Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Saar tekent de stad

Saar woont in Amsterdam.

Ze kijkt uit het raam.

De lucht is grijs.

Het regent een beetje.

Een fiets staat op straat.

De fiets is geel.

Saar houdt van geel.

Ze tekent graag.

Vandaag tekent ze de stad.

Ze pakt papier.

Ze zoekt haar pen.

De pen ligt niet op tafel.

Saar kijkt onder de tafel.

Daar liggen haar schoenen.

Ze kijkt naast haar boek.

Daar ligt een rode pen.

Saar zoekt haar blauwe pen.

Ze kijkt in haar jas.

Ze kijkt achter haar kop.

haar kop is leeg.

haar pen is weg.

Joost komt naar haar huis.

Hij heeft een blauwe jas.

Zijn schoenen zijn nat.

Hij kijkt naar Saar.

Hij lacht een beetje.

Saar kijkt naar Joost.

Ze zegt, waar is mijn pen?

Joost zegt.

Kijk naast je oor.

Saar voelt naast haar oor.

Daar zit haar pen.

Saar lacht ook.

Mijn oor heeft een pen.

Joost zegt.

Mijn oor heeft niets.

Hij kijkt naar zijn jas.

Daar zit zijn pen.

Zijn pen is groen.

Saar pakt haar blauwe pen.

Ze pakt ook haar papier.

Ze doet haar jas aan.

Ze gaat met Joost naar de straat.

De regen stopt.

De lucht is nog grijs.

Saar ziet een rode auto.

Joost ziet een witte kat.

De kat zit voor een raam.

Saar tekent het raam.

Ze tekent ook de kat.

De kat kijkt naar Saar.

Saar kijkt naar de kat.

Joost zegt.

De kat kijkt naar mij.

Ze lopen door de stad.

Saar hoort veel mensen.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Er zijn veel mensen.

De mensen staan op straat.

Sommige mensen hebben papier.

Een man zegt.

Hamas is goed.

Saar kijkt naar Joost.

Ze vindt dat niet fijn.

Een andere man kijkt boos.

Saar doet haar papier in haar jas.

Ze wil hier niet tekenen.

Joost staat naast Saar.

Waar wil je heen? vraagt hij.

Saar kijkt naar een kleine straat.

Ik wil daar tekenen, zegt ze.

Ze lopen naar de kleine straat.

Hier zijn weinig mensen.

Een vrouw loopt met een fiets.

Ze zegt.

Hallo.

Saar zegt ook, hallo.

Joost kijkt naar de huizen.

Een huis heeft een rode deur.

Een ander huis heeft blauwe ramen.

Saar vindt de kleuren mooi.

Ze pakt haar papier.

Ze tekent een rode deur.

Maar haar pen is blauw.

Nu is de deur ook blauw.

Joost kijkt naar het papier.

Een blauwe deur, zegt hij.

Saar lacht weer.

Joost pakt zijn groene pen.

Hij tekent een auto.

De auto heeft drie ramen.

Hij tekent ook een fiets.

De fiets is heel klein.

Saar kijkt naar zijn papier.

Is dat jouw fiets, vraagt ze?

Joost zegt.

Mijn fiets is groot.

Hij tekent een kleine man.

De man heeft grote schoenen.

Dan komt de zon.

Saar voelt de zon op haar gezicht.

Haar jas is nu droog.

Joost kijkt naar de lucht.

Ze lopen naar huis.

Saar legt haar papier op tafel.

Ze kijkt naar haar blauwe deur.

Ze voelt zich goed.

Haar pen zit weer naast haar oor.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause