

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, hoor jullie dat nieuws over die oude verkrachtingszaak?
TOM: Welke zaak?
Ik lees niet veel nieuws.
Ik kijk meer naar films.
JULIA: Vertel op, Rick.
Wat is er gebeurd?
Ik ben nieuwsgierig.
RICK: Een DNA-match leidt nu tot een arrestatie.
Een man van 38 jaar.
Hij heet Mark, geloof ik.
TOM: Een verkrachting uit 2006?
Dat is lang geleden.
Bijna twintig jaar.
JULIA: De politie gebruikt DNA.
Het bewijs blijft goed.
Zelfs na al die jaren.
RICK: Precies.
Ze vonden een match in de databank.
Die databank is groot.
TOM: Dus hij loopt al jaren vrij rond.
Misschien deed hij andere dingen.
JULIA: Dat vind ik eng.
Je weet nooit wie in je buurt woont.
Mijn buurman is ook stil.
RICK: Het slachtoffer krijgt nu gerechtigheid.
Na al die tijd.
Ze wachtte lang.
TOM: Hopelijk geeft dat haar rust.
Stel je voor, jaren wachten.
JULIA: En de man?
Hij zit nu vast?
In de gevangenis?
RICK: Ja, de politie arresteert hem gisteren.
Hij was thuis.
TOM: Wacht, gisteren?
Of vandaag?
Ik raak in de war.
RICK: Het nieuws komt vandaag.
De arrestatie is eerder.
Twee dagen geleden.
JULIA: Dankzij DNA.
Het lost veel oude zaken op.
Mijn oom werkt bij de politie.
RICK: Zeker.
Het is een sterke tool voor de politie.
Ze gebruiken het vaak.
TOM: Maar het duurt soms jaren.
Dat is jammer.
Waarom zo lang?
JULIA: Beter laat dan nooit, toch?
Het slachtoffer is blij.
RICK: Ja, en het bewijs blijft veilig bewaard.
In speciale zakjes.
TOM: Hoe bewaren ze dat DNA dan?
In een koelkast?
RICK: In een laboratorium.
Bij speciale temperatuur.
Koud, maar niet te koud.
JULIA: En ze kunnen het vergelijken met nieuwe daders.
Elke dag.
TOM: Dus als iemand later een misdrijf pleegt, zien ze het.
Slim systeem.
RICK: Precies.
Het systeem werkt goed.
Maar het kost geld.
JULIA: Ik vind het een beetje griezelig.
Al die data van ons.
Wat als het fout gaat?
TOM: Maar het helpt wel.
Justitie wordt er beter van.
Meer veiligheid.
RICK: En het slachtoffer krijgt eindelijk antwoord.
Ze kan verder.
JULIA: Dat is het belangrijkste.
Dat zij vrede kan vinden.
En haar familie ook.
TOM: Wat een verhaal.
Zeg, we lopen al een half uur.
Mijn benen doen pijn.
RICK: Ja, mijn koffie is bijna leeg.
Ik heb dorst.
JULIA: Laten we nog een rondje doen.
Het is mooi weer.
De zon schijnt.
RICK: Goed idee.
Genoeg gepraat over misdaad.
Laten we over vakantie praten.
TOM: Ik wil graag naar zee.
Of naar de bergen.
Wat vinden jullie?
JULIA: Ik hou van de zee.
Het water is rustig.
En het zand is warm.
RICK: Ja, de zee is fijn.
Maar ik wil ook wandelen in de bergen.
Frisse lucht.
TOM: Misschien kunnen we beide doen.
Eerst zee, dan bergen.
JULIA: Dat klinkt goed.
Maar het kost veel geld.
Reizen is duur.
RICK: We kunnen sparen.
Elke maand een beetje.
Dan lukt het.
TOM: Goed plan.
Ik begin volgende maand met sparen.
Voor de vakantie.
JULIA: En we kunnen samen gaan.
Dat is gezellig.
Wat vinden jullie?
RICK: Ja, samen reizen is leuk.
We kunnen lachen en praten.
TOM: Tot de volgende keer.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze