

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Vandaag gaan we terug in de tijd.
We reizen naar Amsterdam, jaren zestig.
De stad ruikt naar diesel, naar natte grachten, naar verse haring op de hoek.
Maar er hangt ook iets anders in de lucht.
Er hangt onrust.
Er hangt verandering.
En in het midden van die verandering staat een kleine groep jongeren die zichzelf Provo noemt.
Ze zijn jong, ze zijn boos en ze hebben fantasie.
Heel veel fantasie.
Waarom vertel ik je dit verhaal?
Omdat Provo misschien wel de meest Nederlandse revolutie ooit is geweest.
Geen wapens.
Geen bloed.
Wel humor, verf, witte fietsen en rookbommen.
Als jij Nederland wilt begrijpen, echt wilt begrijpen, dan moet je Provo kennen.
Want de Nederlandse cultuur van nu, open, een beetje brutaal, een beetje gek, die is voor een groot deel gebouwd in die jaren.
Het begint in 1965.
1865.
Een student filosofie, Roel van Duijn, en een kunstenaar, Robert Jasper Grootveld, vinden elkaar.
Grootveld is al een tijdje bezig met performances bij het beeldje het Lieverdje op het Spui.
Elke zaterdagavond steekt hij het in de fik.
Nou ja, niet echt in de fik, maar hij rookt, schreeuwt, zingt en roept dat de mensen verslaafd zijn.
verslaafd aan sigaretten, aan auto's, aan consumeren.
Deze bijeenkomsten heten happenings.
Een happening is een soort spontane voorstelling op straat, zonder script waar iedereen aan mee kan doen.
De politie vindt het niks.
De politie komt langs, slaat met wapenstokken, arresteert mensen.
En dat is precies wat Provo wil.
Ze willen de autoriteiten uitlokken.
Ze willen laten zien dat de politie niet meer weet wat ze moet doen met een paar jongeren die gewoon, ja, gewoon een beetje gek doen op een plein.
Dan komt het beroemde idee.
Het witte fietsenplan.
Luister goed, want dit is mooi.
Provo zegt, Amsterdam heeft een probleem.
Te veel auto's, te veel uitlaatgassen, te weinig ruimte.
Oplossing?
We kopen twintigduizend fietsen, we verven ze wit, we zetten ze overal in de stad neer, en iedereen mag ze gratis gebruiken.
ENJe pakt een fiets, je fietst naar je werk, je laat hem staan, de volgende persoon pakt hem op.
Gemeenschappelijk bezit.
De gemeente zegt nee, absoluut niet, veel te idealistisch.
Maar het idee blijft hangen. En vijftig jaar later, als jij in Amsterdam uit de trein stapt en je ziet die gele deelfietsen overal, dan weet je: dat begon met Provo. Met witte verf en een droom.
Nu moet ik je iets vertellen over die tiende maart 1966. Want op die dag gebeurt er iets wat heel Nederland op zijn kop zet.
Het is koud in Amsterdam.
Een grijze ochtend.
Wind vanaf het IJ.
Op de Raadhuisstraat staan duizenden mensen in dikke jassen achter hekken.
Ze wachten op de gouden koets.
Prinses Beatrix gaat vandaag trouwen met Claus von Amsberg, een Duitse diplomaat.
Een Duitser.
Twintig jaar na de oorlog.
Voor veel Amsterdammers en zeker voor mensen die de hongerwinter nog hebben meegemaakt, voelt dat als een klap in het gezicht.
Er hangt spanning.
Je voelt het in de magen van de agenten.
Je ruikt het aan het zweet onder hun helmen.
Dan komt de koets.
Paarden, goud, klokken.
En dan, ergens tussen het publiek, een hand die iets gooit.
Een kleine, ronde bus.
Hij rolt over de kinderkopjes, stuitert, ploft open.
En dan komt de rook.
Dikke, witte, krullende rook die opstijgt tegen de gevels van de Raadhuisstraat.
De paarden schrikken, hinniken, slaan achteruit. Mensen schreeuwen.
Een vrouw grijpt haar kind vast.
Een agent rent, trekt zijn wapenstok.
En boven alles uit klinkt een stem.
Jong, scherp, die roept.
Republiek!
Republiek!
De rook dwarrelt door de straat, vermengt zich met de geur van paarden en natte stenen en kruipt de ramen binnen waar mensen toekijken.
Beatrix en Claus, in de koets, kijken strak voor zich uit.
Op de zwart-wit televisie thuis zien miljoenen Nederlanders de witte rook.
En ze weten, er is iets veranderd.
Voor altijd.
De rookbom wordt gegooid door Provo.
Provo.
Het is één actie, één klein moment, maar het is een bom in de cultuur.
Iedereen praat erover.
Iedereen heeft er een mening over.
De koninklijke familie, het gezag, de politie, alles wordt opeens bespreekbaar.
En dat is wat Provo doet.
Ze openen de discussie.
Ze maken taboes kapot met humor en verf en rook.
Wat is het resultaat?
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1966 krijgt Provo één zetel in de Amsterdamse gemeenteraad.
Eén zetel maar.
Maar het is genoeg.
Vanaf dat moment is Provo geen groepje op een plein meer.
Het is politiek.
En in 1967 heft Provo zichzelf op.
Ja echt, ze stoppen gewoon.
Ze zeggen, het is klaar.
We zijn te groot geworden.
Te serieus.
Typisch Provo.
Ze stoppen op het hoogtepunt.
Maar de invloed blijft.
Amsterdam wordt in de jaren daarna de hoofdstad van de tegencultuur in Europa.
Kraakbeweging, vrouwenbeweging, milieubeweging.
Alles krijgt ruimte.
Het Vondelpark wordt een slaapzaal voor hippies uit de hele wereld.
De softdrugsaanpak, het homohuwelijk decennia later, het fietspadennetwerk.
Dat komt allemaal voort uit dezelfde bodem, uit die jaren zestig.
Uit dat idee dat je de wereld mag aanpakken, ook als je jong bent, ook als je geen macht hebt.
Met een blik verf en een goed idee.
Als jij vandaag door Amsterdam fietst, op een gewone fiets of op een gele deelfiets, denk dan heel even aan die witte fietsen die er nooit echt waren.
Denk aan die rook op de Raadhuisstraat.
Denk aan die jongeren die dachten, het mag anders, en die daar ook naar handelden.
Dat is Provo.
Dat is Nederland.
Drie woorden om te onthouden.
De rookbom.
(the smoke bomb).
Voorbeeldzin.
De rookbom op de Raadhuisstraat veranderde de sfeer in een seconde.
Het tweede woord is de happening (the happening). Voorbeeldzin: Elke zaterdag was er een happening bij het Lieverdje op het Spui. En het derde woord is de tegencultuur (the counterculture). Voorbeeldzin: Amsterdam werd in de jaren zestig het hart van de Europese tegencultuur. Een vraag voor jou: Waarom verfden de provo's de fietsen wit?
A.
ENOmdat wit de kleur van de koninklijke familie was.
B.
Omdat iedereen moest zien dat het gratis gemeenschappelijke fietsen waren.
C.
Omdat witte verf het goedkoopst was in die tijd.
Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze