Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Het Grote Vuur

Lars werkt hard.

Lars is een sterke man.

Hij houdt van zijn werk.

Zijn werk is belangrijk.

Elke dag gaat Lars vroeg op.

Hij drinkt koffie.

De koffie is warm.

Lars is blij.

Vandaag is het heel heet.

De zon is groot en oranje.

Lars kijkt naar buiten.

Hij ziet rook.

De rook is zwart.

De rook is heel erg.

Lars staat op.

Hij loopt snel naar buiten.

Buiten is het warm.

Heel erg warm.

Lars ziet vuur.

Het vuur is groot.

Het vuur is rood en oranje.

Lars roept: "Help!

Er is vuur!" Zijn vriend Erik hoort dit.

Erik komt snel.

Erik is ook een sterke man.

Lars en Erik lopen naar het vuur.

Het vuur is heel groot.

Lars heeft water.

Hij gooit water op het vuur.

Erik helpt ook.

Ze werken hard.

Ze werken samen.

Het is zwaar werk.

Maar het vuur is te groot.

Lars valt.

Erik ziet dit.

Erik roept: "Lars!

Lars!" Lars ligt op de grond.

Erik is bang.

Erik roept om hulp.

Meer mensen komen.

Ze helpen Lars.

Ze brengen Lars weg.

Erik wacht.

Hij zit op een stoel.

Hij drinkt water.

Het water is koud.

Erik denkt aan Lars.

Lars is zijn vriend.

Een goede vriend.

Erik is bang voor Lars.

Een vrouw komt naar Erik.

Zij heet Sara.

Sara zegt: "Hoe gaat het?" Erik zegt: "Ik weet het niet." Sara pakt de hand van Erik.

Ze zitten samen.

Ze wachten.

Dan komt een man.

De man zegt: "Het gaat niet goed met Lars." Erik kijkt naar Sara.

Sara kijkt naar Erik.

Ze zijn stil.

Ze zijn heel stil.

Later is Lars er niet meer.

Erik staat buiten.

Hij kijkt naar de lucht.

De lucht is blauw.

De zon schijnt.

Erik denkt: "Lars is een goede man." Erik is heel erg bedroefd.

Sara staat naast Erik.

Ze zegt niets.

Ze zijn samen.

De mensen in de stad denken aan Lars.

Een kind legt bloemen neer.

De bloemen zijn geel en rood.

Een oude man kijkt naar de bloemen.

Hij zegt: "Lars is een held." Veel mensen knikken.

Ze zijn allemaal bedroefd.

Erik gaat naar huis.

Hij zit aan tafel.

Hij drinkt koffie.

De koffie is warm.

Hij denkt aan Lars.

Lars drinkt ook altijd koffie.

Elke ochtend.

Samen.

Erik kijkt naar de lege stoel.

De stoel van Lars.

Erik zegt zacht: "Dag Lars." Hij drinkt zijn koffie op.

Buiten schijnt de zon.

De dag gaat verder.

Maar Erik denkt de hele dag aan Lars.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze