

Audio1x
Speed
Pause
PracticeRead
Mode
Woordenschat
We hadden ons bezoek al een week geleden afgesproken.
Toen Lotte aankwam, droeg ze een groene regenjas.
haar haren waren nat en haar schoenen pipten.
Ze had een zak brood in haar tas.
Voor de dieren, zij ze, terwijl ze de zak liet zien.
Laat het brood vandaag maar hier, antwoorden ik rustig.
Lotte kijk me aan en vroeg naar de reden.
Ik vertel de haar wat ik net had gelezen.
Maar reist is toch gewoon eten, voeg ze verbijst?
Voor mensen wel, als we het goed klaar hebben gemaakt.
Toch kunnen dieren niet alles eten wat wij eten.
Ik weet niet precies waarom deze dieren zijn gestorven.
In het bericht staat dat ze eerder reist hebben gekregen.
Lotte ligt de zak brood op mijn tafel.
Dan nemen we alleen iets voor ons zelf mee.
We pakten twee appels en stapten op onze fietsen.
De regen was gestopt, maar de lucht bleef reis.
Langs de weg lagen plassen tussen het groene gras.
Een auto reed langs en maakte mijn broek nat.
Graad is water, zei ik.
Alleen heb ik liever droge benen.
Lotte lachten en fiets te een stukje verder naast me.
In Maasland zetten we onze fietsen bij een hek.
Het rooker naar nat gras en aarde.
Aan de andere kant stonden een paar bruine dieren.
Een dier bewoog zijn oren naar het geluid van onze stemmen.
Lotte bleef stilstaan en kijk naar zijn smalle poten.
Bij het hek hingen we het even tussen door.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Bord met grote letters.
Er stond dat bezoekers de dieren geen eten mochten geven.
Dat bord heb ik vorige keer niet gezien, zei Lotte.
Ik heb het toen ook niet gelezen, antwoorde ik.
Een vrouw kwam over het pad met een lege emmer.
Ze stelden zich voor als Maria en werkte daar.
Ik vroeg haar of ze even tijd voor ons had.
We hebben het bericht gelezen, vertelde ik.
Lotte heeft een vraag over het eten.
Maria zette haar emmer naast haar voeten op het pad.
Ze luisterde rustig naar de vraag van mijn nichtje.
Deze dieren krijgen elke dag hun eigen eten, zei ze.
Wij weten hoeveel ze nodig hebben en wat geschikt is.
Daarom vragen we bezoekers om niets door het hek te geven.
Ook geen klein stukje brood?
Vroeg Lotte nog?
Nee, ook geen klein stukje.
Misschien komen er vandaag wel honderd mensen langs.
Als iedereen iets geeft, krijgen de dieren veel te veel.
Lotte keek naar haar handen en daarna naar het bord.
Ik heb hier vorige maand brood gegeven, zei ze zacht.
Maria bleef vriendelijk en keek haar rustig aan.
Je kent de regel nu.
Vandaag heb je geen eten gegeven.
We bedankte Maria en liepen verder langs het hek.
Bij een bankje houden we onze appels te voorschein.
Mijn appel krakte hart toen ik erin beet.
Lotte keek naar een dier dat rustig gras ad.
Ze hebben ons brood dus helemaal niet nodig, zeizen.
Nee, antwoord ik.
We kunnen ook gewoon naar ze kijken.
Op de terugweg werd de lucht eindelijk wat lichter.
Lotte wil de thuis haar vader over het bezoek vertellen.
Ik zou maandag met mijn leerlingen het bericht lezen.
We zouden praten over dieren en eenvoudige regels.
Thuis ligt de lotte de zak brood naast mijn bord.
We maakte er samen warme boterammen met kaas van.
De kaas er ook heerlijk en mijn broek was eindelijk droog.
Ik was blij dat we onze vragen hadden gesteld.
Dit was mijn verhaal voor Dutch fluency.
Tot de volgende keer.
Settings
Text
Mode
Audio
Pause