

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zaterdagmiddag.
De regen tikt tegen het raam van een klein huis in Den Haag.
Binnen zit Tom op de bank.
Hij is alleen.
Op tafel staat een kop thee die niet meer warm is.
Tom zapt wat rond.
Hij verveelt zich.
Dan blijft hij hangen bij een film.
Het is een Amerikaanse superheldenfilm.
De held draagt een cape.
Hij vliegt door de lucht.
Hij redt de hele wereld.
Tom zucht diep.
Hij denkt: waarom is mijn leven zo saai?
Tom is 34 jaar.
Hij werkt in een supermarkt.
Hij woont in een klein appartement.
Hij heeft geen cape.
Hij kan niet vliegen.
Hij kan niet eens goed hardlopen.
Maar hij heeft wel een grote droom.
Hij wil ook een held zijn.
Elke dag als hij naar zijn werk loopt, kijkt hij naar de lucht.
Soms ziet hij een vogel.
Dan denkt hij even: misschien kan ik dat ook.
Maar ja, dat kan natuurlijk niet.
De film is bijna af.
De held verslaat de slechterik.
Iedereen klapt.
Tom klapt niet.
Hij zucht nog een keer.
Dan staat hij op om een nieuwe kop thee te maken.
In de keuken hoort hij een geluid.
Het komt uit de slaapkamer.
Een zacht gerinkel.
Tom loopt naar de slaapkamer.
Hij doet de deur open.
En dan ziet hij het.
Op zijn bed ligt een pak.
Het is een groot pak.
Het is rood en blauw.
Er zit een cape bij.
En een masker.
Tom kijkt verbaasd.
Hij kijkt om zich heen.
Er is niemand.
Hij pakt het pak op.
Het voelt zwaar.
Er zit een briefje bij.
Op het briefje staat: 'Voor de held in jou.
Trek het aan en je zult het zien.' Tom lacht.
Wat is dit?
Een grap van zijn neefje?
Maar zijn neefje woont in Amsterdam.
Die komt hier niet zomaar.
Tom twijfelt.
Moet hij het pak aantrekken?
Het is raar.
Maar zijn nieuwsgierigheid is groter.
Hij trekt het pak aan.
Het zit verrassend goed.
De cape hangt over zijn schouders.
Het masker zit voor zijn ogen.
Hij kijkt in de spiegel.
Hij moet lachen.
Hij ziet er belachelijk uit.
Maar ook een beetje stoer.
Dan gebeurt er iets vreemds.
De cape begint te trillen.
Tom voelt een warme gloed.
Plotseling staat hij niet meer in zijn slaapkamer.
Hij staat op het dak van zijn flat.
De wind waait door zijn haar.
De regen is gestopt.
Beneden ziet hij de straat.
Mensen lopen voorbij.
Niemand kijkt omhoog.
Tom schrikt.
Hoe is hij hier gekomen?
Hij kijkt naar beneden.
Het is hoog.
Hij wordt een beetje bang.
Maar dan hoort hij een stem.
Het is een klein stemmetje in zijn oor.
De stem zegt: 'Je kunt vliegen.
Probeer het maar.' Tom slikt.
Vliegen?
Dat kan toch niet?
Maar hij voelt zich licht.
Hij steekt zijn armen uit.
En ja, hij stijgt op.
Eerst een klein stukje.
Dan hoger.
Hij vliegt!
Hij vliegt boven de daken van Den Haag.
Hij ziet de toren van de Grote Kerk.
Hij ziet de winkels.
Hij ziet de mensen als kleine poppetjes.
Tom lacht hard.
Dit is geweldig!
Hij vliegt een tijdje rond.
Dan ziet hij iets.
Beneden op straat staat een oud vrouwtje.
Ze heeft een zware tas.
De tas is gescheurd.
Appels rollen over de stoep.
Het vrouwtje probeert ze te pakken, maar ze kan niet bukken.
Tom aarzelt.
Moet hij helpen?
Hij is een held nu.
Hij daalt neer.
Hij landt zachtjes naast het vrouwtje.
'Mevrouw, mag ik helpen?' vraagt hij.
Het vrouwtje kijkt hem aan.
Ze ziet de cape en het masker.
Ze zegt: 'Nou, dat is toevallig.
Bent u een echte superheld?' Tom bloost onder zijn masker.
'Zoiets,' zegt hij.
Hij raapt de appels op.
Hij maakt de tas vast.
Het vrouwtje lacht.
'Dank u wel, meneer de held.
U bent mijn redder.' Tom voelt zich warm van binnen.
Dit is beter dan de film.
Hij vliegt weer verder.
Hij helpt nog iemand.
Een jongen is zijn bal kwijt in de sloot.
Tom haalt de bal eruit.
De jongen kijkt hem met grote ogen aan.
'Wow, bent u echt?' Tom knikt.
'Ja, ik ben echt.' De jongen lacht.
'Cool!' Tom voelt zich trots.
Hij vliegt naar huis.
Daar trekt hij het pak uit.
Het pak verdwijnt.
Het is weer een gewoon pak.
Tom legt het in de kast.
Hij gaat op de bank zitten.
De film is af.
Het is stil in huis.
Maar Tom voelt zich anders.
Hij is geen superheld meer.
Maar hij heeft wel iemand geholpen.
En dat is ook een soort held zijn.
De volgende dag gaat Tom naar zijn werk.
Hij loopt langs de markt.
Hij ziet het oude vrouwtje weer.
Ze heeft een nieuwe tas.
Ze zwaait naar hem.
Tom zwaait terug.
Hij glimlacht.
Hij denkt aan gisteren.
Het was geen droom.
Het was echt.
Hij kijkt naar de lucht.
Er vliegt een vogel.
Tom lacht.
Misschien kan hij niet meer vliegen.
Maar hij kan wel helpen.
En dat is genoeg.
De regen is weg.
De zon schijnt.
Tom fluit een liedje.
Hij voelt zich licht.
Hij is een held.
Gewoon, in het echt.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze