

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Emma, he, welkom in de Amsterdam.
Hoe was de Rijs?
Hoi Lars, de Rijs was goed, maar wel lang.
3 uur in de trein.
Ja, dat is een lange Rijs.
Kom, we gaan naar buiten.
Heb je een fiets?
Nee, ik heb geen fiets.
Mijn huisgenoot heeft een fiets, maar die is op slotwijd stationen nu terecht.
Oké, geen probleem.
We kunnen de tram nemen naar mijn huis.
De tram?
Ik heb geen overige chipkart.
Waar kan ik die kopen?
Daar, bij de kassa.
Je kunt een nieuwe kaart kopen en geld op laden.
Hoeveel moet ik op laden?
20 euro is genoeg voor het weekend.
Dan kun je makkelijk rondkomen in de stad.
Goed idee.
En morgen kunnen we fietsen, toch?
Ja, ik heb een extra fiets voor jou.
Maar wacht even, waar is mijn fiets?
Is hij niet op slot, hierbij het station?
Je wel, maar oh nee, het slot is kapot.
Mijn fiets is gestolen.
Wat?
Gestolen maak je geen zorgen.
We vinden een oplossing.
Dit gebeurt te vaak in Amsterdam.
Ik moet naar de politie gaan en het vreemnummer geven.
Het vreemnummer, wat is dat?
Dat is het identificatie nummer van de fiets.
Elke fiets heeft een uniek nummer op het vreem.
Ah, zoals een kenteken voor een auto.
Precies, maar nu moeten we allebei de tram nemen.
Kom, de tram halte is daar.
Oké, welke tram gaat naar jouw huis?
Tram 13, maar het is nu spitsuur, dus de tram is waarschijnlijk vol.
Spitsuur, hoe laat is het dan?
Het is half zes, tussen vijf en zeven uur is het altijd druk.
Misschien moet we een abonnement kopen voor de tram.
Nee, dat is niet nodig voor een weekend.
Je overheet chipkart is genoeg.
Oké, dan ga ik nu naar de kassa.
Wacht hier op mij?
Ja, ik wacht hier.
En dan bell ik de politie over mijn gestolen fiets.
Hoe was de reis?
Huisgenoot?
Op slot?
Tram?
Kassa?
Opladen?
Rond?
Komen?
Gestolen?
Maak je geen zorgen?
Vreemnummer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze