Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Het luchtalarm op het festival

RICK: Hoi Tom, hoi Julia!

TOM: Hoi Rick.

Deze rij is lang.

JULIA: Ja, maar het feest is leuk.

RICK: Ik hoor een geluid.

TOM: Wat hoor je?

RICK: Ik hoor het luchtalarm.

JULIA: Het luchtalarm?

Nu?

RICK: Ja, het is de eerste maandag.

TOM: Het alarm is elke maand.

JULIA: Ja, dat klopt.

Elke maandag.

RICK: Maar het blijft bestaan.

TOM: Blijft?

Het gaat niet weg?

RICK: Nee, het blijft.

Defensie betaalt mee.

JULIA: Defensie heeft geld voor het alarm.

TOM: Dat is goed.

Veiligheid is belangrijk.

RICK: Ja, veiligheid voor man, vrouw en kind.

JULIA: En voor ons op het festival.

TOM: Het alarm is luid.

Ik schrik ervan.

RICK: Ik schrik ook.

Het geluid is groot.

JULIA: Kijk naar de lucht.

Het is blauw.

TOM: Ja, mooi weer.

Goed voor een feest.

RICK: Ik wil iets drinken.

Jij ook?

JULIA: Ja, ik wil water.

TOM: Ik wil bier.

RICK: Het eten is ook lekker hier.

JULIA: Ik heb honger.

Ik wil een patat.

TOM: Patat?

Ja, dat is goed.

RICK: De rij is nog lang.

Wij wachten nog.

JULIA: Het gaat snel.

Iedereen gaat naar binnen.

TOM: Kijk, die man heeft een grote hoed.

RICK: Leuk!

Hij is blij.

JULIA: En die vrouw danst al.

TOM: Zij heeft veel energie.

RICK: Wij hebben ook energie.

JULIA: Kom, wij gaan naar de ingang.

TOM: Ja, de rij gaat vooruit.

RICK: Het luchtalarm is klaar.

Het is stil.

JULIA: Stil?

Mooi.

De muziek begint.

TOM: De muziek is beter dan het alarm.

RICK: Ja, muziek is goed.

Alarm is slecht.

JULIA: Maar het alarm is belangrijk.

TOM: Waarom is het belangrijk?

RICK: Het alarm helpt bij gevaar.

JULIA: Bij brand of oorlog?

TOM: Ja, het waarschuwt de mensen.

RICK: De mensen blijven thuis of zoeken hulp.

JULIA: Elke maand testen zij het alarm.

TOM: Een test is goed.

Een echt alarm is slecht.

RICK: Defensie betaalt de test.

JULIA: De regering heeft ook geld.

TOM: Politiek.

Wij praten over geld.

RICK: Geen politiek vandaag.

Wij zijn op een feest.

JULIA: Ja, feest is leuk.

Geen werk.

TOM: Mijn werk wacht.

Mijn auto wacht ook.

RICK: Je auto heeft een alarm.

Dat weet ik.

TOM: Ja, mijn auto maakt piepgeluiden.

JULIA: Mijn huis heeft ook een alarm.

RICK: Iedereen heeft een alarm.

TOM: Het is een alarmdag.

JULIA: Een echte feestdag met alarm.

RICK: Haha, jij bent grappig.

TOM: Ik ben altijd grappig.

JULIA: Nu ben je te grappig.

RICK: De ingang is dichtbij.

Ik zie de deur.

TOM: Eindelijk.

Mijn benen zijn moe.

JULIA: Jij bent jong.

Jij bent niet moe.

TOM: Mijn benen zeggen iets anders.

RICK: Kom, wij gaan naar binnen.

JULIA: Ik hoor de band.

Zij spelen goed.

TOM: Ja, de drummer is heel goed.

RICK: Ik wil dansen.

Jij ook, Tom?

TOM: Ja, ik dans met Julia.

JULIA: Nee, ik dans met Rick.

RICK: Dan dansen wij allemaal samen.

TOM: Goed.

En dan drinken wij iets.

JULIA: En wij eten een patat.

RICK: Dat is een plan.

Een feestplan.

TOM: Het luchtalarm vergeten wij nu.

JULIA: Ja, het is stil.

Tijd voor plezier.

RICK: Het feest is nu.

Kom, wij gaan genieten.

JULIA: Tot later, luchtalarm.

TOM: Hopelijk blijf jij stil.

RICK: Je praat tegen een alarm.

Grappig.

TOM: Een alarm heeft oren.

Natuurlijk.

JULIA: Kom op, de muziek roept.

RICK: Ja, wij komen.

Wij dansen en zingen.

TOM: Op naar het feest!

JULIA: Een mooie dag met vrienden.

RICK: Dit is goed.

Dit is een fijn moment.

TOM: Ja, vrienden en muziek.

Perfect.

JULIA: En geen lange rij meer.

RICK: Wij zijn binnen.

De show begint.

TOM: Kijk, het licht is mooi.

JULIA: Ik zie veel mensen dansen.

RICK: Iedereen is blij vandaag.

TOM: Het luchtalarm is ver weg.

JULIA: Ja, hier is alleen muziek.

RICK: Kom, wij gaan naar het podium.

TOM: Ik ga mee.

Jij ook, Julia?

JULIA: Ja, ik kom.

Ik wil dichtbij.

RICK: Dan staan wij vooraan.

TOM: Het podium is groot.

JULIA: De zanger is nu hier.

Hij zingt luid.

RICK: Wij zingen ook.

En wij dansen.

TOM: Mijn voeten bewegen vanzelf.

JULIA: Dat is de muziek.

Dat is het feest.

RICK: Het leven is goed op een festival.

TOM: Ja, geen werk, geen zorgen.

JULIA: Alleen vriendschap en plezier.

RICK: Dat is een mooie zin, Julia.

TOM: Zij is slim.

JULIA: Jij ook, Tom.

Maar je bent gek.

RICK: Gekke vrienden zijn de beste vrienden.

TOM: Dat is waar.

Wij zijn de beste.

JULIA: Zullen wij een foto maken?

Nee, geen toekomst.

RICK: Wij maken nu een foto.

Kijk naar de camera.

JULIA: Ik glimlach.

Tom, jij ook.

TOM: Ik glimlach altijd voor een foto.

RICK: Klaar.

De foto is mooi.

JULIA: Wij sturen de foto naar huis.

TOM: Ja, naar mijn familie.

RICK: Je familie ziet ons plezier.

JULIA: De man, de vrouw en de kinderen thuis.

TOM: Mijn moeder kijkt naar de foto.

Zij lacht.

RICK: Dat is goed.

Mensen lachen graag.

JULIA: Nu wil ik die patat.

Echt waar.

TOM: Ik ga mee.

Ik wil ook patat.

RICK: Daar is de kraam.

Kom, wij lopen.

JULIA: De geur is lekker.

TOM: Patat met mayonaise.

En een frikandel.

RICK: Ik neem patat met pindasaus.

JULIA: Jij houdt van pindasaus.

RICK: Ja, dat is lekker.

Jij ook?

Nee.

TOM: Iedereen eet en drinkt.

Dit is een feest.

RICK: En het alarm is vergeten.

JULIA: Tot volgende maand.

Dan horen wij het weer.

TOM: Dan staan wij weer in de rij.

RICK: Of wij zitten thuis.

Dat is ook goed.

JULIA: Maar vandaag zijn wij hier.

En nu: patat!

RICK: Eet smakelijk, vrienden.

TOM: Eet smakelijk.

En proost!

JULIA: Proost!

Op een leuk feest.

RICK: Op vriendschap en muziek.

TOM: En op geen alarm meer vandaag.

RICK: En op Dutch Fluency.

Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze