

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
En er is een man.
Hij heet Jan.
Jan is lid van de VVD.
De VVD is een partij.
Jan is vaak verbast.
Hij is verbast over de GOPVDA.
De GOPVDA is ook een partij.
Maar de GOPVDA is een linkse partij.
Jan denkt, de GOPVDA is niet rechts.
Jan zegt, ik begrijp het niet.
De GOPVDA is links.
Maar ik wil dat iedereen rechts is.
Jan is een beetje grappig.
Hij wil dat iedereen hetzelfde is.
Maar dat kan niet.
Iedereen is anders.
De VVD is de VVD.
De GOPVDA is de GOPVDA.
Dat is goed.
Iedereen kan anders zijn.
Jan moet begrijpen.
Hij moet stoppen met verbast zijn.
Hij moet vertellen hoe de VVD dingen wil doen.
Jan gaat naar zijn huis.
Hij zit in zijn stoel.
Hij denkt na.
Hij denkt, wat wil ik?
Wat wil de VVD?
Het is een goed moment voor Jan.
Hij begrijpen.
Jan gaat naar zijn werk.
Hij ziet een vrouw.
De vrouw is ook lid van de VVD.
Jan zegt, ik begrijp het nu.
De VVD is de VVD.
De GOPVDA is de GOPVDA.
Dat is goed.
De vrouw lacht.
Ze zegt, dat is goed Jan.
Je begrijpt het nu.
Ze drinkt haar koffie.
Ze is blij.
Jan is ook blij.
Hij begrijpt het nu.
Het is een goede dag voor Jan.
Hij is niet meer verbast.
Hij begrijpt nu dat iedereen anders kan zijn.
Dat is goed.
Dat is het leven.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze