Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Water in de School

Sam woont in Utrecht.

Hij gaat elke dag naar de hogeschool.

Op een maandagochtend loopt hij naar de ingang.

De lucht is grijs, maar het is niet koud.

Hij draagt zijn rugtas en een blauwe jas.

De deur is dicht.

Er staat een brief op het raam.

De brief is wit en groot.

Sam leest de brief.

De school is dicht voor twee weken.

Er is veel water in het gebouw.

Sam kijkt naar de lucht.

Het regent niet.

Hoe kan dat?

Hij voelt een beetje verwarring.

Hij ziet een medewerker bij de deur.

De man draagt een oranje hesje.

Sam loopt naar hem toe.

"Goedemorgen, meneer.

Waarom is de school dicht?" De man zegt: "Er was vannacht een leiding kapot.

Het water stond hoog in de gangen.

De vloeren zijn nat.

De muren ook.

Alles moet droog worden." Sam knikt.

Hij begrijpt het.

"Wat moet ik nu doen?" vraagt Sam.

De man zegt: "Je kunt thuis werken.

De leraren sturen je taken via de computer." Sam loopt naar huis.

Hij voelt zich een beetje raar.

Hij wil graag naar school.

Thuis is het stil.

Zijn kamer is klein.

Hij heeft geen groot bureau.

Hij zet zijn laptop op de keukentafel.

De tafel is van hout en ruikt naar schoonmaakmiddel.

Dan begint hij te werken.

De eerste dag is moeilijk.

Hij mist zijn vrienden.

Hij mist de grote ruimtes.

Hij mist de koffie van de machine.

Maar hij werkt door.

Zijn leraar, mevrouw De Boer, stuurt een bericht.

"Hallo Sam, hoe gaat het?" Sam typt: "Het gaat wel.

Thuis werken is anders." Mevrouw De Boer antwoordt: "Dat snap ik.

We doen ons best.

De school maakt alles weer goed." Sam voelt zich iets beter.

De volgende dagen maakt hij een plan.

Hij staat vroeg op.

Hij maakt een kop thee.

De thee is warm en ruikt naar munt.

Hij zet zijn telefoon uit.

Hij werkt twee uur.

Dan neemt hij pauze.

Hij kijkt uit het raam.

Hij ziet de buren lopen.

Hij hoort vogels zingen.

Het is rustig.

Na een week mist hij de school nog steeds.

Maar hij leert ook nieuwe dingen.

Hij kan nu goed plannen.

Hij kan zelfstandig werken.

Hij vindt het fijn om meer tijd thuis te hebben.

Hij kan koken voor zijn zus.

Hij maakt pasta met tomatensaus.

Zijn zus zegt: "Dit is lekker, Sam!" Hij kan zijn kamer opruimen.

Hij leest meer boeken.

Een boek gaat over een reis naar de bergen.

Op een dag krijgt hij een mail.

De school is weer open.

Sam is blij.

Hij fietst snel naar de hogeschool.

De wind is zacht.

De deur is open.

De gangen zijn droog.

De muren zijn wit.

Alles ruikt fris, naar verf en zeep.

Sam ziet zijn vriendin Noor.

Ze zwaait.

"Hoi Sam!

Hoe was je thuis?" Sam lacht.

"Het was oké, maar ik ben blij dat ik weer hier ben." Noor zegt: "Ik ook.

Thuis werken is saai." Sam loopt naar zijn lokaal.

Hij gaat zitten.

Zijn leraar komt binnen.

"Welkom terug, allemaal.

Ik ben trots op jullie.

Jullie hebben goed gewerkt." Sam voelt zich goed.

Hij heeft iets geleerd.

Soms is verandering niet makkelijk.

Maar je kunt altijd iets nieuws leren.

En je vrienden wachten op je.

Sam kijkt naar Noor.

Ze lacht naar hem.

Hij lacht terug.

De dag is fijn.

De school is weer open.

Alles is normaal.

Sam denkt: "Wat is het toch fijn om hier te zijn." Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze