

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een vrijdagavond in oktober, en de Rotterdamse Witte de Withstraat bruiste zoals gewoonlijk van leven.
Muziek sijpelde naar buiten vanuit de kroegen, het aroma van verse friet hing in de koele lucht, en honderden mensen liepen lachend langs de verlichte etalages.
Onder hen bevond zich Sandra Brouwer, een verpleegkundige van tweeëndertig jaar die na een lange dienst eindelijk even wilde ontspannen met haar vriendin Nadia.
Sandra had die dag twaalf uur gewerkt op de spoedeisende hulp van het Erasmus MC.
Ze was gewend aan bloed, stress en moeilijke situaties, maar vanavond wilde ze daar niet aan denken.
Ze wilde gewoon een glas wijn, een goed gesprek en de warmte van de stad om zich heen voelen.
"Je ziet er uitgeput uit," zei Nadia, terwijl ze haar arm door die van Sandra stak.
"Wanneer heb je voor het laatst echt uitgerust?" "Dat weet ik eerlijk gezegd niet meer," antwoordde Sandra met een vermoeide glimlach.
"Maar vanavond telt dat niet.
Vanavond zijn we gewoon twee vrouwen die de stad in gaan." Ze hadden nog geen twintig meter gelopen toen ze een schreeuw hoorden, gevolgd door het geluid van rennende voetstappen.
Mensen voor hen verspreidden zich plotseling in alle richtingen, alsof een onzichtbare kracht hen uiteendreef.
Sandra verstijfde.
Haar verpleegkundige instinct, dat ze vanavond zo graag had willen uitschakelen, sprong onmiddellijk aan.
Tussen de chaos zag ze twee mannen op de grond liggen.
Een van hen hield zijn arm vast en kreunde luid.
De ander lag stil, gevaarlijk stil.
Zonder na te denken liet Sandra haar tas vallen en rende naar hen toe.
"Nadia, bel 112!" riep ze over haar schouder.
Terwijl ze knielde naast de eerste gewonde man en zijn wond beoordeelde, hoorde ze in de verte al sirenes.
Iemand in de menigte had de politie al gebeld.
Binnen enkele minuten was de straat afgezet met blauw-wit lint, en agenten in kogelwerende vesten bewogen snel en doelgericht door de omgeving.
Later zou Sandra vernemen dat de dader, een man van wie de identiteit aanvankelijk niet werd vrijgegeven, kort na de steekpartijen was aangehouden op een parkeerterrein enkele straten verderop.
Hij was herkend door een getuige die zijn beschrijving had doorgegeven aan de meldkamer.
Dankzij die alerte burger en het snelle optreden van de politie was de situatie onder controle gebracht voordat er nog meer slachtoffers konden vallen.
Beiden gewonden werden met spoed naar het ziekenhuis gebracht.
Hun toestand was ernstig maar stabiel, zo werd later bekendgemaakt.
Sandra had ter plaatse eerste hulp verleend en was daarmee, zonder het te beseffen, voor de tweede keer die dag iemands leven mogelijk gered.
Toen de adrenaline wegebde, zat ze op een stoeprand met een deken om haar schouders die een agent haar had gegeven.
Nadia zat naast haar, zwijgend, met een hand op haar knie.
"Ik wilde vanavond niet aan werk denken," zei Sandra zacht, bijna lachend om de ironie.
"Dat weet ik," zei Nadia.
"Maar misschien is dat nou juist wie jij bent.
Iemand die niet kan weglopen." Sandra dacht daarover na.
Ze had altijd gevonden dat haar beroep iets was wat ze deed, niet iets wat ze was.
Maar misschien had Nadia gelijk.
Misschien was de grens tussen wie je bent en wat je doet veel dunner dan ze ooit had gedacht.
De stad hervatte langzaam haar ritme.
Verderop speelde iemand gitaar.
Een stel liep hand in hand voorbij, onwetend van wat er zojuist was gebeurd.
Rotterdam, zo dacht Sandra, was een stad die zichzelf steeds opnieuw uitvond, ook na de moeilijke momenten.
Ze stond op, sloeg de deken van zich af en keek Nadia aan.
"Kom.
We gaan toch nog dat glas wijn drinken.
Dat hebben we verdiend." En zo liepen ze samen verder door de straten van Rotterdam, twee vrouwen in een stad die nooit echt stilstond, ook al leek het er soms even op.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze