

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk, Tom en Julia.
Dag!
TOM: Dag Rick.
Wat een mooie dag.
JULIA: Ja, de zon schijnt.
Lekker.
RICK: Ik heb koffie voor jullie.
TOM: Dank je, Rick.
Fijn.
JULIA: De koffie is warm.
Mmm.
RICK: Horen jullie het nieuws?
TOM: Welk nieuws?
RICK: Prins Claus is vandaag honderd jaar geleden geboren.
JULIA: Oh ja?
Dat is oud.
TOM: Wie is prins Claus?
RICK: Hij is de man van koningin Beatrix.
JULIA: Zij is de moeder van koning Willem-Alexander.
TOM: Aha.
En hij is nu dood?
RICK: Ja, hij is in 2002 overleden.
Dat is lang geleden.
JULIA: Maar vandaag is zijn geboortedag.
RICK: Precies.
De koninklijke familie herdenkt hem.
TOM: Wat betekent dat?
RICK: Zij denken aan hem.
En zij zijn samen.
JULIA: Dat is mooi.
Familie is belangrijk.
TOM: Heeft hij kinderen?
RICK: Ja, drie zonen.
En zij zijn ook bij de herdenking.
JULIA: Zijn zonen zijn koning en prinsen.
RICK: Ja, dat klopt.
TOM: En Beatrix is er ook?
RICK: Ja, zij komt naar de herdenking.
JULIA: Dat is een groot moment.
TOM: Waar is de herdenking?
RICK: Bij het paleis in Den Haag.
JULIA: Wij gaan samen.
Dat is leuk.
TOM: Zullen wij hier zitten?
Nee, wij blijven staan.
RICK: Haha, Tom.
Wij drinken koffie.
JULIA: Ja, en wij praten.
Dat is goed.
RICK: Ik vind prins Claus een goed man.
TOM: Waarom?
RICK: Hij houdt van de natuur en van mensen.
JULIA: Dat hoor ik.
Hij is aardig.
TOM: Hij is ook gewoon een man.
RICK: Ja, maar hij helpt de koningin.
JULIA: Dat is zijn werk.
TOM: Heeft hij nu ook werk?
RICK: Nee, hij is er niet meer.
JULIA: Maar zijn familie herdenkt hem.
RICK: Ja, dat doen zij vandaag.
TOM: Ik heb een vraag.
Wat is een prins?
RICK: Een prins is een man in de koninklijke familie.
JULIA: En een koning is ook een prins, maar hoger.
TOM: Ah, ik snap het.
RICK: Jullie zijn goede studenten.
JULIA: Dank je.
Wij leren elke dag.
TOM: Ja, en koffie helpt!
RICK: Lachen.
Nog koffie?
JULIA: Nee, ik ben goed.
Dank je.
TOM: Ik wil nog wel een beetje.
RICK: Hier is de thermosfles.
TOM: Dank je.
Proost.
RICK: Proost op prins Claus.
JULIA: Proost op de familie.
TOM: En proost op ons.
RICK: Ja, op onze vriendschap.
JULIA: Dit is een fijne dag.
RICK: Zeker.
De lucht is blauw.
TOM: En de vogels zingen.
JULIA: Ja, ik hoor ze.
Zij zingen mooi.
RICK: Goed.
Wij wandelen verder?
TOM: Ja, ik wil naar het park.
JULIA: Daar zijn veel bloemen.
RICK: En daar staat een bank.
TOM: Wij kunnen daar zitten en praten.
JULIA: Dat is een goed plan.
RICK: Zullen wij nu gaan?
TOM: Ja, ik ben klaar met koffie.
JULIA: Ik ook.
De thermosfles is leeg.
RICK: Geen probleem.
Ik neem hem mee.
TOM: Jij bent aardig, Rick.
RICK: Dank je, Tom.
Jij ook.
JULIA: En ik?
Ben ik aardig?
RICK: Natuurlijk, Julia.
Jij bent lief.
TOM: Haha, wij zijn allemaal lief.
JULIA: Ja, dat is waar.
Wij zijn goede vrienden.
RICK: Vriendschap is belangrijk.
TOM: Zeker.
En vandaag is een speciale dag.
JULIA: Ja, voor prins Claus en voor ons.
RICK: Precies.
Wij herdenken en wij genieten.
TOM: Ik leer vandaag veel.
JULIA: Ik ook.
Wat is een prins, wat is een koning.
RICK: En jullie weten nu over prins Claus.
TOM: Ja, hij is de man van Beatrix.
JULIA: En de vader van de koning.
RICK: Goed zo.
Jullie onthouden het goed.
TOM: Koffie helpt mijn hersenen.
JULIA: Haha, Tom.
Jij bent grappig.
RICK: Kom, wij lopen naar het park.
TOM: Ja, ik zie de bomen al.
JULIA: En de zon is warm.
RICK: Perfect.
Een mooie dag voor een wandeling.
TOM: En voor een herdenking.
JULIA: Ja, wij denken aan prins Claus.
RICK: En wij denken aan de familie.
TOM: Zullen wij ook aan onze familie denken?
JULIA: Ja, dat is goed.
RICK: Familie is belangrijk, vandaag en elke dag.
TOM: Ik bel mijn moeder vanavond.
JULIA: Dat is lief, Tom.
RICK: Ja, een telefoontje is fijn.
TOM: En morgen drinken wij weer koffie?
RICK: Ja, dat doen wij.
JULIA: En wij praten weer over het nieuws.
RICK: Haha, ja.
Er is altijd nieuws.
TOM: Maar vandaag is het nieuws over prins Claus.
JULIA: En dat is mooi nieuws.
RICK: Ja, een herdenking is mooi.
TOM: Wij zijn nu bij het park.
JULIA: Kijk, daar is de bank.
RICK: Laten wij daar zitten.
TOM: En kijken naar de vogels.
JULIA: En naar de mensen.
RICK: Ja, mensen lopen en lachen.
TOM: Het is een vrolijke dag.
JULIA: Zeker, met vrienden en koffie.
RICK: En met een stukje geschiedenis.
TOM: Ja, prins Claus is geschiedenis.
JULIA: Maar wij praten over hem, dus hij leeft in ons.
RICK: Mooi gezegd, Julia.
TOM: Ja, dat is mooi.
JULIA: Dank je.
Ik leer van jullie.
RICK: En wij leren van jou.
TOM: Wij leren allemaal.
JULIA: Dat is het leven.
RICK: Ja, elke dag leren.
TOM: En elke dag koffie drinken.
JULIA: Haha, Tom.
Jij en koffie.
RICK: Koffie is goed voor de morgen.
TOM: En voor de middag.
JULIA: En voor de avond?
RICK: Nee, niet voor de avond.
Dan slaap je niet.
TOM: Oh, dat is waar.
JULIA: Wij drinken nu koffie, maar het is middag.
RICK: Dat is oké.
Een kopje is genoeg.
TOM: Ik heb twee kopjes gehad.
JULIA: En ik één.
RICK: Perfect.
Nu wandelen wij.
TOM: Ja, de wandeling is goed.
JULIA: Wij zien de bloemen.
RICK: Rode bloemen en witte bloemen.
TOM: En gele bloemen.
JULIA: Mooi, veel kleuren.
RICK: De natuur is mooi.
TOM: Prins Claus hield van de natuur.
JULIA: Ja, dat zei Rick.
RICK: Hij plantte bomen.
TOM: Echt?
Dat is goed.
JULIA: Wij kunnen ook een boom planten.
RICK: Dat is een goed idee.
TOM: Maar waar?
JULIA: In onze tuin.
RICK: Jij hebt een tuin, Julia?
JULIA: Ja, een kleine tuin.
TOM: Wij kunnen een appelboom planten.
JULIA: En dan eten wij appels.
RICK: Dat is leuk.
TOM: En wij denken aan prins Claus.
JULIA: Ja, elke keer als wij appels eten.
RICK: Mooi.
Een boom is een herdenking.
TOM: Ik wil dat doen.
JULIA: Volgende week?
RICK: Ja, volgende week.
TOM: Afgesproken.
JULIA: Wij hebben een plan.
RICK: Een goed plan.
TOM: En nu zitten wij hier.
JULIA: Op de bank, in het park.
RICK: De zon schijnt nog.
TOM: Ja, het is warm.
JULIA: Ik ben blij.
RICK: Ik ook.
TOM: En prins Claus is herdacht.
JULIA: Ja, vandaag is zijn dag.
RICK: En onze dag.
TOM: Zeker, een dag met vrienden.
JULIA: En met koffie.
RICK: En met een plan voor een boom.
TOM: Perfect.
JULIA: Wij gaan naar huis?
RICK: Ja, het is tijd.
TOM: Maar eerst nog een foto?
JULIA: Goed idee.
Van de bloemen.
RICK: En van de bank.
TOM: En van ons.
JULIA: Haha, ja.
Een selfie.
RICK: Klaar?
TOM: Ja, lach.
JULIA: Mooi.
RICK: Die is goed.
TOM: Wij sturen het naar onze familie.
JULIA: Ja, mijn moeder lacht.
RICK: En mijn broer.
TOM: En mijn zus.
JULIA: Iedereen is blij.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze