

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is een warme dag in juli.
De zon schijnt fel.
De lucht is blauw en er is geen wolk te zien.
Op het station staat een lange rij mensen.
Iedereen wil naar huis.
De trein is vol.
Mensen staan dicht bij elkaar.
Het is erg warm in de trein.
De airconditioning is kapot.
De temperatuur is bijna veertig graden.
Mensen zweten.
Ze waaien met hun handen.
Een man zegt: 'Het is hier net een sauna.' Een vrouw zucht: 'Ik heb het zo warm.' De trein rijdt langzaam.
De deuren gaan open en dicht.
Mensen stappen in en uit.
Het is druk.
Een jongen heeft een fles water.
Hij drinkt het snel leeg.
Een meisje kijkt naar buiten.
Ze ziet de bomen en huizen voorbijgaan.
Ze denkt: 'Wat duurt deze reis lang.' De conducteur loopt door de trein.
Hij zegt: 'Sorry voor het ongemak.
De airconditioning werkt niet.' Mensen zuchten.
De conducteur loopt verder.
De trein stopt bij een station.
Meer mensen stappen in.
Het is nu nog voller.
Een man probeert een raam open te doen.
Het lukt niet.
Hij zegt: 'Ik kan geen lucht krijgen.' Een andere man zegt: 'Blijf rustig.
We zijn zo thuis.' De trein rijdt weer.
De hitte is erg.
Mensen worden moe.
Een vrouw doet haar ogen dicht.
Ze droomt van een koud ijsje.
Na een half uur stopt de trein bij het laatste station.
Iedereen stapt uit.
De frisse lucht voelt heerlijk.
Mensen lachen en zeggen: 'Eindelijk.' De man die boos was, lacht nu.
Hij zegt: 'Dat was een warme reis.' Iedereen loopt naar huis.
De dag is nog steeds warm, maar nu is het beter.
De treinreis was niet fijn, maar het is voorbij.
Morgen is er weer een nieuwe dag.
En hopelijk is de airconditioning dan gemaakt.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause