

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Een man is in Amsterdam.
De man ziet een mooie plek.
De plek is bij een gracht.
De man houdt van de plek.
Een maand later zit de man thuis.
Hij denkt aan de plek in Amsterdam.
De man heeft een idee.
Hij wil een foto van de plek.
De man gaat naar de computer.
Hij gaat op internet.
Hij vraagt aan mensen.
Kan jij een foto maken van de plek in Amsterdam?
Veel mensen willen helpen.
De man is blij.
Een vrouw maakt de foto.
De foto is goed.
De man is blij.
De vrouw stuurte foto naar de man.
De man zegt, dank je wel.
De man heeft een vriend.
De vriend is een kunstenaar.
De kunstenaar heet Richard.
Richard is een goede kunstenaar.
De man geeft de foto aan Richard.
Richard kijk naar de foto.
Hij vindt de foto mooi.
Richard gaat een schilderij maken.
Hij gebruikt de foto voor het schilderij.
Richard werkt aan het schilderij.
Hij werkt hard.
Na een tijdje is het schilderij klaar.
Het schilderij is mooi.
Richard is blij.
Hij geeft het schilderij aan de man.
De man ziet het schilderij.
Hij vindt het schilderij mooi.
De man is blij.
Hij zegt, dank je wel Richard.
Het is bijna kerst.
De man heeft een idee.
Hij geeft het schilderij aan zijn vriendin.
De vriendin ziet het schilderij.
Ze vindt het schilderij mooi.
Ze is blij.
Ze zegt, dank je wel.
Ik hou van jou.
De man is blij.
Iedereen is blij.
Het schilderij is in het huis.
Iedereen vindt het schilderij mooi.
De man zegt, dank je wel, aan iedereen die heeft geholpen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze