Alle podcasts

Het laatste hoofdstuk

Het was een grijze dinsdagochtend toen Erik, leraar biologie op een middelbare school in Utrecht, het bericht op zijn telefoon zag. ‘Body Worlds-oprichter Gunther von Hagens overleden op 81-jarige leeftijd.’ Hij staarde naar het scherm, terwijl de regen tegen het raam van de lerarenkamer tikte.

De kamer rook naar koffie en oude papieren.

Een collega bladerde door een tijdschrift, maar Erik hoorde alleen het zachte getik van de regen.

Vreemd, dacht hij, hoe een nieuwsbericht je ineens terug kan brengen naar jaren geleden.

Erik herinnerde zich de tentoonstelling die hij als student in Amsterdam had bezocht.

Het was een koude winterdag, en hij liep alleen door de straten naar het museum.

Binnen was het stil en koel.

De zalen waren gedimd verlicht, met spotlights op de geprepareerde lichamen.

Hij hoorde zijn eigen voetstappen op de houten vloer.

Er hing een lichte, indringende geur die hij niet kon plaatsen.

Hij was toen negentien en nieuwsgierig naar hoe het menselijk lichaam er vanbinnen uitzag.

Zijn professor had gezegd: ‘Ga kijken, het is een bijzondere ervaring.’ En dat was het zeker.

De zalen waren gevuld met echte lichamen die op een speciale manier waren behandeld zodat ze niet vergingen.

Ze waren in allerlei houdingen gezet: een schaatser, een denker, een man die een paard vastheld.

Erik had er uren rondgelopen, gefascineerd maar ook een beetje ongemakkelijk.

Hij voelde een mengeling van fascinatie en onbehagen.

Hij had zich afgevraagd: is dit wel gepast om zulke dingen aan het publiek te tonen?

Maar tegelijkertijd had hij veel geleerd over spieren, organen en botten.

Later, als docent, had hij zijn eigen leerlingen vaak verteld over die ervaring. ‘Het heeft me laten zien hoe bijzonder ons lichaam is,’ zei hij dan. ‘En hoe belangrijk het is om er goed voor te zorgen.’ Zijn collega Marieke, die naast hem zat, zag zijn gezicht. ‘Alles goed, Erik?’ vroeg ze. ‘Ja, ik las net dat Gunther von Hagens is overleden.

Ken je hem?’ Marieke knikte langzaam. ‘Natuurlijk, van die tentoonstelling met die bewaarde lichamen.

Mijn oom was arts en vond het maar niks.

Hij zei dat het niet respectvol was.

Maar ik herinner me dat ik als tiener foto's zag en er juist heel nieuwsgierig van werd.’ Erik zuchtte. ‘Ik begrijp zijn bezwaar wel.

Maar ik denk dat de tentoonstelling veel mensen heeft laten nadenken over hun eigen gezondheid.

Zelfs al was het soms best heftig om te zien.’ Hij stond op en liep naar het raam.

Buiten zag hij de leerlingen over het schoolplein rennen, hun rugzakken op en neer dansend.

Het geluid van hun stemmen drong gedempt door het glas. ‘Weet je,’ vervolgde hij, ‘als ik eraan terugdenk, besef ik dat die tentoonstelling me heeft geholpen om te kiezen voor het onderwijs.

Ik wilde anderen laten zien wat ik had gezien: hoe ingenieus het menselijk lichaam in elkaar zit.

Niet om te choqueren, maar om te verwonderen.’ Marieke keek hem aan. ‘En wat vind je nu, nu hij er niet meer is?’ Erik draaide zich om. ‘Ik denk dat hij een indruk heeft achtergelaten.

Mensen zullen discussiëren over wat hij deed, maar niemand kan ontkennen dat hij een manier vond om dingen te laten zien die normaal verborgen blijven.

Zelfs als je het er niet mee eens bent, kun je niet ontkennen dat het bijzonder was.’ Na de lunch besloot Erik om in zijn les kort aandacht aan het nieuws te besteden.

Hij vertelde zijn klas over Von Hagens, zonder al te veel details, en vroeg wat zij ervan vonden.

Een leerling stak zijn hand op. ‘Meneer, is het niet een beetje raar dat iemand zijn lichaam aan zo’n tentoonstelling geeft?’ Erik glimlachte. ‘Dat is een goede vraag.

Sommige mensen vinden van wel.

Anderen zien het als een manier om bij te dragen aan kennis.

Het is een keuze die niet iedereen zou maken.

Maar het zet je wel aan het denken, nietwaar?’ Een andere leerling voegde toe: ‘Het lijkt me eng om zelf zo tentoongesteld te worden.’ Erik knikte. ‘Ja, dat begrijp ik.

Het is een heel persoonlijke beslissing.’ De les eindigde met een stille reflectie.

Terwijl Erik zijn spullen opruimde, dacht hij aan de man die hij nooit had ontmoet, maar die toch een rol in zijn leven had gespeeld.

Hij realiseerde zich dat het niet alleen om de lichamen ging, maar om de vragen die ze oproepen.

Vragen over wat we met ons lichaam doen na de dood.

Over hoe we leren en herinneren.

En over wat we achterlaten.

Hij voelde een lichte dankbaarheid voor die ervaring van lang geleden.

Buiten was de regen gestopt.

De lucht trok open en een flauw zonnetje brak door.

Het licht viel schuin door het raam en wierp lange schaduwen op de vloer.

Erik pakte zijn jas en liep naar de deur.

Hij voelde zich vreemd mild.

Het leven gaat door, dacht hij, zelfs als bijzondere mensen vertrekken.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze