwerken, waar komt dat negatieve beeld dan vandaan?

Bregman heeft een simpele verklaring. Het nieuws.

Het nieuws is één van de belangrijkste bronnen van informatie over de wereld.

Maar het nieuws focust bijna exclusief op de uitzonderingen.

Een vliegtuig dat neerstort is nieuws.

De duizenden vliegtuigen die elke dag veilig landen, zijn dat niet.

Een terroristische aanslag is nieuws.

De miljarden kleine, vriendelijke interacties tussen mensen elke dag zijn dat niet.

Bregman zegt niet dat journalisten slechte mensen zijn.

Hij zegt dat de logica van het nieuws ons een systematisch verkeerd beeld van de wereld geeft.

Het is als een dieet van alleen maar suiker.

Je krijgt een heel eenzijdig en ongezond beeld.

Door deze constante stroom van negatieve informatie gaan we geloven dat de wereld een gevaarlijke plek is.

En dat andere mensen niet te vertrouwen zijn.

Dit creëert angst en vooroordelen.

Maar er is een medicijn tegen deze angst en dit wantrouwen.

En dat medicijn is contact.

Bregman vertelt het ontroerende verhaal van de kerstbestanden tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1914.

Na maanden van verschrikkelijke gevechten kwamen op kerstavond, Britse en Duitse soldaten, spontaan uit hun loopgraven.

De loopgraven waren de diepe greppels waarin ze leefden en vochten.

Ze stonden in het Niemandsland tussen de twee fronten.

Ze zongen kerstliedjes samen, wisselden cadeautjes uit zoals sigaretten en chocolade en lieten elkaar foto's van hun familie zien.

Ze speelden zelfs een potje voetbal.

Voor een paar uur was de oorlog weg.

Waarom?

Omdat ze de vijand niet meer zagen als een abstract monster.

Maar als een mens.

Net als zij.

Met een gezin.

Met dromen.

Met angsten.

Dit laat zien dat onze natuurlijke neiging niet is om te haten, maar om contact te zoeken.

Oorlogen zijn alleen mogelijk als leiders erin slagen om een enorme afstand te creëren tussen mensen.

Zodra die afstand verdwijnt wordt het heel moeilijk om elkaar als vijand te zien.

Wat betekent dit allemaal?

Wat zijn de grote thema's van de meeste mensen deugen?

Het belangrijkste thema is natuurlijk hoop, maar het is geen naïeve blinde hoop.

Het is een hoop die gebaseerd is op bewijs.

Bregman noemt het een nieuw realisme.

Het is realistischer om te geloven in de goedheid van de mens dan in de slechtheid.

De duizenden jaren van menselijke samenwerking en vooruitgang zijn daar het bewijs van.

Een ander belangrijk thema is de kracht van onze overtuigingen.

Wat je gelooft over andere mensen bepaalt hoe je ze behandelt.

En hoe je ze behandelt bepaalt hoe ze zich gedragen.

Als je gelooft dat mensen lui en egoïstisch zijn,

dan ontwerp je een werkplek met heel veel controle, regels en managers.

En ja, dan zullen mensen zich inderdaad zo gedragen ze doen alleen wat ze moeten doen.

Maar als je gelooft dat mensen creatief en gemotiveerd zijn,

dan geef je ze vrijheid en verantwoordelijkheid.

En dan zie je dat ze met plezier werken en geweldige dingen doen.

Dit heet een self-fulfilling prophecy.

Wat je verwacht wordt waarheid.

Bregman zegt dat we decennia lang hebben geleefd met een negatieve self-fulfilling prophecy over de mens.

Hij pleit voor een nieuwe positieve laten we systemen bouwen die gebaseerd zijn op vertrouwen,

niet op wantrouwen.

Denk aan scholen zonder cijfers, bedrijven zonder managers

en gevangenissen die gericht zijn op rehabilitatie in plaats van straf.

Hij geeft voor al deze dingen echte succesvolle voorbeelden uit de hele wereld.

Het boek eindigt niet met een simpel en ze leefden nog lang en gelukkig.

Bregman is realistisch.

Hij weet dat mensen ook slechte dingen kunnen doen,

maar hij benadrukt dat dit vaak komt door de situatie, door groepsdruk of door afstand.

Niet omdat we diep van binnen slecht zijn.

Het kwaad is vaak banaal, saai en het product van domheid, niet van pure slechtheid.

De echte revolutie zegt hij, is om uit te gaan van het goede in de ander, om te durven vertrouwen.

Wat mij het meest is bijgebleven naar het lezen van dit boek,

is het gevoel van optimisme en de praktische toepasbaarheid.

Het is niet zo maar een filosofisch idee.

Het is een handleiding voor een betere wereld die begint bij onszelf.

Hoe kijk je naar de caissière in de supermarkt?

Hoe praat je met je buren?

Ga je uit van het goede of ben je op je hoede?

Bregman laat zien dat een wereld met meer vertrouwen

Niet alleen mooier is, maar ook efficiënter en veiliger.

De meeste mensen deugen is een boek dat je uitdaagt, inspireert en je een warmer gevoel geeft over de mensheid en je plek daarin.

Het is een herinnering dat zelfs als het nieuws ons anders wil doen geloven,

de meeste mensen, net als jij en ik, gewoon het beste proberen te doen.

En dat is een ongelooflijk hoopvolle gedachten.

Dit was boekisodes van Dutch fluency.

Voor een transcript van deze aflevering en om meer Nederland te leren,

ga naar Dutch fluency.com slash transcript.

Maar die hoopvolle gedachte is meer dan alleen een fijn gevoel.

Het is ook een krachtig mechanisme.

Bregman besteedt veel aandacht aan wat psychologen het Pygmalion-effect noemen.

Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eigenlijk heel simpel.

Het betekent dat mensen de neiging hebben om te voldoen aan de verwachtingen die we van hen hebben.

Als je een kind constant vertelt dat het slim en kapabel is,

zal het waarschijnlijk beter presteren op school.

Als je werknemers vertrouwen en autonomie geeft,

zullen ze meer verantwoordelijkheid nemen en creatiever zijn.

Het omgekeerde is helaas ook waar.

Als je mensen behandelt, als ze dieven of leugenaars zijn,

is de kans groter dat ze zich ook zo gaan gedragen.

Ons beeld van de ander is dus geen passieve observatie.

Het is een actieve kracht die de werkelijkheid vorm geeft.

Denk bijvoorbeeld aan twee verschillende bedrijven.

In het ene bedrijf hangen overal camera's,

moet iedereen in en uitklokken en controleert de manager elke stap van zijn team.

De sfeer is gespannen.

Mensen doen precies wat er van hen gevraagd wordt en niet meer.

En ze zijn bang om fouten te maken.

In het andere bedrijf is er flexibiliteit.

Medewerkers mogen hun eigen tijd indelen

en krijgen de vrijheid om projecten op hun eigen manier aan te pakken.

De manager geeft vertrouwen en focust op de resultaten,

niet op de controle.

In welk bedrijf denk je dat mensen gelukkiger zijn

en waar worden de beste resultaten behaald?

Bregman laat met talloze voorbeelden zien

dat vertrouwen niet alleen prettiger is,

maar ook economisch slimmer.

Het leidt tot meer innovatie, minder burnouts

en een hogere productiviteit.

Eén van de meest indrukwekkende voorbeelden in het boek

komt uit de wereld van Justitie.

Bregman beschrijft een gevangenis in Noorwegen

die meer lijkt op een klein dorp dan op een strafinstituut.

De bewakers dragen geen wapens en eten samen met de gevangenen.

De gevangenen hebben hun eigen sleutel van hun kamer,

kunnen een opleiding volgen en leren koken.

Het idee is niet om mensen te straffen,

maar om ze voor te bereiden op een terugkeer in de maatschappij.

De focus ligt op normalisering en menselijkheid.

Critici zeiden dat dit een gevaarlijk en naïef experiment was.

Maar wat blijkt?

De recidive,

dus het percentage gevangenen

dat na vrijlating opnieuw de fout ingaat,

is in Noorwegen een van de laagste ter wereld.

Door gevangenen als mensen te behandelen,

met het potentieel om te veranderen,

help je ze om betere burgers te worden.

Het is het Pygmalion Effect op grote schaal.

Dit betekent natuurlijk niet dat we naïef moeten zijn.

Bregman zegt niet dat iedereen altijd te vertrouwen is

of dat er geen kwaad bestaat,

natuurlijk zijn er mensen die slechte dingen doen.

Maar zij zijn de uitzondering, niet de regel.

Het probleem is dat onze hele samenleving

van ons rechtssysteem tot ons economisch systeem

en de media is ingericht op basis van die uitzonderingen.

We maken wetten en regels

voor de 1 procent die de boel bedriegt,

maar die regels frustreren de 99 procent die het goed bedoelt.

Dit wantrouwen kost ons niet alleen veel geld,

maar ook veel levensvreugde en menselijk contact.

Het creëert een wereld waarin we constant op onze hoede zijn

voor de ander terwijl die ander waarschijnlijk net zo is als wij.

En dit brengt ons terug bij onszelf in ons dagelijks leven.

Hoe pas je dit toe? Het begint klein.

De volgende keer dat iemand je afsnijdt in het verkeer,

kun je denken wat een idioot of je kunt denken.

Misschien heeft die persoon haast omdat er thuis een noodgeval is.

Misschien heeft hij mij niet gezien.

Je geeft de ander het voordeel van de twijfel.

Als een collega een fout maakt,

kun je boos worden of je kunt vragen of alles goed gaat.

En hoe je kunt helpen.

Het is een kleine verschuving in je denken,

van uitgaan van het slechtste naar uitgaan van het beste.

Het is niet altijd makkelijk, zeker niet als je een slechte dag hebt.

Maar elke keer dat je ervoor kiest om te vertrouwen,

maak je de wereld een klein beetje beter.

Voor de ander, maar ook voor jezelf.

Want leven in een wereld waarin je gelooft,

dat de meeste mensen deugen,

is simpelweg een stuk aangenamer.

Zelfs bij het leren van een taal zoals het Nederlands,

zie je dit principe terug.

Veel studenten zijn bang om te spreken.

Ze zijn bang om fouten te maken,

bang dat mensen hen zullen uitlachen of ongeduldig worden.

Ze gaan uit van een negatieve reactie,

maar de realiteit zoals de meeste van jullie

waarschijnlijk al hebben ervaren,

is heel anders.

De meeste Nederlanders vinden het fantastisch

als je hun taal probeert te spreken.

Ze zullen je geduldig helpen,

je fouten corrigeren als je dat wilt

en je aanmoedigen.

Ze deugen.

Als je uitgaat van die positieve intentie,

durf je veel meer te spreken

en leer je veel sneller.

Het vertrouwen dat je geeft,

krijg je terug in de vorm van hulp

en vriendelijkheid.

Het boek, de meeste mensen deugen,

is dus uiteindelijk een oproep tot actie,

een oproep om de cynische bril af te zetten,

die ons zo vaak wordt aangereikt

door het nieuws en de cultuur om ons heen.

Het is een uitnodiging om realistischer

naar de mensheid te kijken.

Een realisme dat gebaseerd is op wetenschap,

geschiedenis, en talloze voorbeelden.

Een realisme dat ons vertelt

dat samenwerking niet competitie

onze grootste kracht is.

Dat we van nature, sociaal en behulpzaam zijn.

Het lezen van dit boek voelt als een bevrijding.

Het geeft je de argumenten

en het zelfvertrouwen om te geloven in iets

wat je diep van binnen misschien altijd al voelde.

Dat het wel goed zit met ons.

Bedankt voor het luisteren naar deze boekisode.

Ik hoop dat het je heeft geïnspireerd

om misschien zelf het boek te lezen

of in ieder geval de ideeën mee te nemen in je dag.

Ik ben Rick van Dutch Fluency

en ik wens je een hele fijne dag.

Keer?

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze