

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo, ik ben Rick.
Welkom bij deze rustige reis vanavond.
Ga lekker liggen in je warme bed.
Doe je ogen langzaam dicht.
Adem rustig in door je neus.
Adem zacht uit door je mond.
Voel je lichaam zwaar worden in bed.
Alles is goed nu.
ENVandaag gaan we samen op reis.
We nemen een rustige trein door Nederland.
Nederland.
De trein gaat van Amsterdam naar Hoorn.
Hoorn is een klein stadje in het noorden.
Het is laat in de namiddag nu.
Het licht is warm en goudgeel.
De zon staat laag aan de hemel.
Alles ziet er heel zacht uit vandaag.
Stel je voor, je staat op het station.
Het station heet Amsterdam Centraal Station.
Het station is een groot, oud gebouw.
Veel mensen lopen rustig over het perron.
Een perron is waar de trein stopt.
De lucht ruikt naar koffie en regen.
Je voelt een zacht briesje op je gezicht.
Je hoort een zachte stem in de luidspreker.
De stem is van de omroeper.
Een omroeper vertelt wanneer de trein komt.
De omroeper spreekt heel rustig en duidelijk.
Je hoeft helemaal niets te doen nu.
Je staat alleen maar te wachten op de trein.
Je voelt je rustig en op je gemak.
De trein komt langzaam het station binnen.
De trein is geel en blauw van kleur.
De trein stopt heel zacht voor het perron.
De deuren gaan open met een zacht geluid.
Je stapt langzaam in de warme trein.
Je vindt een mooie stoel bij het raam.
De stoel is zacht en blauw van kleur.
Je gaat zitten en voelt je rustig.
Er zijn niet veel mensen in de coupé.
Een coupé is een ruimte in de trein.
De coupé is warm en heel stil.
Het ruikt een beetje naar oude stof.
Een oude meneer leest een dik boek.
Een mevrouw kijkt rustig uit het raam.
Een klein kind slaapt op de schoot van moeder.
Iedereen is heel rustig en stil.
ENDe deuren sluiten zacht achter je.
De trein begint langzaam te rijden.
Eerst gaat de trein heel langzaam.
Dan rijdt de trein een beetje sneller.
Het ritme van de trein is heel zacht.
Tjok, tjok, tjok, tjok, tjok, tjok, klinkt het.
Het geluid is als een wieg voor baby's.
Een wieg is een bedje dat zacht beweegt.
Je voelt het wiegen van de trein.
Je lichaam wordt langzaam helemaal rustig.
Je schouders worden los en heel zwaar.
Je adem wordt langzaam en heel diep.
De trein rijdt door de stad Amsterdam.
Je ziet hoge, oude gebouwen door het raam.
Je ziet bruggen over de mooie grachten.
Een gracht is een lang water in de stad.
Mensen fietsen rustig langs het water.
De fietsen gaan langzaam over de bruggen.
De zon schijnt op de oude huizen.
De huizen zijn heel oud en heel mooi.
De trein rijdt langzaam de stad uit.
Je ziet steeds minder huizen langs de weg.
Je ziet steeds meer bomen en lucht.
De wereld wordt langzaam open en heel groot.
Nu zie je de eerste groene velden.
Een veld is een groot stuk groen land.
De velden zijn ruim en heel open.
De velden lijken bijna eindeloos vandaag.
In de velden lopen veel zwart-witte koeien.
De koeien eten rustig vers gras.
De koeien kijken niet op naar de trein.
De koeien zijn heel rustig en tevreden.
Eén grote koe ligt in het gras.
De koe ligt heel stil te kauwen.
De koe kauwt langzaam op het gras.
De koe lijkt heel gelukkig en rustig.
Je adem wordt nog langzamer dan eerst. Je voelt het ritme van de trein. Tjok tjok, tjok tjok, tjok tjok klinkt zacht. Het geluid is heel rustgevend voor jou. Je kijkt weer rustig uit het raam. Je ziet een lang recht kanaal liggen. Een kanaal is een water gemaakt door mensen. Het water in het kanaal is heel rustig. Op het kanaal vaart een kleine bruine boot. De boot vaart heel langzaam voorbij. Een man zit aan het roer van de boot. De man rookt rustig een oude pijp. De man kijkt rustig naar de hemel. De man heeft een vredig oud gezicht. De man heeft alle tijd van de wereld. Niets in deze wereld heeft echt haast. De trein blijft rustig door het land rijden.
Je ziet weer veel groene weilanden.
Een weiland is een veld met gras voor koeien.
De weilanden zijn donkergroen en mooi.
In de verte zie je een hoge molen.
Een molen is een gebouw met grote wieken.
De wieken draaien heel langzaam in de wind.
De molen is heel oud en heel mooi.
Bij de molen staat een klein wit huis.
Het huis heeft een mooi rood dak.
Voor het huis groeien kleurige bloemen.
De bloemen zijn rood, geel en paars.
Een vriendelijke vrouw staat in de tuin.
De vrouw geeft water aan de bloemen.
De vrouw beweegt rustig en heel zacht.
De vrouw lijkt heel tevreden in haar tuin.
De trein rijdt langzaam verder door het land.
Het licht wordt steeds zachter en warmer.
Het licht wordt diep oranje en goud.
Alles krijgt een warme, gouden gloed.
Je voelt je lekker warm in de coupé.
Je hoofd is zwaar tegen het koele raam.
Je oogleden worden ook heel zwaar.
Maar je wilt nog even rustig kijken.
kijken.
Nu komt er een klein vriendelijk dorp.
Het dorp heeft maar een paar huizen.
De huizen staan rond een kleine oude kerk.
De kerk heeft een hoge witte toren.
De toren van de kerk is heel mooi.
Op de toren zit een grote oude klok.
De klok wijst nu zes uur aan.
Mensen lopen rustig naar hun huis terug.
Een oude man fietst heel langzaam thuis.
De man heeft een grijze hoed op.
De man fietst over een smalle, stille weg.
De man heeft brood in zijn fietstas.
Een bruine hond loopt naast de fiets.
De hond is heel blij en rustig.
De hond kwispelt zacht met zijn staart.
De hond voelt zich thuis bij de man.
De trein rijdt het dorp langzaam voorbij.
Het dorp wordt klein in de verte.
De trein gaat weer door open velden.
De velden zijn ruim en heel stil nu.
Je hoort het zachte geluid van de trein.
Tjok tjok, tjok tjok, tjok tjok klinkt het.
Je voelt jezelf langzaam wegdrijven in de stoel.
Je hoofd wordt steeds zwaarder en zwaarder.
Maar je bent nog rustig wakker.
Je wilt nog mooie dingen zien buiten.
Het uitzicht is heel mooi en vredig.
Het maakt je heel rustig en kalm.
Nu zie je een lange, smalle sloot.
Een sloot is een klein, smal water.
In de sloot zwemmen vier kleine eenden.
De eenden zwemmen heel rustig achter elkaar.
Een mama-eend zwemt vooraan in de rij.
Achter de mama zwemmen drie kleine eendjes.
De eendjes zijn donzig en zachtgeel.
De eendjes blijven heel dicht bij moeder.
Aan de kant van de sloot staat riet.
Het riet is een lange, groene plant bij water.
Het riet beweegt zacht in de avondwind.
Het riet maakt een fluisterend, zacht geluid.
Een grote reiger staat heel stil in het water.
Een reiger is een grijze, grote vogel.
De reiger heeft lange, dunne, grijze poten.
De reiger heeft een lange, scherpe snavel.
De reiger wacht geduldig op een visje.
De reiger beweegt helemaal niet meer.
De reiger is een geduldig, wijs dier.
Je leert iets moois van de reiger vandaag.
Geduld is heel mooi en heel waardevol.
ENDe reiger weet heel goed te wachten.
De trein rijdt rustig verder door het land.
Het ritme blijft heel zacht en stil.
Tjok, tjok.
Tjok, tjok, tjok, tjok, klinkt zacht.
Je adem volgt nu het ritme van de trein.
Je voelt je heel veilig in de coupé.
De coupé is warm en heel zacht voor jou.
De stoel is comfortabel onder je lichaam.
Het licht is goudgeel en heel mooi.
Door het raam zie je nu witte schapen.
De schapen zijn wollig en heel rond.
De schapen lopen langzaam over een dijk.
Een dijk is een hoge weg langs het water.
Een rustige herder loopt achter de schapen.
De herder heeft een lange houten stok.
De herder fluit zachtjes naar zijn hond.
De hond van de herder helpt heel goed mee.
De hond is zwart en wit gevlekt.
De hond is heel slim en heel lief.
De hond weet precies wat te doen.
De schapen luisteren goed naar de hond.
Je glimlacht zachtjes in jezelf.
Het is een mooi, rustig tafereel.
Een tafereel is een mooi, rustig beeld.
Een beeld dat je hart raakt vandaag.
De trein rijdt langzaam over een oude brug.
Onder de brug stroomt rustig water.
Het water is donker en heel rustig.
Het water glinstert in het late avondlicht.
Aan de oever staan grote, groene bomen.
De bomen zijn vol met dichte bladeren.
De bladeren bewegen zachtjes in de wind.
Je hoort bijna het ruisen van bladeren.
Ruisen is het zachte geluid van bomen.
Het is een rustig en heel mooi geluid.
Het is een geluid dat slaap brengt.
Je voelt het diep in je hart.
De trein gaat verder de polder in.
Een polder is laag land achter een dijk.
De polder is heel vlak en heel groen.
Je kunt heel ver kijken vandaag.
In de verte staan nog meer molens.
Drie hoge molens staan dicht naast elkaar.
De wieken draaien allemaal heel langzaam rond.
De wieken vangen de zachte avondwind.
Bij één molen staat een houten tafel.
Op de tafel staat een witte theekop.
Een vrouw drinkt rustig haar warme thee.
De vrouw kijkt naar de zonsondergang.
Een zonsondergang is als de zon zakt.
De zon zakt nu heel langzaam.
De hemel wordt zacht roze en warm oranje.
De wolken zijn als zachte witte kussens.
Je adem is nu heel langzaam en diep.
Je hart klopt rustig en heel zacht.
Je voelt je warm en heel veilig nu.
Je hoeft helemaal niets meer te doen.
De trein passeert nu een grote boerderij.
Een boerderij is een huis met stallen.
In de stal staan koeien en grote paarden.
Het is bijna avond op het land.
De boer brengt de dieren rustig binnen.
De boer praat zacht met zijn koeien.
De koeien lopen langzaam naar de stal.
Iedereen op de boerderij is tevreden.
Een vriendelijke boerin staat bij de keukendeur.
De boerin roept de boer voor het eten.
De boer steekt zijn hand omhoog naar haar.
De boer zegt, ik kom er zo aan.
Naast de boerderij groeien hoge appelbomen.
De rijpe appels zijn rood en groen.
De appels glanzen mooi in het late licht.
Een paar appels liggen al op de grond.
Een klein schaapje rent door de wei.
Het schaapje is heel klein en wollig.
Het schaapje wil bij zijn moeder zijn.
De moeder mekkert heel zacht naar hem.
Mekkeren is het geluid van de schapen.
Het is een zacht bè-bè-geluid.
Het is een geluid uit een rustige wereld.
Een wereld zonder enige haast of zorgen.
De trein stopt nu in een klein station.
Het station heet Purmerend in het noorden.
Een paar mensen stappen rustig uit de trein.
Een paar nieuwe mensen stappen rustig in.
Niemand maakt veel geluid op het perron.
Iedereen praat zachtjes met elkaar.
Het is alsof iedereen het rustige uur respecteert.
De trein wacht een minuut bij het perron.
Dan sluiten de deuren weer heel zacht.
De trein begint weer langzaam te rijden.
Tjok, tjok, tjok, tjok, tjok, tjok, tjok, klinkt zacht.
Het ritme is weer heel rustig terug.
Je ogen worden steeds zwaarder en zwaarder.
Je hoofd leunt zwaar tegen het raam.
Het raam is een beetje koel tegen je wang.
Maar je voelt je toch heel warm van binnen.
Buiten zie je nu een rustig meer.
Een meer is een groot stuk water in het land.
Het water is heel rustig en glad.
Het water spiegelt de mooie hemel boven.
Op het meer drijft een witte zwaan.
De zwaan is heel elegant en mooi.
De zwaan drijft alleen op het water.
De zwaan kijkt naar zijn spiegelbeeld.
Een spiegelbeeld is je beeld in het water.
Het beeld van de zwaan is heel mooi.
Het water beweegt heel zacht onder de zwaan.
Alles is in volmaakte rust en harmonie.
ENDe trein rijdt verder langs het rustige meer.
De zon is nu bijna helemaal onder.
De hemel is rood en zacht paars.
De wereld krijgt een diepe gouden kleur.
Je voelt het einde van de dag komen.
Je voelt het begin van de zachte nacht.
Het is een heel zacht en mooi moment.
Een moment van diepe rust en vrede.
Nu zie je een veld met zonnebloemen.
Zonnebloemen zijn grote gele bloemen met zaden.
Zonnebloemen kijken altijd naar de zon.
Maar nu kijken zonnebloemen heel zacht omlaag.
De zonnebloemen zijn ook moe vandaag. De zonnebloemen willen ook gaan slapen nu. De bloemen wachten tot de morgen weer komt. De morgen brengt nieuwe warme zon. De trein gaat door een klein donker bos. Het bos is rustig en heel koel. De bomen staan heel dicht bij elkaar. Tussen de bomen schijnt het laatste licht.
Een eekhoorn klimt rustig in een boom.
Een eekhoorn is een klein bruin diertje.
De eekhoorn heeft een grote pluizige staart.
De eekhoorn heeft een noot in zijn mond.
De eekhoorn brengt de noot naar zijn nest.
Het nest ligt hoog in de oude boom.
In het nest slapen straks de eekhoornkinderen.
Iedereen gaat rustig naar huis vanavond.
Het bos eindigt langzaam aan de rand.
Je ziet weer open groene velden voor je.
De velden zijn nu donkergroen en heel stil.
Het licht is helemaal warm en oranje.
Op een veld staat een groot bruin paard.
Het paard staat heel stil te kijken.
Het paard kijkt weg naar de zonsondergang.
Het paard heeft mooie lange manen.
Manen zijn lange haren op de nek.
De manen bewegen zacht in de wind.
Het paard ziet er heel vredig uit.
Het paard is helemaal rustig en stil.
De trein rijdt verder door het land.
Tjok tjok.
Het zachte geluid is als een lied.
Een lied dat je in slaap wiegt.
Je voelt jezelf nu steeds zwaarder worden.
Je armen zijn zwaar en heel los.
Je benen zijn ook zwaar en zacht.
Je oogleden zijn nu heel erg zwaar.
Maar je wilt nog even kijken naar buiten.
Je wilt het einde van de reis zien.
Hoorn is nu nog niet ver weg.
Nog maar een paar minuten in de trein.
Nu zie je in de verte de oude stad.
De stad heeft een hoge witte toren.
De toren staat dicht bij het water.
Het is de oude haven van Hoorn.
In de haven liggen oude houten boten.
De boten dansen zacht op het water.
De masten van de boten zijn hoog.
Een mast is een lange paal op een boot.
De masten zijn allemaal verschillend van vorm.
Sommige masten zijn heel hoog en dun.
Andere masten zijn klein en dik.
De boten zien er heel oud en mooi uit.
De zon raakt nu het rustige water.
De zon wordt heel groot en helder rood.
Dan zakt de zon langzaam onder de horizon.
De wereld wordt nu zachter en donkerder.
De trein rijdt langzaam het station binnen.
Het station van Hoorn is klein en warm.
De trein stopt heel zacht bij het perron.
De deuren gaan langzaam open voor de mensen.
Maar je hoeft niet uit te stappen.
Dit is alleen maar een mooie droom.
In een droom mag je alles doen.
Je mag rustig blijven zitten in de trein.
Je blijft in je warme, zachte stoel.
Je voelt de coupé om je heen.
De coupé is als een warme, zachte deken.
Een deken die je veilig en warm houdt.
Buiten wordt het langzaam donker en koel.
De eerste sterren komen aan de hemel.
De sterren twinkelen heel zacht in het zwart.
De sterren zeggen welterusten tegen jou.
In de verte zie je gele lichten.
De lichten van de huizen in Hoorn schijnen.
Mensen koken nu lekker eten in de keuken.
Mensen zitten samen rond een warme tafel.
Het ruikt naar warm brood en hete soep.
Het ruikt naar zoete thee en lekkere koek.
Het is een heel goede, vriendelijke geur.
Een geur die je heel rustig maakt.
Je voelt je nu heel veilig en rustig.
Je voelt je heel kalm en tevreden.
Je adem is langzaam en heel diep.
Je hart klopt heel zacht en rustig.
Tjok tjok, tjok tjok, tjok tjok.
Klinkt heel zacht, maar nu is het bijna een fluistering.
Je ziet nog één keer het rustige water.
Het water is donker en heel stil.
Een paar warme lampen schijnen op het water.
De lampen zijn als kleine sterren.
Een eend zwemt nu rustig naar huis.
De eend zoekt haar warme, veilige nest.
Het nest ligt veilig tussen het hoge riet.
De eend gaat ook lekker slapen nu.
In de boerderij ligt de oude boer in bed.
De boer is moe na een lange dag.
De boer heeft een goed warm gevoel.
De boer heeft goed werk gedaan vandaag.
De koeien liggen rustig in de warme stal.
De koeien dromen rustige, zachte dromen.
De paarden staan zacht te slapen in de stal.
Iedereen op de boerderij rust nu.
De maan komt langzaam op aan de hemel.
De maan is groot en heel zacht.
De maan geeft een wit-zilveren licht.
Het licht is als een liefdevolle hand.
De maan kijkt op de stille velden.
De maan kijkt op de oude molens.
De maan kijkt op de boten in de haven.
Iedereen krijgt het licht van de maan.
Je voelt het maanlicht door het raam komen.
Het maanlicht is koel en heel mooi.
Het maanlicht zegt zacht Nu is het tijd.
Tijd om lekker te gaan slapen nu.
Je ogen worden steeds zwaarder en zwaarder.
Je ogen willen langzaam helemaal sluiten.
Je adem is heel langzaam en diep.
Je adem is als een zachte, rustige zee.
In en uit.
In en uit klinkt zacht.
Heel zacht en heel langzaam ademen.
Je bent helemaal rustig en heel kalm.
Je bent veilig en helemaal vredig.
Je lichaam is helemaal zwaar en los.
Je voelt geen spanning meer in je lichaam.
Alles is los en heel zacht nu.
ENAlles in jou is week en rustig.
ENJe hoort nog het zachte ritme klinken.
Tjok tjok klinkt zacht.
Het ritme wordt zachter en zachter en zachter.
Het ritme verdwijnt langzaam in de verte.
De trein rijdt verder zonder jou nu. De trein gaat door de zachte nacht. De koeien slapen rustig in de stal. De stille velden slapen onder de maan. De molens staan stil in het zachte maanlicht. De molens rusten ook in de nacht.
De boten dansen heel zacht op het water.
De haven is rustig en heel veilig.
Alles in deze wereld is goed nu.
ENAlles is veilig en heel zacht.
ENJe hebt helemaal niets te doen vannacht.
Je hebt nergens heen te gaan.
Je ogen worden zwaar.
Je ademt langzaam.
Je bent rustig.
Slaap zacht.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze