Alle podcasts

De Broer met het Foute Geld

Dit is Jos.

Jos is een man.

Hij woont in Utrecht.

Utrecht is een stad.

Jos heeft een broer.

De broer heet Bram.

Bram is de grote broer.

Bram woont niet in Utrecht.

Bram is in Turkije.

Turkije is een land.

Het is warm in Turkije.

De zon schijnt daar.

Jos is in zijn huis.

Het huis is klein.

Het huis is mooi.

Jos zit op een stoel.

De stoel is rood.

De stoel zit goed.

Jos drinkt koffie.

De koffie is warm.

De koffie is zwart.

Jos houdt van koffie.

Jos kijkt naar een foto.

De foto is van Bram.

Bram lacht op de foto.

Bram heeft veel geld.

Heel veel geld.

Maar het geld is fout.

Het is slecht geld.

Jos weet dat.

Jos drinkt zijn koffie.

Hij kijkt naar buiten.

De lucht is blauw.

Een vogel vliegt daar.

De vogel is zwart.

Vandaag komt Bram terug.

Hij komt naar Nederland.

Hij komt met het vliegtuig.

Het vliegtuig is groot.

Het vliegtuig is wit.

Het vliegtuig vliegt hoog.

Jos gaat naar buiten.

Hij doet de deur dicht.

Hij loopt op de stoep.

Hij loopt naar de bus.

De bus is geel.

Jos stapt in de bus.

Hij gaat zitten.

De bus rijdt snel.

Jos kijkt naar de auto's.

Hij ziet een auto.

De auto is blauw.

Hij ziet nog een auto.

Die auto is groen.

De bus stopt.

Jos stapt uit de bus.

Hij is bij de winkel.

De winkel is groot.

Hij koopt een appel.

De appel is rood.

De appel is rond.

De appel is zoet.

Jos eet de appel.

Hij eet de appel op.

Hij loopt verder.

Hij loopt naar het plein.

Het plein is groot.

Het plein is druk.

Er zijn veel mensen.

Bram is op het plein.

Jos ziet Bram.

Bram heeft een tas.

De tas is groot.

De tas is zwaar.

De tas is zwart.

Er zit geld in.

Het foute geld.

Bram ziet Jos ook.

Bram lacht naar Jos.

"Hallo Jos," zegt Bram.

"Hallo Bram," zegt Jos.

"Hoe gaat het?" vraagt Bram.

"Het gaat goed," zegt Jos.

Dan komt er een man.

De man loopt snel.

De man is de politie.

Nog een man komt.

Ook hij is de politie.

Zij lopen naar Bram.

Bram kijkt naar de mannen.

Hij lacht niet meer.

De mannen staan bij Bram.

"Jij bent Bram," zegt een man.

"Ja, ik ben Bram," zegt Bram.

"Jij hebt fout geld," zegt de man.

"Jij gaat met ons mee." Bram kijkt naar Jos.

Jos kijkt naar Bram.

Jos zegt niets.

Bram zegt ook niets.

De mannen pakken Bram.

Zij lopen naar een auto.

De auto is van de politie.

De auto is wit met blauw.

Bram stapt in de auto.

De mannen stappen ook in.

De auto rijdt weg.

De auto rijdt snel.

Jos staat op het plein.

Hij is alleen.

Hij heeft geen broer nu.

Zijn broer is weg.

Jos pakt nog een appel.

Hij eet de appel.

De appel is lekker.

Jos loopt naar de bus.

De bus komt eraan.

Jos stapt in.

Jos gaat naar huis.

Hij doet de deur open.

Hij is in huis.

Het huis is stil.

Jos drinkt weer koffie.

Hij zit op de stoel.

De rode stoel.

Hij kijkt naar de foto.

De foto van Bram.

Bram lacht op de foto.

Maar Bram is nu weg.

Het foute geld is ook weg.

Jos drinkt zijn koffie.

De koffie is koud.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze