

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Sara woont in een rustige straat in Rotterdam.
Ze heeft een klein appartement op de tweede verdieping.
Elke ochtend drinkt ze koffie bij het raam.
Ze kijkt naar de straat en de buren.
De koffie ruikt lekker.
Buiten hoort ze vogels fluiten.
Ze ziet de bomen groen worden.
Het is lente.
Op een maandag ziet Sara iets vreemds.
De buurman, meneer Vos, staat voor zijn deur.
Hij praat hard met een andere man.
Sara kent die andere man niet.
De man heeft een grote tas bij zich.
De tas is zwart en groot.
Meneer Vos kijkt snel om zich heen.
Dan gaan ze snel naar binnen.
De deur gaat hard dicht.
Sara fronst haar wenkbrauwen.
Dat is raar, denkt ze.
Meneer Vos is normaal heel rustig.
Hij groet altijd vriendelijk.
Maar vandaag ziet hij er anders uit.
Hij ziet er zenuwachtig uit.
Zijn gezicht is bleek.
Sara voelt een koude rilling.
Later die dag gaat Sara naar de bakker.
Ze koopt twee croissants en een brood.
De bakker, meneer Hooft, staat achter de toonbank.
Hij ruikt naar vers brood.
Dat is altijd fijn.
De winkel is warm.
Sara hoort het geluid van de kassa.
"Goedemorgen, Sara," zegt meneer Hooft.
"Alles goed?" "Ja, dank u," zegt Sara.
"Maar ik zag iets vreemds bij mijn buurman." Meneer Hooft luistert.
Sara vertelt over de twee mannen.
Ze vertelt over de grote tas.
Ze vertelt dat meneer Vos er zenuwachtig uitzag.
"Hmm," zegt meneer Hooft.
"Dat klinkt inderdaad raar.
Maar misschien is er een goede reden." "Ja, misschien," zegt Sara.
"Maar ik voel me niet goed bij dit." Sara loopt terug naar huis.
Ze denkt na.
Ze hoort op het nieuws soms over mannen die slecht doen.
Ze hoort over vrouwen die hulp nodig hebben.
Ze wil geen problemen maken.
Maar ze wil ook niet niets doen.
Ze voelt zich onrustig.
Thuis belt ze haar vriendin Lena.
Lena woont in Den Haag.
Ze is altijd rustig en slim.
"Lena, ik zag iets vreemds," zegt Sara.
"Wat dan?" vraagt Lena.
Sara vertelt alles.
Lena luistert goed.
Sara hoort Lena ademen aan de telefoon.
"Sara, jij hebt een goed gevoel," zegt Lena.
"Als iets raar voelt, is dat belangrijk.
Je kunt naar de wijkagent gaan.
Dat is niet erg.
Dat is slim." "Maar stel dat ik het mis heb?" zegt Sara.
"Dan is er niets aan de hand," zegt Lena.
"Maar als je gelijk hebt, help je misschien iemand." Sara denkt hier lang over na.
Ze drinkt nog een kop koffie.
De koffie is warm.
Ze kijkt weer naar de straat.
Het is nu stil buiten.
Een kind speelt met een bal.
Een kat loopt langs de muur.
De lucht is blauw.
De volgende ochtend gaat Sara naar het wijkbureau.
Het is een klein gebouw met een blauwe deur.
Ze vertelt rustig wat ze zag.
De medewerker schrijft alles op.
Hij is vriendelijk en serieus.
Zijn stem is kalm.
"Dank u wel," zegt hij.
"We kijken ernaar." Sara loopt naar buiten.
De zon schijnt.
Ze voelt zich beter.
Ze weet niet wat er gaat gebeuren.
Maar ze deed iets.
Ze keek goed om zich heen.
Ze sprak met iemand.
Dat is al veel.
Thuis stuurt ze een berichtje aan Lena: "Ik heb het gedaan.
Dank je." Lena stuurt terug: "Goed zo, Sara.
Jij bent dapper." Sara lacht.
Ze pakt haar croissant.
Die is nog een beetje warm.
Lekker.
Ze denkt aan de buurman.
Ze hoopt dat alles goed komt.
Ze is blij dat ze iets deed.
Soms is een klein gevoel heel belangrijk.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze