

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een koude dinsdagochtend in Groningen.
Bas zette zijn fiets tegen de muur van het café en duwde de deur open.
De geur van verse koffie en gebakken brood hing in de lucht.
Hij hing zijn jas aan de kapstok en liep naar zijn vaste tafel bij het raam.
Bas werkte als leraar geschiedenis op een middelbare school.
Hij was dol op zijn werk, maar vandaag had hij een vrije dag.
Hij had zijn laptop meegenomen om het nieuws te lezen.
Terwijl hij zijn cappuccino roerde, zag hij een groot bericht op zijn scherm.
In Amerika hadden veel politici in de Tweede Kamer gezegd dat president Trump geen oorlog mocht beginnen met Iran.
Niet zonder hun toestemming.
Het was de eerste keer dat zo veel van zijn eigen partijleden ook tegen hem stemden.
Bas leunde achterover in zijn stoel en dacht even na.
"Interessant," mompelde hij zacht.
Een vrouw aan de tafel naast hem keek op.
Ze had kort grijs haar en een rode sjaal om haar nek.
"Sorry, zei u iets?" vroeg ze vriendelijk.
Bas lachte een beetje verlegen.
"Oh, neem me niet kwalijk.
Ik zat hardop te denken.
Ik las iets over Amerika." De vrouw knikte.
"Over Trump?" "Ja," zei Bas.
"De politici in Washington hebben gezegd dat hij geen leger mag sturen naar Iran.
Niet zonder dat zij het eerst goed vinden.
Dat vind ik eigenlijk best bijzonder." De vrouw, die zich voorstelde als Tineke, schoof haar stoel een stukje dichter naar zijn tafel.
Ze was vroeger lerares Frans geweest.
Nu had ze veel tijd om de krant te lezen en over de wereld na te denken.
"Maar is dat niet gewoon de regel?" vroeg Tineke.
"Dat een president niet zomaar een oorlog kan beginnen?" "Ja, dat klopt," zei Bas.
"Maar in de praktijk gebeurt het toch vaak anders.
Presidenten doen soms dingen zonder te vragen.
En nu zeiden de politici: nee, zo werkt het niet.
Jij moet eerst aan ons vragen." Tineke pakte haar kopje thee.
"Dat klinkt logisch.
Niemand mag zomaar alles doen, ook een president niet." Bas knikte.
"Precies.
En het bijzondere was dat ook mensen uit zijn eigen groep tegen hem stemden.
Dat zie je niet zo vaak." Een jonge serveerster bracht een tweede cappuccino voor Bas.
Ze had hem al eerder gezien en wist wat hij dronk.
"Alstublieft," zei ze met een glimlach.
"Dank je wel," zei Bas.
Hij keek weer naar zijn scherm.
Tineke dacht even na.
"Ik denk dat mensen soms bang worden.
Een oorlog is gevaarlijk.
Veel mensen willen dat niet.
Dan zeggen ze eindelijk wat ze echt vinden." "Dat denk ik ook," zei Bas.
"En het is goed dat ze dat zeggen.
Want anders heeft niemand meer iets te zeggen over grote beslissingen." Buiten begon het zachtjes te regenen.
De ramen werden een beetje wazig.
Bas sloot zijn laptop en keek naar de straat.
Een man met een paraplu liep snel voorbij.
Een moeder duwde een kinderwagen onder een afdakje.
Hij dacht aan zijn leerlingen.
Morgen zou hij dit met hen bespreken.
Niet als groot politiek nieuws, maar als een gewoon voorbeeld.
Soms zeggen mensen nee.
Soms is dat het moedigste wat je kunt doen.
Tineke stond op en trok haar jas aan.
"Fijn gesprek," zei ze.
"Ik ga weer.
Maar ik ga dit ook lezen vanavond." "Veel plezier," zei Bas.
Hij glimlachte en keek haar na.
Hij bestelde nog een broodje kaas en opende zijn notitieboekje.
Hij schreef een paar woorden op voor zijn les van morgen.
Buiten klonk het geluid van de regen op de stoep.
Het was een gewone dag in Groningen, maar toch had hij iets geleerd.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze