

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Lisa and Tom are flatmates in Utrecht.
Lisa has just discovered that Tom secretly writes poetry, and she wants to know more about it.
What starts as a joke about his love poems turns into a real conversation about creativity, embarrassment, and their upcoming neighbourhood poetry evening.
Lisa: Tom!
Wat is dit?
Ik vond het onder de bank.
Tom: Eh... dat is niets.
Geef terug!
Lisa: Nee, wacht.
"Jouw ogen zijn als de zon." Is dit een gedicht?
Tom: Lisa, alsjeblieft.
Het is oud.
Van vroeger.
Lisa: Van vroeger?
Het papier is nieuw.
Ik zie de datum.
Gisteren!
Tom: Oké, oké.
Ja, ik schrijf gedichten.
Soms.
Niet vaak.
Lisa: Waarom heb je dat nooit verteld?
Dit is leuk!
Tom: Leuk?
Het is gênant.
Ik ben geen dichter.
Lisa: Maar je rijmt!
"Zon" en "bron".
Dat is toch iets.
Tom: Dat is toeval.
Iedereen kan rijmen.
Lisa: Ik niet.
Ik ben slecht in Nederlands.
Jij bent hier geboren.
Tom: Rijmen heeft niets met taal te maken.
Het is gevoel.
Lisa: Gevoel?
Over wie gaat het dan?
Over je ogen en de zon?
Tom: Niemand.
Het is gewoon een oefening.
Lisa: Een oefening?
Tom, je bloost.
Je wordt rood!
Tom: Ik bloos niet.
Het is warm hier.
Lisa: Het is tien graden buiten.
En de verwarming staat laag.
Tom: Nou... misschien gaat het over iemand.
Maar dat zeg ik niet.
Lisa: Kom op!
Ik ben je huisgenoot.
Ik vertel jou ook alles.
Tom: Nee, dat doe je niet.
Jij vertelt nooit over je date met Peter.
Lisa: Dat is anders.
Dat is privé.
Dit is... literatuur!
Tom: Literatuur?
Het is een gedichtje van vier regels.
Lisa: Vier regels is genoeg.
Kijk naar de dichter Vasalis.
Korte gedichten.
Tom: Ken je Vasalis?
Jij verrast me.
Lisa: Ik heb een cursus gedaan.
Nederlandse literatuur.
Vorig jaar.
Tom: Echt?
En je zei nooit iets?
Lisa: Jij vroeg nooit.
Ik heb een boekje met gedichten.
Wil je het zien?
Tom: Nu?
Eh... ja, oké.
Waarom niet.
Lisa: Wacht, ik pak het.
Het ligt in mijn kamer.
Tom: Lisa, wacht.
Ik wil iets vragen.
Heb je echt een cursus gedaan?
Lisa: Ja, bij de volksuniversiteit.
Elke dinsdagavond.
Tom: Hm.
Ik heb ook iets.
Een briefje van de buurtkrant.
Lisa: De buurtkrant?
Wat staat erin?
Tom: Er is een poëzieavond.
Volgende maand.
In het buurthuis.
Lisa: Echt?
Dat is perfect!
We gaan samen.
Tom: Nee, nee, nee.
Ik lees niet voor.
Dat durf ik niet.
Lisa: Waarom niet?
Je gedichten zijn goed.
Ik vond ze mooi.
Tom: Je vond één gedicht.
En je lachte.
Lisa: Ik lachte niet.
Ik was verrast.
Er is een verschil.
Tom: Mensen lachen om mijn gedichten.
Ik heb het eerder meegemaakt.
Lisa: Op school?
Wat is er gebeurd?
Tom: Groep acht.
Juf De Vries.
Ik las een gedicht voor.
Iedereen lachte.
Lisa: O, Tom.
Dat is lang geleden.
Je was een kind.
Tom: Ik weet het.
Maar ik voel het nog.
Elke keer als ik schrijf.
Lisa: Daarom schrijf je in het geheim.
Onder de bank.
Tom: Ja.
Dom, hè?
Lisa: Nee.
Niet dom.
Maar wel zonde.
Je bent echt goed.
Tom: Denk je dat echt?
Lisa: Ja.
Ik zou het zeggen als het slecht was.
Ik ben eerlijk.
Tom: Oké.
Misschien... misschien ga ik mee.
Alleen kijken.
Niet lezen.
Lisa: Mooi.
Ik lees dan wel voor.
Ik heb ook een gedicht.
Tom: Jij?
Jij schrijft ook?
Lisa: Een klein beetje.
Over de grachten.
En de regen.
Tom: Ik wil het lezen.
Alsjeblieft.
Lisa: Alleen als jij je gedicht over de zon laat zien.
Het hele gedicht.
Tom: Afgesproken.
Maar niet lachen.
Lisa: Beloofd.
Ik lach nooit om gedichten.
Alleen om jou.
Tom: Dat is niet beter, Lisa.
Lisa: Grapje!
Kom, we gaan koffie drinken.
En dan praten we over de avond.
Tom: Oké.
Maar één ding: de buurtkrant zegt dat er een jury is.
Lisa: Een jury?
Spannend.
Wie zit er in de jury?
Tom: Weet ik niet.
Ik hoop geen juf De Vries.
Lisa: Tom, dat is twintig jaar geleden.
Ze is vast met pensioen.
Tom: Je weet maar nooit.
Die vrouwen leven lang.
Lisa: Kom.
Koffie.
En dan oefenen we samen.
Tom: Samen?
Jij en ik? hardop lezen?
Lisa: Ja.
In de woonkamer.
Voor de spiegel.
Tom: Dit wordt een ramp.
Lisa: Nee.
Dit wordt het begin van iets moois.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause