

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dit is Otto.
Otto is een otter.
Otto is klein en bruin.
Hij woont bij het water.
Het water is in Utrecht.
Het water is koud en blauw.
Otto hoort het water.
Het water maakt een zacht geluid: plons, plons.
Otto zwemt elke dag.
Hij zwemt snel.
Hij zwemt links.
Hij zwemt rechts.
Otto is een goede zwemmer.
Zijn vacht is nat.
Zijn vacht glimt in de zon.
De zon is warm.
Otto heeft honger.
Hij zoekt eten.
Hij ziet een vis.
De vis is groot en grijs.
Otto zwemt naar de vis.
Hij eet de vis op.
Lekker!
De vis smaakt goed.
Otto is vol.
Naast het water woont Jan.
Jan is een man.
Jan werkt op het land.
Hij heeft koeien.
De koeien zijn zwart en wit.
De koeien eten gras.
Jan ziet Otto elke dag.
Jan ziet Otto zwemmen.
Jan zegt: "Hallo Otto!" Otto kijkt naar Jan.
Otto maakt een geluid.
Het geluid is zacht.
Jan lacht.
Hij is blij.
Jan denkt: "Otto is een mooie otter." Jan heeft een idee.
Hij gaat naar zijn buurman.
De buurman heet Klaas.
Klaas werkt ook op het land.
Jan zegt: "Klaas, kijk hier." Jan wijst naar het water.
Het water is blauw en koud.
Klaas zegt: "Wat is er?" Jan zegt: "Otto heeft meer water nodig." Klaas kijkt naar het water.
Het water is smal.
Het water is kort.
Klaas denkt: "Ja, meer water is goed." Jan en Klaas werken samen.
Zij graven.
Zij graven hard.
Het werk is zwaar.
Maar Jan en Klaas stoppen niet.
Zij graven met schoppen.
De schoppen zijn groot.
Het zweet komt van hun hoofd.
Na het graven is er meer water.
Het water gaat ver.
Het water gaat naar links.
Het water gaat naar rechts.
Het water gaat door het land van Jan.
Het water gaat door het land van Klaas.
Het water is nu breed.
Otto ziet het nieuwe water.
Otto zwemt in het nieuwe water.
Hij zwemt snel.
Hij zwemt ver.
Otto is heel blij.
Hij voelt het koude water op zijn vacht.
Otto zwemt naar links.
Hij ziet iets.
Wat is dat?
Het is een andere otter!
De andere otter is klein.
De andere otter is ook bruin.
Haar vacht glimt in de zon.
Otto zwemt naar de andere otter.
De andere otter heet Mia.
Mia is een vrouwelijke otter.
Mia zwemt ook snel.
Zij is vriendelijk.
Otto en Mia zwemen samen.
Zij zwemen links.
Zij zwemen rechts.
Zij eten samen vis.
De vis is lekker.
De vis is klein en zilver.
Otto en Mia zijn blij.
Jan kijkt naar Otto en Mia.
Jan roept Klaas.
Klaas komt snel.
Zij kijken samen naar het water.
Zij zien Otto.
Zij zien Mia.
Het water is blauw en mooi.
Klaas zegt: "Kijk!
Twee otters!" Jan lacht hard.
Klaas lacht ook.
Zij zijn heel blij.
Jan denkt: "Het werk was goed." Otto kijkt naar Jan.
Otto kijkt naar Klaas.
Otto maakt een geluid.
Het geluid is luid.
Jan zegt: "Dank je wel, Otto." Otto zwemt weg.
Het water is mooi.
De otters zijn mooi.
Jan en Klaas zijn goede mensen.
Zij werken hard voor de otters.
De zon schijnt op het water.
Elke dag zwemt Otto in het water.
Elke dag ziet Jan de otter.
Elke dag is Jan blij.
Het water is goed.
De otters zijn goed.
Utrecht is mooi.
Otto denkt: "Ik heb een vriend." Mia zwemt naast hem.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze