Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een brief voor de dieren

Ik ben Rick en ik geef Nederlandse les in Den Haag.

Vandaag hangt mijn natte jas naast de deur.

Buiten valt regen tegen de ramen van onze school.

Binnen ruikt het naar koffie en warme thee.

Anouk zit al klaar met haar schrift.

Pieter zoekt zijn bril, maar die zit op zijn hoofd.

'Je bril is vandaag sneller dan jij,' zeg ik.

Pieter lacht en pakt hem van zijn hoofd.

Dan legt Anouk haar telefoon op tafel.

'Rick, ik lees iets over dieren in Zweden.' Ze laat een foto van een groot, grijs dier zien.

Het lijkt op een hond, maar het leeft buiten.

Het heeft dikke haren en gele ogen.

'Wat is er met die dieren?' vraagt Pieter.

Anouk kijkt nog eens naar haar telefoon.

'Mensen willen een aantal van deze dieren doodmaken.

Een Nederlandse groep wil dat niet.

Die mensen willen de dieren laten leven.' Het wordt even stil in de klas.

Buiten rijdt een bus door een grote plas.

Het water spat hoog tegen het raam.

Ik pak een kaart van Europa uit de kast.

'Hier ligt Nederland en daar ligt Zweden,' zeg ik.

Pieter kijkt naar de foto op de telefoon.

'Die dieren leven in het bos, toch?' Anouk zegt ja en laat nog een foto zien.

Daar staan hoge bomen met sneeuw op de takken.

Een klein dier loopt dicht achter een groter dier.

'Ik wil iets doen,' zegt Anouk zacht.

'Maar ik weet niet wat ik kan doen.' Ik schuif mijn stoel wat dichter bij haar.

'Je kunt de Nederlandse groep een bericht sturen.

Je kunt vragen wat zij nu nodig hebben.' Anouk vindt het een goed idee.

Ze schrijft langzaam, want ze wil duidelijke woorden gebruiken.

Pieter wil ook een bericht maken.

Eerst tekent hij een groot hart op papier.

Daarna tekent hij een grijs dier met vier poten.

De oren zijn lang en de neus is rond.

'Het lijkt meer op mijn oude hond,' zegt hij.

We lachen, maar Pieter laat zijn tekening staan.

'Een hond mag ook van dieren houden,' zegt hij.

Na de les lopen we samen naar de supermarkt.

We kopen brood, kaas en drie kleine appels.

Anouk koopt ook een zakje koekjes.

'Voor bij het schrijven,' zegt ze.

'Mijn hoofd werkt beter met een koekje.' We gaan terug naar school en zetten thee.

Ik eet een koekje, maar het valt in mijn kopje.

Nu heeft mijn thee ook iets te eten.

Samen schrijven we een korte brief aan de Nederlandse groep.

We vragen wat er in Zweden gebeurt.

Ook vragen we hoe mensen uit Nederland kunnen meedoen.

Anouk leest elke zin rustig voor.

Pieter kijkt of alle woorden goed zijn.

Ik zet onze namen onder de brief.

Daarna sturen we de brief met een foto van Pieters tekening.

De volgende ochtend staat er een antwoord op mijn telefoon.

De groep vindt het fijn dat we aan dieren denken.

Ze willen onze tekening aan andere mensen laten zien.

Er is nog geen ander nieuws over de dieren.

Dat vertel ik eerlijk aan mijn klas.

'Onze brief maakt niet meteen alles anders,' zeg ik.

'Maar vragen stellen en luisteren zijn een goed begin.' Anouk zet haar thee voorzichtig naast haar schrift.

Pieter tekent nu bomen naast zijn grijze dier.

Ik kijk naar onze brief en voel me blij.

Buiten is de regen gestopt en komt de zon.

We pakken onze boeken en beginnen aan de les.

Tot de volgende keer.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause