

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hè, lekker biertje.
EMMA: Ja, heerlijk.
Warm vandaag.
LARS: Ik lees een raar bericht.
RICK: Wat dan?
LARS: Een agent schiet een jongen neer.
EMMA: Waarom?
LARS: De jongen steelt een fatbike.
RICK: O, dat is erg.
EMMA: Is de agent boos?
LARS: Nee, de agent is niet boos.
RICK: Wat doet de agent dan?
LARS: De agent gaat niet naar de rechter.
EMMA: Dus de agent is vrij?
LARS: Ja, de agent is vrij.
RICK: Maar de jongen is dood.
EMMA: Dat is triest.
LARS: De jongen heet Jerryson.
RICK: Hoe oud is Jerryson?
LARS: Vijftien jaar.
EMMA: Vijftien?
Dat is jong.
RICK: Ja, dat is heel jong.
LARS: De agent heeft een wapen.
EMMA: Een wapen is gevaarlijk.
RICK: De agent maakt een fout?
LARS: Nee, de rechter zegt: het is goed.
EMMA: De rechter vindt het oké?
LARS: Ja, de rechter vindt het oké.
RICK: Ik snap het niet.
EMMA: Ik ook niet.
LARS: Het is een moeilijk verhaal.
RICK: Heb jij een mening?
EMMA: Ik vind het niet goed.
LARS: Waarom niet?
EMMA: Een kind dood.
Dat is niet goed.
RICK: Maar de agent is niet boos.
LARS: De agent doet zijn werk.
EMMA: Zijn werk is te gevaarlijk?
RICK: Misschien is het werk zwaar.
LARS: Ja, politie is zwaar werk.
EMMA: Een fatbike is maar een fiets.
RICK: Ja, een fiets is geen leven waard.
LARS: De rechter denkt anders?
RICK: De rechter denkt: de agent is goed.
EMMA: Ik vind het raar.
LARS: Ik ook.
Maar het is zo.
RICK: Laten we nog een biertje nemen.
EMMA: Goed idee.
De ober komt zo.
LARS: Ja, ik wil ook een biertje.
RICK: Proost.
Op een mooie dag.
EMMA: Proost.
En op vrede.
LARS: Proost.
RICK: Weet je, ik denk nog aan Jerryson.
EMMA: Ja, ik ook.
Vijftien jaar is jong.
LARS: Heel jong.
Hij heeft een fatbike gestolen.
RICK: Een fatbike is een fiets, een leuke fiets.
EMMA: Maar geen leven waard, toch?
LARS: Nee, geen leven waard.
RICK: De agent heeft een wapen, dat is gevaarlijk.
EMMA: Ja, een wapen is heel gevaarlijk.
LARS: De agent is niet boos, maar hij schiet.
RICK: Dat snap ik niet.
Boos of niet boos?
EMMA: Misschien is de agent bang.
LARS: Bang?
Voor een jongen van vijftien?
RICK: Ja, een jongen is klein.
EMMA: Maar een fatbike is snel.
LARS: Snel?
Ja, een fatbike is snel.
RICK: De rechter zegt: het is goed.
EMMA: De rechter vindt het oké.
Dat is raar.
LARS: Heel raar.
Ik lees het bericht.
RICK: Wat staat er nog meer?
LARS: De agent heeft een pistool.
EMMA: Een pistool is een wapen.
RICK: Ja, een pistool is een wapen.
LARS: Jerryson heeft geen wapen.
EMMA: Geen wapen?
Alleen een fatbike?
RICK: Alleen een fatbike.
Dat is niet veel.
LARS: Nee, niet veel.
EMMA: Ik vind het triest voor Jerryson.
RICK: Ja, triest voor de jongen.
LARS: En voor de familie.
EMMA: De familie is verdrietig.
RICK: Heel verdrietig.
LARS: De agent is vrij.
Dat is het verhaal.
EMMA: Ik snap het nog niet.
RICK: Ik ook niet.
LARS: Het is moeilijk.
RICK: Laten we nog een biertje drinken.
EMMA: Ja, een biertje is lekker.
LARS: De ober komt met drie biertjes.
RICK: Proost.
Op een mooie dag.
EMMA: Proost.
En op vrede.
LARS: Proost.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze