

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zaterdagochtend.
De zon schijnt door de gordijnen.
Ik word wakker en ruik verse koffie.
Mijn man, Mark, is al beneden.
Ik rek me uit en stap uit bed.
Het is tijd om de was te doen.
Ik loop naar de badkamer en pak de wasmand.
Dan zie ik iets raars.
Er ligt een sok op de grond.
Maar het is niet zomaar een sok.
Het is een kleine sok, met gele en blauwe strepen.
Ik heb die sok nog nooit gezien.
Ik raap de sok op en loop naar beneden.
Mark zit aan de keukentafel.
Hij leest de krant.
Ik zeg: 'Mark, kijk eens.
Wat is dit?' Mark kijkt op.
Hij fronst.
'Een sok?' zegt hij.
'Ja, een sok,' zeg ik.
'Maar niet van ons.
We hebben geen sokken met strepen.' Mark haalt zijn schouders op.
'Misschien van de buren?' zegt hij.
'Nee,' zeg ik.
'De buren hebben geen kinderen.
En deze sok is klein, voor een kind.' Ik ga zitten en neem een slok koffie.
De koffie is warm en sterk.
Ik denk na.
Waar komt deze sok vandaan?
We wonen in een rustig appartement in Den Haag.
Niemand komt hier zomaar binnen.
Behalve de postbode, de pakketbezorger en soms de loodgieter.
Maar die dragen geen kindersokken.
Ik word een beetje nerveus.
'Mark, dit is raar,' zeg ik.
'Ik vind het niet fijn.' Mark lacht.
'Schat, het is maar een sok.
Misschien heeft iemand hem per ongeluk laten vallen.' Maar ik kan het niet loslaten.
Ik loop terug naar de badkamer.
Ik kijk in de wasmand.
Al onze sokken zijn wit, zwart of grijs.
Geen strepen.
Ik kijk onder het bed.
Niets.
Ik kijk in de kast.
Niets.
Dan hoor ik een geluid.
Het komt uit de woonkamer.
Het klinkt als een klein stemmetje.
Ik loop voorzichtig naar de woonkamer.
De deur is dicht.
Ik doe hem open.
En dan zie ik het.
Op de bank zit een klein meisje.
Ze is ongeveer vier jaar oud.
Ze heeft blond haar en grote blauwe ogen.
Ze draagt een pyjama met sterren.
En aan haar ene voet zit een sok.
Een sok met gele en blauwe strepen.
Ze kijkt me aan en lacht.
'Hallo,' zegt ze zacht.
Ik ben zo verbaasd dat ik niets kan zeggen.
Mark komt achter me staan.
'Wat is dit?' fluistert hij.
'Ik weet het niet,' fluister ik terug.
Het meisje zegt: 'Ik heet Lotte.
Ik ben verdwaald.' Ik ga naast haar zitten.
'Hoe ben je hier gekomen, Lotte?' vraag ik.
'Ik weet het niet,' zegt ze.
'Ik was aan het spelen en toen was ik hier.' Mark pakt zijn telefoon.
'Ik bel de politie,' zegt hij.
Maar Lotte schudt haar hoofd.
'Nee, niet doen.
Mijn mama komt zo.' We wachten.
Na tien minuten gaat de bel.
Ik doe open.
Daar staat een jonge vrouw.
Ze ziet er bezorgd uit.
'Lotte!' roept ze.
Lotte rent naar haar toe.
'Mama!' De vrouw kijkt naar ons.
'Dank u wel.
Ik was zo bang.' Ze vertelt dat ze in hetzelfde gebouw woont, twee verdiepingen hoger.
Lotte was aan het spelen en is de gang op gelopen.
De deur van ons appartement stond blijkbaar open.
Lotte is naar binnen gegaan en in slaap gevallen op de bank.
De vrouw neemt Lotte mee naar huis.
We zeggen gedag.
Als ze weg zijn, kijk ik naar Mark.
'Wat een ochtend,' zeg ik.
Mark lacht.
'Ja, en we hebben er een sok bij.' Ik kijk naar de sok op tafel.
De gele en blauwe strepen.
Ik glimlach.
Soms gebeuren er rare dingen.
Maar meestal komt het goed.
Ik voel me warm van binnen.
Ik geef Mark een kus.
'Zullen we ontbijten?' vraag ik.
'Ja,' zegt hij.
'En daarna brengen we de sok terug.' Terug naar Dutch Fluency.
Open de interactieve speler op dutchfluency.com slash transcripts.
Tik op een woord als je vastloopt.
Aanpassen
Tekst
Modus
Audio
Pauze