

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was nacht in een klein dorp.
De maan scheen zacht tussen de wolken.
De straten waren stil en donker.
Mensen sliepen.
Maar niet alles was rustig.
In een huis aan de rand van het dorp woonde een man.
Hij heette Tom.
Tom had een groene papegaai.
De vogel heette Kiwi.
Kiwi was klein maar heel slim.
Hij kon praten.
Hij zei vaak: “Hallo, Kiwi!” en “Waar is het eten?” Tom hield veel van Kiwi.
Maar op een dag deed Tom het raam open.
Kiwi keek naar buiten.
Hij zag een mooie boom.
Hij vloog snel naar buiten.
Tom riep: “Kiwi, kom terug!” Maar de vogel was al weg.
Kiwi vloog door de lucht.
Het was een beetje koud.
De wind stoeide met zijn veren.
Hij keek naar beneden.
Hij zag kleine huizen en auto’s.
Maar hij kende de weg niet terug.
Hij voelde zich een beetje alleen.
De hele dag zocht Kiwi naar zijn huis.
Hij vloog over velden en door tuinen.
Hij zag bloemen, maar hij rook geen eten.
Hij hoorde honden blaffen.
Dat maakte hem bang.
Toen werd het avond.
De zon ging onder.
De lucht werd oranje en rood.
Daarna werd het donker.
Kiwi was moe en hongerig.
Hij dacht: “Waar is Tom?
Waar is mijn warme huis?” In het dorp was ook een vrouw.
Zij heette Marieke.
Marieke was graag buiten.
Maar die avond wilde ze niet naar buiten.
Ze had een probleem.
Haar kat zat hoog in een boom.
De kat miauwde heel hard.
De boom was heel hoog.
Marieke kon niet bij de kat komen.
Marieke zei: “Blijf daar, poes!
Ik kom je halen!” Maar de poes wilde niet naar beneden.
Het was al laat.
Marieke pakte een ladder.
De ladder was te kort.
Ze zuchtte.
Ze dacht: “Wat moet ik doen?” Toen kreeg ze een idee.
Ze kon zelf in de boom klimmen.
De boom had dikke takken.
Ze klom langzaam omhoog.
Ze voelde het hout onder haar handen.
Het was ruw.
Ze hoorde de kat miauwen.
Het klonk dichtbij.
Marieke klom hoger en hoger.
Haar armen werden moe.
Haar benen trilden.
Maar ze wilde de kat redden.
Ten slotte zat ze op een grote tak.
Daar zat de kat.
De kat keek haar aan met grote ogen.
Marieke zei: “Kom hier, kleine gek.” Ze pakte de kat voorzichtig.
Maar toen gebeurde er iets vreemds.
Marieke keek om zich heen.
Ze was nu heel hoog.
De grond leek ver weg.
Ze kon niet meer naar beneden!
Het was te donker.
Ze riep: “Help!
Is er iemand?” Niemand hoorde haar.
Het dorp sliep.
En toen hoorde ze opeens een geluid.
Het klonk als een kleine stem. “Hallo, Kiwi!” zei de stem.
Marieke schrok.
Wie zei dat?
Ze keek rond in de boom.
Daar, op een andere tak, zat een groene papegaai!
De vogel bewoog zijn kopje en zei weer: “Waar is het eten?” Marieke lachte bijna.
Ze zei: “Jij bent ook verdwaald, hè?” De papegaai keek haar aan.
Hij stapte dichterbij.
Hij maakte een zacht geluid: “Krr, krr.” Marieke strekte haar hand uit.
De papegaai liep op haar vinger.
Hij voelde warm en licht.
De kat keek naar de vogel, maar ze deed niets.
Marieke zei: “Wie ben jij?
Waar woon je?” De papegaai zei weer: “Hallo, Kiwi!” Op dat moment zocht Tom nog steeds naar Kiwi.
Hij liep door het dorp met een zaklamp.
Hij keek naar de bomen.
Hij riep: “Kiwi!
Waar ben je?” Toen hoorde hij een geluid.
Het leek op gepraat in een boom.
Hij liep naar de boom.
Hij scheen met zijn zaklamp omhoog.
Daar zag hij iets raars.
Een vrouw zat op een tak.
Ze had een kat op haar arm.
En op haar schouder zat een groene papegaai.
Tom riep: “Kiwi!
Daar ben je!” Marieke keek naar beneden.
Ze zag Tom met de lamp.
Ze riep: “Kunt u ons helpen?
Ik kom niet naar beneden!” Tom lachte.
Hij zei: “Dat is mijn papegaai!
Maar eerst moeten we u redden.” Hij haalde een lange ladder.
Hij zette hem tegen de boom.
Hij klom omhoog en hielp Marieke voorzichtig.
Beneden stonden ze allemaal op de grond.
De kat sprong uit Mariekes armen.
Kiwi vloog naar Tom en ging op zijn schouder zitten.
Tom zei: “Wat een avontuur!” Marieke zei: “Dank u!
Zonder uw vogel had ik misschien de hele nacht in de boom gezeten.” Tom lachte.
Hij aaide Kiwi. “Hij zoekt altijd avontuur.
Maar vanavond vond hij jou.” Marieke moest ook lachen. “Misschien wilde hij wel een vriendin voor mij zijn.” Ze liepen samen terug naar het dorp.
De maan scheen helder.
De wind was zacht.
Marieke droeg haar kat.
Tom droeg Kiwi.
Het was een vreemde nacht, maar ook een mooie nacht.
Thuis gaf Tom Kiwi wat zaadjes.
Kiwi zei tevreden: “Hallo, Kiwi!” Tom knikte. “Ja, jij bent een held.
Je hebt een vrouw gered.” Marieke ging naar huis met haar kat.
Ze dacht aan de papegaai en aan Tom.
Ze glimlachte.
Soms vind je hulp op een rare plek, hoog in een boom.
Zo eindigt het verhaal van Kiwi, de papegaai die in de nacht rondvloog.
Hij zocht zijn baasje, maar hij vond een nieuw avontuur.
En Marieke?
Zij keek voortaan met een glimlach naar bomen.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze