

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
RICK: Hoi Sophie.
Hoi Daan.
SOPHIE: Hoi Rick.
Ik drink koffie.
DAAN: Ik drink bier.
Het is vrijdag.
RICK: Ja.
Ik kijk op mijn telefoon.
SOPHIE: Wat zie je?
RICK: Een man.
Hij is op het nieuws.
DAAN: O, die man.
Hij praat hard.
SOPHIE: Hij praat veel.
Ik hoor hem niet goed.
RICK: Hij zegt: wij worden omvolkt.
DAAN: Wat?
Dat woord ken ik niet.
SOPHIE: Ik ook niet.
Het is een raar woord.
RICK: Ja.
Ik snap het niet.
DAAN: Hij is boos.
Dat zie ik.
SOPHIE: Hij wijst met zijn hand.
RICK: Ja.
Hij zwaait met zijn arm.
DAAN: Hij drinkt water.
Kijk maar.
SOPHIE: Hij heeft een blauwe jas.
RICK: Nee.
Hij heeft een grijze jas.
DAAN: Jij kijkt goed, Rick.
RICK: Ik kijk naar de jas.
Niet naar de man.
SOPHIE: De man praat over mensen.
DAAN: Welke mensen?
RICK: Dat zegt hij niet.
Hij zegt: wij en zij.
SOPHIE: Wij en zij?
Dat is vaag.
DAAN: Ja.
Ik zie geen mensen.
Alleen een man.
RICK: Hij staat op een plein.
Er is veel wind.
SOPHIE: Hij heeft geen hoed.
Zijn haar is nat.
DAAN: Het regent daar.
Kijk maar.
RICK: Ja.
De mensen hebben een jas aan.
SOPHIE: De mensen lopen weg.
Ze gaan naar huis.
DAAN: Hij praat alleen.
Dat is zielig.
RICK: Ja.
Hij is alleen met zijn telefoon.
SOPHIE: Nee.
Hij heeft een microfoon.
DAAN: O ja.
Een grote microfoon.
RICK: Hij praat in de microfoon.
SOPHIE: Ik drink mijn koffie.
De koffie is warm.
DAAN: Mijn bier is koud.
Dat is goed.
RICK: Ik eet een nootje.
Wil jij er een?
SOPHIE: Ja, lekker.
Dank je.
DAAN: Ik wil ook een nootje.
RICK: Hier.
Pak maar.
SOPHIE: De man praat nog.
Hij is moe.
DAAN: Ja.
Hij knippert met zijn ogen.
RICK: Hij heeft dorst.
Hij drinkt veel water.
SOPHIE: Ik heb ook dorst.
Ik drink koffie.
DAAN: Ik drink bier.
Dat is beter.
RICK: Nee.
Water is goed.
Bier is ook goed.
SOPHIE: De man is klaar.
Hij loopt weg.
DAAN: Mooi.
Ik kijk naar mijn bier.
RICK: Ik kijk naar de tafel.
De tafel is vies.
SOPHIE: Ja.
Er is een vlek.
Dat is bier.
DAAN: Oeps.
Dat is mijn bier.
RICK: Ha.
Jij maakt een vlek.
SOPHIE: Geen probleem.
De tafel is oud.
DAAN: Ik haal een doekje.
RICK: Nee.
Blijf zitten.
Het is vrijdag.
SOPHIE: Ja.
Het is vrijdag.
Proost!
DAAN: Proost!
Op de man met de microfoon.
RICK: Nee.
Op ons.
Op de kroeg.
SOPHIE: Ja.
Op de kroeg.
En op de koffie.
DAAN: En op het bier.
Ik betaal.
RICK: Nee.
Ik betaal.
Jij bent mijn vriend.
SOPHIE: Jullie zijn lief.
Ik lach.
DAAN: Rick is een goede man.
Hij betaalt.
RICK: Ik ben een man met een portemonnee.
SOPHIE: Ha.
En met een nootje.
DAAN: En met een telefoon.
De telefoon is zwart.
RICK: Ja.
Mijn telefoon is zwart.
En jouw telefoon?
DAAN: Mijn telefoon is wit.
Kijk maar.
SOPHIE: Mijn telefoon is rood.
Dat is mooi.
RICK: Ja.
Rood is mooi.
De man is weg.
SOPHIE: Goed zo.
Ik wil geen man.
Ik wil koffie.
DAAN: Ik wil bier.
En ik wil slapen.
RICK: Ik wil ook slapen.
Maar eerst betalen.
SOPHIE: Tot de volgende.
Ik ga naar huis.
DAAN: Tot de volgende.
Ik ga ook.
RICK: Tot de volgende.
Open de speler op dutchfluency.com.
Tik op een woord.
Veel plezier met Dutch Fluency.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause