Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Glijbaan

Het is een zonnige dag in Den Haag.

Jan loopt door het park.

Hij ziet een speeltuin.

Daar staat een grote glijbaan.

De glijbaan is rood en geel.

Hij glimt in de zon.

Jan is alleen.

Hij is niet met kinderen.

Hij kijkt naar de glijbaan.

Hij denkt: "Die glijbaan ziet er leuk uit.

Ik wil ook glijden." Jan loopt naar de glijbaan.

Hij gaat op de trap staan.

De trap is klein.

Zijn knieën zijn dicht bij zijn kin.

Hij lacht.

"Het is lang geleden," zegt hij.

Boven op de glijbaan kijkt hij naar beneden.

Het is hoog!

Zijn hart klopt snel.

Hij hoort kinderen roepen.

Ze spelen in het zand.

Niemand kijkt naar Jan.

Dat is goed.

Jan gaat zitten.

De glijbaan is glad.

Hij voelt de kou.

Hij duwt met zijn handen.

Maar hij beweegt niet.

Hij zit stil.

Hij duwt weer.

Niets.

Hij zit vast!

"Hé!" roept Jan.

"Waarom gaat het niet?" Hij kijkt naar beneden.

Zijn broek is dik.

De glijbaan is te glad voor zijn broek.

Hij zit vast als een steen.

Jan wordt rood.

Hij denkt: "Dit is gek.

Ik ben een grote man.

Ik zit vast op een glijbaan." Hij duwt harder.

Hij wiebelt.

De glijbaan maakt een geluid: piep, piep.

Dan hoort hij een stem.

Een meisje staat onder de glijbaan.

Ze heet Saar.

Ze heeft een rode jas aan.

"Meneer, waarom zit u daar?" vraagt Saar.

Jan lacht zenuwachtig.

"Ik rust even," zegt hij.

Saar kijkt hem aan.

"U zit vast," zegt ze.

"Ik zie het.

Wilt u hulp?" Jan zucht.

"Ja, graag," zegt hij.

Saar roept haar broer.

Hij heet Daan.

Daan is sterk.

Hij komt bij de glijbaan staan.

"Meneer, u moet uw benen optillen," zegt Daan.

"En dan duwen met uw armen." Jan tilt zijn benen op.

Hij duwt.

Maar de glijbaan is te glad.

Hij schuift een beetje.

Dan stopt hij weer.

Daan lacht.

"Nog een keer, meneer!" Jan duwt heel hard.

Zijn gezicht is rood.

Hij schuift... hij schuift... en dan!

Hij glijdt omlaag.

Woesh!

Hij vliegt over de glijbaan.

Zijn armen zijn in de lucht.

Hij roept: "Jee!" De glijbaan is kort.

Jan komt met een plof op de grond.

Hij ligt op het gras.

Hij lacht.

Saar en Daan klappen in hun handen.

"Goed gedaan, meneer!" zegt Saar.

Jan staat op.

Zijn broek is groen van het gras.

Zijn hart is blij.

Hij kijkt naar de glijbaan.

"Dat was leuk," zegt hij.

"Maar mijn billen zijn nu koud." Saar en Daan lachen.

Jan loopt naar de bank.

Hij gaat zitten.

Hij voelt de zon op zijn gezicht.

Hij denkt: "Ik ben weer een kind geweest.

Dat is fijn." Hij kijkt naar de glijbaan.

De kleuren zijn nog mooier nu.

Rood en geel, als een lolly.

Jan voelt zich gelukkig.

Hij heeft een avontuur gehad in de speeltuin.

Die avond vertelt Jan het verhaal aan zijn vriendin.

Zij lacht.

"Jij met je glijbaan," zegt ze.

"Volgende keer neem ik een kussen mee." Jan lacht.

Hij weet dat hij morgen weer gaat glijden.

Maar dan met een dunne broek.

En dat is het einde.

Jan leert dat plezier niet alleen voor kinderen is.

Soms moet je gewoon glijden.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze