

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Lars zat op de bank in het kleine appartement van zijn oom Henk in Vancouver.
Het was al drie dagen geleden dat hij was aangekomen vanuit Den Haag, maar hij had de jetlag nog steeds niet helemaal overwonnen.
Buiten was de lucht oranje gekleurd.
Niet het mooie oranje van een zonsondergang, maar een vreemde, zware kleur die je een beetje onrustig maakte.
Henk stond in de keuken en zette koffie.
Hij had al twintig jaar in Canada gewoond en kende de situatie goed.
"Kom eens kijken," zei hij rustig.
Lars stond op en liep naar het raam.
De straat beneden was leeg.
Normaal waren er veel fietsers en wandelaars, maar nu zag hij bijna niemand.
"Wat is er aan de hand?" vroeg Lars.
"Er zijn grote bosbranden in de provincie," zei Henk.
"De overheid heeft de noodtoestand uitgeroepen.
Dat betekent dat ze extra maatregelen kunnen nemen, zoals mensen verplicht laten vertrekken uit gevaarlijke gebieden." Lars keek naar buiten en rook iets scherps, een beetje zoals rook van een kampvuur, maar veel sterker.
"Is het gevaarlijk hier in de stad?" Henk schudde zijn hoofd.
"Hier in Vancouver zijn we veilig.
Maar in de kleinere plaatsen verder naar het oosten is het heel ernstig.
Sommige mensen moeten hun huis verlaten.
Ze pakken alleen de belangrijkste spullen en gaan weg." Lars dacht aan zijn eigen huis in Den Haag.
Wat zou hij meenemen als hij plotseling weg moest?
Zijn paspoort, zijn laptop, misschien een foto van zijn ouders.
Het was een rare gedachte.
De rest van de ochtend keken ze samen naar het nieuws op televisie.
Er waren beelden van grote oranje vlammen in de bossen, van helikopters die water gooiden, en van lange rijen auto's op de wegen.
Mensen reden weg van hun huizen met alles wat ze konden meenemen.
"Hoe vaak gebeurt dit?" vroeg Lars.
"De laatste jaren steeds vaker," zei Henk.
Hij roerde in zijn koffie en keek even stil naar het scherm.
"De zomers worden droger en heter.
Dat maakt het risico op branden groter.
Het is een groot probleem geworden." Na de lunch besloten ze toch even naar buiten te gaan.
Henk had mondkapjes gevonden in een la.
"Voor de luchtkwaliteit," legde hij uit.
Ze liepen door de stille straten.
Lars voelde hoe zijn ogen een beetje prikten van de rook in de lucht.
Het was een vreemd gevoel om in een grote, moderne stad te lopen die er zo verlaten bij lag.
Bij een klein parkje zagen ze een oudere vrouw die op een bankje zat.
Ze had een radio bij zich en luisterde naar de berichten.
Ze keek op toen Lars en Henk langskwamen.
"Gaat het goed met u?" vroeg Henk.
"Ja hoor," zei ze.
"Mijn dochter belt me elke paar uur.
Ze wil dat ik naar haar toe kom, maar ik wil hier blijven.
Dit is mijn buurt." Ze glimlachte een beetje vermoeid.
Op de terugweg naar het appartement dacht Lars aan wat ze had gezegd.
Thuis blijven, ook als het moeilijk is.
Hij begreep dat gevoel wel.
Die avond aten ze samen pasta en keken nog een keer naar het nieuws.
De brandweer had goede resultaten geboekt in een van de gebieden.
Dat was een beetje goed nieuws na een zware dag.
"Morgen is de lucht misschien beter," zei Henk.
"Dan laat ik je de mooie kant van British Columbia zien." Lars knikte en keek nog een keer naar de oranje gloed buiten het raam.
Canada was anders dan hij had verwacht, maar hij was blij dat hij hier was.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze