

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben een student. Ik woon in een huis. Ik heb een vriend.
Mijn vriend is ook student. Wij eten vaak samen.
Vandaag maken wij pannenkoeken. Ik heb een recept.
Het recept is speciaal. Het is een groen recept.
Ik heb melk. Ik heb spinatie. Ik doe de spinatie is in de melk.
Ik gebruik een blender. De melk is nu groen.
Ik heb ook een kom. In de kom doe ik pannenkoeken mix.
Ik heb ook eieren. Ik doe de eieren in de kom.
Ik mix alles goed. De groene melk gaat erbij.
Ik heb een pan. De pan staat op het vuur.
Het vuur is laag.
Ik doe een beetje boter in de pan.
De boter is warm. Ik doe het pannenkoeken beslag in de pan.
De pannenkoek is groen. Het is een rare pannenkoek.
Hij wordt snel bruin. Ik draai de pannenkoek om.
Mijn vriend komt kijken.
Wat is dat? Vraagt hij.
Het is een groene pannenkoek, zeg ik.
Met spinatie. Ik proef de pannenkoek.
De smake is anders. Ik proef de spinatie.
Het is wel lekker. Mijn vriend proeft ook.
Hmm, zeg hij. Het is wel lekker, maar een beetje raar.
Wij eten alle pannenkoeken op.
Het is een groene maaltijd. Het is een beetje gek.
Maar het is wel goed. Het regent vandaag.
Het is typisch Nederlands weer.
Maar wij hebben groene pannenkoeken. Dat is leuk.
Ik ben blij.
Mijn vriend is ook blij. Wij gaan nu studeren.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze