

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Vandaag gaan we terug naar de zeventiende eeuw, naar Amsterdam, een stad vol kooplieden, schepen en geld.
En naar één man die in die drukke stad iets deed wat niemand voor hem zo had gedaan.
Hij leerde licht schilderen.
Zijn naam is Rembrandt van Rijn en het schilderij dat we vandaag gaan bekijken is De Nachtwacht.
Misschien ken je het schilderij al.
Het hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Het is enorm, bijna vier meter hoog en meer dan vier meter breed.
Mensen blijven er stil voor staan.
Ze fluisteren.
Ze nemen foto's.
Maar ik wil dat je vandaag niet alleen aan het schilderij denkt.
Ik wil dat je aan de man erachter denkt.
Want het verhaal van Rembrandt is het verhaal van iemand die viel, opstond en bleef werken.
Ook toen niemand meer naar hem keek.
Rembrandt werd geboren in 1606 in Leiden.
Zijn vader was molenaar.
Geen rijke familie, maar wel hardwerkend.
Zijn ouders dachten dat hij geleerde zou worden.
Hij ging zelfs naar de universiteit, maar al snel wist hij het.
Ik wil schilderen.
Hij stopte met studeren en ging in de leer bij een schilder.
Zijn talent was meteen duidelijk.
Hij kon gezichten schilderen alsof ze ademden.
Niet glad en perfect, maar echt.
Met rimpels, met schaduw onder de ogen.
Met een blik die je niet meer loslaat.
Op zijn vijfentwintigste verhuisde hij naar Amsterdam.
De stad bruiste.
Iedereen wilde een portret.
Kooplieden, dokters, advocaten.
Allemaal vroegen ze schilder mij.
Rembrandt werd snel beroemd.
Hij verdiende veel geld.
Hij trouwde met Saskia, een lieve vrouw uit een goede familie.
Hij kocht een groot huis aan de Jodenbreestraat, vol met spullen uit de hele wereld.
Wapens, schelpen, beelden, schilderijen.
Hij was de ster van de stad.
En toen, in 1642, kreeg hij de grootste opdracht van zijn leven.
Een groep schutters van de stadswacht wilde een groepsportret.
Zo'n portret was normaal saai.
Iedereen netjes naast elkaar, allemaal even groot, allemaal even belangrijk.
Maar Rembrandt zei, nee, ik ga iets anders doen.
Ik ga jullie schilderen alsof jullie net in beweging komen.
Alsof het licht door de poort valt en jullie wakker maakt.
Stel je het atelier voor.
Het is een koude ochtend in Amsterdam.
De ramen zijn hoog en het licht valt schuin naar binnen.
Het ruikt naar lijnolie en houtskool.
Op de vloer ligt zaagsel.
Aan de muur hangen schetsen, lappen stof, een oude harnas.
Rembrandt staat voor het enorme doek, zijn handen vol verf, zijn baard wat slordig.
Voor hem staan zestien mannen, ongeduldig, ongemakkelijk.
Een van hen, kapitein Frans Banninck Cocq, in een prachtig zwart pak met een rode sjerp, probeert stil te staan.
Naast hem, luitenant Willem van Ruytenburch, in lichtgeel, die zijn voet niet goed kan houden.
Achter hen duwt een schutter zijn buurman per ongeluk aan.
Iemand laadt een geweer en het kruit valt op de grond.
Een hond loopt rond en blaft naar een trommelaar.
stilte roept rembrandt zacht maar hij glimlacht hij houdt van deze chaos hij ziet het al voor zich het licht zal hier vallen op de hand van de kapitein en daar op het meisje met de kip aan haar riem de rest mag in de schaduw blijven hij dipt zijn penseel in goudgele verf en zet de eerste streek.
Buiten klinkt het geluid van paarden op de gracht.
Binnen begint langzaam een wereldberoemd schilderij te ademen.
Wat Rembrandt deed was nieuw.
Hij gebruikte licht en donker zoals niemand anders.
Sommige mannen zie je heel duidelijk, anderen verdwijnen bijna in de schaduw.
Daarom denken veel mensen dat het een nachtschilderij is.
Dat is het niet, het speelt overdag.
Maar de oude vernislaag is donker geworden en daardoor kreeg het de naam nachtwacht.
Rembrandt schilderde geen stilstaand moment.
Hij schilderde beweging, geluid, leven.
Maar hier komt het moeilijke deel van zijn verhaal.
In hetzelfde jaar dat hij de nachtwacht afmaakte stierf zijn vrouw Saskia.
Ze was pas dertig.
Hun zoontje Titus bleef alleen met zijn vader achter.
Rembrandt was kapot van verdriet.
Hij bleef werken, maar er veranderde iets.
Zijn schilderijen werden ruwer, donkerder, eerlijker.
Veel klanten vonden dat eng.
Ze wilden iets vrolijks aan de muur.
Ze wilden zichzelf jong en mooi zien.
Rembrandt schilderde wat hij zag.
En wat hij zag was niet altijd mooi.
Langzaam verloor hij zijn klanten.
Hij bleef geld uitgeven aan kunst, aan boeken, aan rare voorwerpen.
In 1656 ging hij failliet.
Zijn grote huis werd verkocht.
Zijn spullen werden geveild.
Hij verhuisde naar een kleiner huis in de Jordaan.
En toch stopte hij niet.
Hij bleef schilderen, dag in, dag uit.
Hij schilderde zijn vriendin Hendrickje.
Hij schilderde zijn zoon Titus.
Hij schilderde zichzelf, keer op keer.
Ouder, vermoeider, eerlijker.
Bijna honderd zelfportretten heeft hij gemaakt.
Een soort dagboek met verf.
In zijn laatste jaren stierf bijna iedereen om hem heen.
Hendrickje, Titus.
Rembrandt bleef alleen.
En toch, in die eenzaamheid, maakte hij misschien zijn mooiste werk.
Het licht in zijn late schilderijen is warm en zacht.
Het komt van binnenuit.
Alsof hij eindelijk had geleerd dat licht niet alleen op de huid valt, maar ook in een gezicht zit.
In een blik, in een herinnering.
In 1669 stierf Rembrandt, arm en bijna vergeten.
Hij werd begraven in de Westerkerk in Amsterdam, in een huurgraf.
Niemand weet precies waar zijn botten nu liggen, maar zijn werk hangt overal.
In Amsterdam, in Sint-Petersburg, in New York, in Madrid.
En de Nachtwacht, het schilderij dat hem ooit beroemd maakte, hangt nog steeds in zijn eigen stad.
In een grote zaal waar elke dag duizenden mensen komen kijken.
Dus waarom vertel ik je dit verhaal?
Omdat Rembrandt iets laat zien wat ik belangrijk vind.
Ook voor jou en mij.
Hij bleef doorgaan.
Niet omdat het makkelijk was.
Niet omdat hij applaus kreeg.
Maar omdat hij wist wat hij wilde maken.
Hij leerde licht schilderen door duizenden uren oefenen.
Door fouten.
Door verlies.
Hij keek elke dag opnieuw naar de wereld en vroeg zich af, hoe valt het licht hier?
En precies dat is ook taal leren.
Je kijkt elke dag opnieuw, je oefent in de schaduw.
En op een dag, zonder dat je het merkt, valt het licht op jou.
En ben je iemand die Nederlands spreekt?
Drie woorden om te onthouden.
Schilderen, to paint, gebruikt in de zin, Rembrandt wilde de mensen schilderen alsof ze leefden.
Beweging, movement, gebruikt in de zin Hij vond beweging belangrijker dan stilte.
Eerlijk, honest, gebruikt in de zin Zijn latere portretten waren eerlijk, ook als het niet mooi was.
Een vraag voor jou.
Waarom heet het schilderij eigenlijk De Nachtwacht?
A.
ENOmdat de schutter 's nachts werkte.
B.
Omdat de oude vernislaag donker werd, waardoor mensen dachten dat het een nachtscène was.
C.
Omdat Rembrandt het schilderij alleen 's nachts schilderde.
Tot de volgende aflevering van Nederland in Verhalen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze