

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
Het is maandagochtend.
De tram rijdt door Den Haag.
In de tram zit een jonge vrouw.
Ze heet Lisa.
Lisa gaat naar haar werk.
Ze kijkt uit het raam.
De tram stopt bij een halte.
Een oude mevrouw stapt in.
De mevrouw heeft een rode tas.
Ze gaat naast Lisa zitten.
De rode tas is groot en zwaar.
De mevrouw zet de tas op de grond.
De tas ruikt een beetje naar pepermunt.
De mevrouw zegt: 'Wat een mooie dag, hè?'
Lisa knikt en zegt: 'Ja, de zon schijnt.'
De mevrouw lacht.
Haar lach klinkt vrolijk.
Dan pakt ze haar telefoon.
Ze belt iemand.
Ze praat hard.
Iedereen in de tram kan het horen.
De tram schudt een beetje.
Lisa hoort het geluid van de wielen op de rails.
De mevrouw zegt in de telefoon, ja, ik zit in de tram.
Er is een meisje naast me.
Ze ziet er moe uit.
Lisa kijkt verbaasd.
De mevrouw praat gewoon over haar.
Lisa voelt zich ongemakkelijk.
Ze kijkt naar buiten.
De tram rijdt langs een park.
Lisa ziet een hond.
De hond rent achter een bal aan.
De hond is bruin en de bal is rood.
Lisa ziet ook een eend in het water.
De eend zwemt rustig.
De mevrouw praat verder.
Ze heeft een blauwe jas aan.
En ze kijkt sip.
Lisa wordt een beetje boos.
Ze denkt, waarom zegt ze dat?
Ik zit hier gewoon.
Dan zegt de mevrouw.
Oh, wacht.
Ze kijkt nu naar mij.
Ik denk dat ze het hoort.
Lisa's hart klopt sneller.
Ze voelt zich warm.
Lisa zegt, pardon.
Mevrouw, ik kan u horen.
De mevrouw schrikt.
Ze zegt, oh, sorry.
Ik dacht dat je aan het slapen was.
Lisa zegt, nee, ik ben wakker.
En ik ben niet sip.
Ik ben moe, maar dat is niet erg.
De mevrouw bloost.
haar wangen worden rood.
De mevrouw zegt, sorry meisje.
Ik ben een beetje een roddelaar.
Dat is niet goed.
Lisa glimlacht.
Ze zegt: 'Geeft niet.'
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode
voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Maar praat niet over mensen die naast u zitten.
De mevrouw knikt.
Ze zegt, je hebt gelijk.
Ik stop.
Dan hangt ze op.
Ze kijkt naar Lisa.
Ze zegt: 'Ik heet Ans.'
En jij?
Ik ben Lisa, zegt Lisa.
Ans zegt: 'Nou Lisa, jij bent een dappere meid.
Ik hoop dat je dag beter wordt.
Lisa lacht.
Ze zegt, dank u, Ans.
Fijne dag nog.
De tram stopt bij de halte van Lisa.
Lisa stapt uit.
Ze zwaait naar Ans.
Ans zwaait terug.
Lisa loopt naar haar werk.
Ze voelt zich vrolijk.
De zon schijnt nog steeds.
En ze denkt, soms zijn mensen raar.
Maar meestal niet slecht.
Als Lisa op haar werk komt, vertelt ze het verhaal aan haar collega.
Haar collega lacht hard.
Lisa lacht ook.
Ze zeggen, wat een ochtend.
Lisa drinkt koffie.
De koffie is warm.
De dag is goed.
Lisa ruikt de koffie en voelt de warme beker in haar handen.
Die avond gaat Lisa naar huis.
Ze neemt de tram weer.
Ze hoopt Ans niet te zien.
Maar ze ziet haar niet.
Lisa zit alleen.
Ze kijkt uit het raam.
De stad is mooi in het licht van de straatlantaarns.
Lisa glimlacht.
Ze denkt aan de oude mevrouw.
Het was eigenlijk wel grappig.
Ze pakt haar telefoon.
Ze stuurt een bericht naar haar vriendin.
Vandaag een rare mevrouw in de tram.
Ze zei dat ik sip keek.
Maar ik ben niet sip.
Haar vriendin stuurt terug.
Haha mensen zijn gek.
Lisa lacht.
Ze zet haar telefoon weg.
De tram rijdt verder.
Lisa voelt zich rustig.
Morgen is een nieuwe dag.
Lisa denkt, ik ben blij dat ik iets zei.
Soms moet je praten.
Ze stapt uit en loopt naar huis.
De lucht is koel.
De maan schijnt.
Lisa voelt zich tevreden.
Tot de volgende.
Open de interactieve speler op Dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause