

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een warme middag in september.
Ik zit op een terras in Den Haag, vlak bij het Binnenhof.
De zon schijnt fel en de terrassen zitten vol.
Mensen drinken koffie en praten over van alles.
Ik ruik de geur van verse koffie en warme appeltaart.
Maar aan het tafeltje naast mij zitten twee mannen die een serieus gesprek voeren.
Ik kan het niet laten om mee te luisteren. “Heb je het gelezen?” vraagt de ene man.
Hij heeft een krant in zijn hand en wijst naar een artikel. “Die jurist, Wösten, zegt dat we de boeren hun dier- en fosfaatrechten moeten afnemen.” De andere man zucht diep. “Echt?
Dat meen je niet.
Dat is nogal wat.” “Ja, het staat er echt.
Hij was betrokken bij die uitspraak van de Raad van State.
Je weet wel, die uitspraak die alles op slot gooide.
En nu zegt hij: het is tijd voor een rigoureuze stap.” Ik neem een slok van mijn koffie.
De koffie is sterk en een beetje bitter.
Precies zoals ik het lekker vind.
Maar het gesprek naast me maakt me nieuwsgierig.
Ik ken het verhaal.
Al jaren wordt er gepraat over de stikstofcrisis.
Elk kabinet belooft een oplossing, maar er gebeurt weinig.
En nu zegt een jurist dat we het anders moeten aanpakken. “Maar dat kan toch niet zomaar?” zegt de tweede man. “Boeren hebben die rechten.
Die kun je niet afpakken.” “Nou,” zegt de eerste man, “er wordt al veel langer gezegd dat dit uiteindelijk de enige manier is.
Uitkopen is veel te duur.
De overheid moet schaarse middelen eerlijk verdelen.
En dat is de afgelopen veertig, vijftig jaar helemaal scheefgelopen.” De tweede man schudt zijn hoofd. “Dus jij vindt dat we die rechten moeten afnemen?” “Ik weet het niet,” zegt de eerste man. “Maar ik snap het wel.
We kunnen zo niet verder.
De stikstof is een groot probleem.
En de boeren stoten ook CO2 en methaan uit.
Het wordt een lange, hete zomer.” Ik denk aan de boeren.
Aan hun gezinnen.
Aan hun bedrijven.
Maar ik denk ook aan de natuur.
Aan de stikstof die alles verstopt.
Aan de bossen die langzaam verdwijnen.
Het is een dilemma.
De ober komt langs. “Nog iets te drinken?” vraagt hij vriendelijk. “Doe mij maar een glas water,” zeg ik.
De ober knikt en loopt weg.
Ik kijk naar de twee mannen.
Ze zijn nu stil.
Ze staren allebei naar de krant.
Alsof ze hopen dat er een wonder in staat.
Ik denk terug aan wat ik ooit hoorde.
De overheid is er om schaarse middelen goed en eerlijk te verdelen.
Dat is de taak van de overheid.
Maar de afgelopen decennia is dat niet goed gegaan.
Met stikstof, maar ook met andere zaken.
Het is scheefgegroeid.
En nu moet het worden teruggedraaid.
Simpelweg omdat we niet anders kunnen. “Weet je,” zegt de eerste man, “ik denk dat het uiteindelijk gaat gebeuren.
Of we het nu leuk vinden of niet.
De vraag is alleen hoe.
En wanneer.” “En wie de rekening betaalt,” zegt de tweede man somber. “Ja,” zegt de eerste man. “Dat is altijd de vraag.” Ze staan op.
De eerste man legt wat geld op tafel.
De tweede man pakt zijn jas.
Ze lopen weg, de warme middag in.
Ik blijf alleen achter met mijn koffie en mijn gedachten.
De zon zakt langzaam.
De terrassen stromen leeg.
Ik denk aan de woorden van de jurist.
Aan de boeren.
Aan de toekomst.
Het is een moeilijk onderwerp.
Maar het moet besproken worden.
Want zoals het nu gaat, kan het niet doorgaan.
De zomer wordt heet.
En niet alleen door het weer.
Ik voel me een beetje moe.
Maar ook een beetje hoopvol.
Omdat er mensen zijn die durven te zeggen wat nodig is.
Zelfs als het impopulair is.
Soms moet je rigoureus zijn om vooruit te komen.
Ik sta op en loop naar huis.
De avondlucht is zacht.
De stad ruikt naar warme steen en uitlaatgassen.
Morgen is er weer een dag.
En wie weet wat er dan gebeurt.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze