Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Brood voor mijn zus

Geen suiker, maar meestal wel een koekje erbij.

Naast mijn kop lag een krant van de vorige dag.

Ik las een kort stuk over Christa Pike in Amerika.

Mensen hadden geprobeerd haar te doden, maar dat was niet gelukt.

Ze leefde nog en kon weer praten.

Over haar situatie wist ik verder weinig.

Ik legde de krant neer en keek naar buiten.

Een man trok zijn hond weg van een plas.

Twee kinderen reden lachend voorbij op kleine fietsen.

Alles ging gewoon verder, terwijl ik nog aan Christa dacht.

Wil je nog koffie?

vroeg Nabil vanaf de andere kant.

Nee, dank je.

Ik moet ineens aan mijn zus denken.

Mijn zus Vera woont aan de andere kant van Den Haag.

We hadden elkaar al bijna drie maanden niet gezien.

Er was geen grote ruzie, maar we belden steeds minder.

Eerst had ik veel werk, daarna was zij vaak moe.

Haar verjaardag was vorige week, en ik had niet gebeld.

Dan kun je haar nu bellen, zei Nabil heel rustig.

Zo vroeg?

Misschien slaapt ze nog lekker onder haar warme deken.

Hij keek naar de klok boven de deur van de winkel.

Het is half tien.

De meeste dekens zijn nu vrij.

Ik moest lachen en pakte mijn telefoon uit mijn jaszak.

Toch drukte ik niet meteen op haar naam.

Wat moest ik zeggen na al die stille weken?

Een lange uitleg leek me geen goed begin.

Nabil schoof een klein brood naar me toe.

Dit komt net uit de oven.

Neem het voor haar mee.

Even tussen door.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Dat is veel brood voor één persoon.

zei ik.

Dan blijf jij eten.

Daar heb je geen lesboek voor nodig.

Ik betaalde het brood en belde Vera bij de deur.

Na drie keer bellen hoorde ik haar bekende stem.

Hey, ben jij het?

Is er iets met je telefoon?

Nee, met mijn telefoon gaat het prima.

Ik heb te weinig gebeld.

Het bleef even stil en buiten begon het zacht te regenen.

Dat vond ik ook.

zei ze.

Vooral op mijn verjaardag.

Je hebt gelijk.

Dat spijt me.

Mag ik vandaag langs komen?

Ja, natuurlijk.

Ik heb alleen nog niets gehaald voor de lunch.

Ik vertelde haar over het brood en liep naar de tram.

De papieren zak voelde warm tegen mijn koude handen.

Onder het dak bij de halte stonden drie mensen.

Een meisje keek naar mijn zak en daarna naar haar appel.

Uw ontbijt ruikt beter dan het mijne, zei ze lachend.

Het is mijn lunch, maar mijn neus is al begonnen.

Een half uur later deed Vera haar voordeur voor me open.

Ze droeg groene sokken en een trui met koffievlekken.

We gaven elkaar een knuffel, zonder eerst iets te zeggen.

Daarna liep ze naar de keuken en pakte twee borden.

Ik heb kaas, tomaten en een halve komkommer, zei ze.

Dan hebben we genoeg.

Ik heb ook koffie nodig.

Daar kwam je vroeger ook altijd voor, antwoordde ze lachend.

We sneden het brood en gingen aan de keukentafel zitten.

Ik vertelde kort wat ik in de krant had gelezen.

Vera luisterde en legde haar mes naast haar bord.

En toen dacht je aan mij? vroeg ze zacht.

Ja, ik wilde je niet nog een week later bellen.

We praatten over haar verjaardag en over mijn drukke lessen.

Daarna spraken we af om volgende zaterdag samen te ontbijten.

Toen ik vertrok stond ze met het brood bij de deur.

Deze helft neem je mee, zei ze.

Anders kom je morgen alweer.

Ik lachte.

Dit keer zou ik niet zo lang wegblijven.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause