

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hè, ik las iets over posters op Schiphol.
SOPHIE: Wat dan?
Ik hoorde er ook iets over, maar ik weet niet precies wat.
DAAN: Posters tegen meisjesbesnijdenis?
Ik zag ze laatst op een foto.
RICK: Ja, precies.
De Tweede Kamer zegt dat het niet genoeg is.
SOPHIE: O, dat is interessant.
Waarom zeggen ze dat?
DAAN: Waarom is het niet genoeg?
Posters lijken toch een goed idee?
RICK: Want het probleem zit in de cultuur.
Het is diep, het is niet alleen een poster die het oplost.
SOPHIE: Dus posters helpen niet?
Ik dacht dat ze mensen bewust maken.
RICK: Nee, de minister wil meer actie.
Ze zegt dat we meer moeten doen dan alleen posters.
DAAN: Wat voor actie?
Bijvoorbeeld praten met mensen?
RICK: Hulp voor meisjes en voorlichting op scholen.
Dat is wat de minister wil.
SOPHIE: Dat klinkt goed.
Voorlichting op scholen, dat kan echt helpen.
DAAN: Maar hoe praat je daarover?
Het is moeilijk.
Ik weet niet hoe ik dat moet doen.
SOPHIE: Want het is een gevoelig onderwerp.
Mensen worden snel boos of verdrietig.
RICK: Daarom is samenwerken belangrijk.
Met scholen, dokters en ook met families.
DAAN: Met scholen en dokters?
Ja, dat klinkt logisch.
Zij weten hoe ze moeten praten.
RICK: Ja, en met families.
Families spelen een grote rol in de cultuur.
SOPHIE: Maar mensen weten niet altijd wat het is.
Soms denken ze dat het normaal is.
DAAN: Nee, en dat is het probleem.
Ze weten niet dat het gevaarlijk is.
RICK: Dus voorlichting is een goed idee.
Als mensen het begrijpen, kunnen ze helpen.
SOPHIE: Maar posters op Schiphol zijn een begin.
Ze laten zien dat het een probleem is.
DAAN: Ja, maar niet genoeg.
We moeten meer doen, zoals praten en uitleggen.
RICK: Precies, er is meer nodig.
De overheid moet ook actie nemen.
SOPHIE: Wat vind jij, Daan?
Denk jij dat posters werken?
DAAN: Ik denk dat gesprekken helpen.
Als ik met mijn vrienden praat, leren we meer.
RICK: Ja, praten met elkaar.
Dat is hoe we dingen veranderen.
SOPHIE: Maar dat is niet makkelijk.
Soms is het eng om te beginnen.
DAAN: Nee, maar het is belangrijk.
We moeten het proberen, stap voor stap.
RICK: En de overheid moet ook actie nemen.
Zij kunnen wetten maken en geld geven.
SOPHIE: Dus de Tweede Kamer heeft gelijk?
Zij zeggen dat posters niet genoeg zijn.
RICK: Ja, zij zien dat het niet stopt.
Het probleem blijft, dus we moeten harder werken.
DAAN: Maar het is een groot probleem.
Het gebeurt in veel landen, niet alleen hier.
SOPHIE: En het gebeurt in Nederland ook.
Dat vind ik heel erg.
RICK: Ja, dat is schokkend.
Ik las dat er elk jaar meisjes zijn die het meemaken.
DAAN: Dus wij moeten erover praten.
Zodat mensen het weten en kunnen helpen.
SOPHIE: En dat doen we nu.
We praten erover tijdens de lunch, dat is al goed.
RICK: Grappig, we hebben het over nieuws.
Normaal praten we over werk of vakantie.
DAAN: Ja, tijdens de lunch.
Maar dit is interessanter dan werk, toch?
SOPHIE: Normaal praten we over werk.
Maar dit is ook belangrijk, misschien wel belangrijker.
RICK: Maar dit is ook belangrijk.
Het gaat over mensen, over meisjes.
DAAN: Eens, ik vind het goed om te weten.
Dan kan ik er met anderen over praten.
SOPHIE: En dan kunnen we helpen.
Door te praten en te delen wat we weten.
RICK: Ja, door te praten en te delen.
Elke kleine stap helpt.
DAAN: Precies, dat is een begin.
Een gesprek kan een verschil maken.
SOPHIE: Dus de posters zijn niet voor niets.
Ze maken mensen bewust van het probleem.
RICK: Nee, ze maken mensen bewust.
Maar bewust zijn is niet genoeg.
DAAN: Maar er is meer nodig.
Actie, zoals voorlichting en hulp.
RICK: Ja, zoals voorlichting op scholen.
En hulp voor meisjes die het hebben meegemaakt.
SOPHIE: En hulp voor meisjes.
Dat is het belangrijkste, dat zij veilig zijn.
DAAN: Dat is een goed plan.
Ik hoop dat de minister het echt doet.
RICK: De minister werkt eraan.
Ze heeft gezegd dat ze meer geld geeft.
SOPHIE: Hopelijk helpt het.
Ik wil dat het stopt.
DAAN: Ja, ik hoop het ook.
Het is een moeilijk probleem, maar we kunnen het oplossen.
RICK: Oké, tijd om weer te werken.
Maar dit was een goed gesprek.
SOPHIE: Ja, leuk gesprek.
Laten we er volgende week weer over praten.
DAAN: Tot later.
En denk aan wat we zeiden, praten helpt.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze