Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het verrotte leven van Floortje Bloem: Floortje Bloem

Stel je voor: je bent twaalf jaar oud.

Je moeder is thuis, maar ze is niet echt aanwezig.

Ze zit in een stoel, met een fles jenever naast zich.

Je vader is er soms, maar vaak ook niet.

En jij moet zorgen dat er eten is, dat de rekeningen betaald worden, dat je kleine broertje naar school gaat.

Dit is het leven van Floortje Bloem.

Vandaag vertel ik je over het boek 'Het verrotte leven van Floortje Bloem' van Yvonne Keuls.

Het boek verscheen in negentienhonderdtweeëntachtig en is gebaseerd op waargebeurde verhalen.

Yvonne Keuls werkte jarenlang met probleemjongeren in Den Haag en verwerkte hun ervaringen in dit indringende verhaal.

Floortje is een meisje dat opgroeit in een wereld die niemand voor een kind zou willen.

Toch is ze geen slachtoffer dat alleen maar zielig is.

Ze is slim, vindingrijk en ze heeft een enorme wil om te overleven.

Ik neem je mee in haar verhaal.

Je zult je soms verbijsterd voelen, soms boos, en soms ook ontroerd.

Want wat Floortje meemaakt, is heftig, maar haar vechtlust is bewonderenswaardig.

Het is ochtend in de kleine woning in Den Haag.

Floortje is twaalf en ze staat als eerste op.

Ze loopt naar de keuken en ziet dat er bijna niets in de kast ligt.

Ze pakt een boterham en legt die klaar voor haar broertje.

Haar moeder zit in een stoel bij het raam.

Naast haar staat een fles jenever.

Floortje zegt: "Mam, moet je niet naar bed?" Haar moeder antwoordt niet.

Ze kijkt alleen maar voor zich uit.

Floortje zucht en loopt naar de slaapkamer van haar broertje.

Ze helpt hem aankleden en kamt zijn haar.

Ze zegt: "Schiet op, we moeten naar school." Haar broertje kijkt naar haar met grote ogen.

Hij zegt niets, maar hij pakt wel haar hand.

Floortje voelt dat ze moet zorgen dat alles goed gaat.

Ze is nog maar twaalf, maar ze doet het werk van een moeder.

Ze kookt, ze wast, ze betaalt de rekeningen als er geld is.

Haar vader is er vaak niet.

Soms is hij dagen weg.

Als hij thuis is, ruikt hij naar drank en zit hij stil in een hoek.

Floortje durft niets tegen hem te zeggen.

Op school is Floortje vaak moe.

Ze kan zich niet concentreren in de klas.

De leraar vraagt: "Floortje, heb je je huiswerk gemaakt?" Floortje haalt haar schouders op.

Ze zegt: "Ik was het vergeten." Dat is niet waar, maar ze kan niet vertellen wat er thuis gebeurt.

Ze schaamt zich voor haar moeder en haar vader.

Ze schaamt zich voor het kleine huis en voor de rommel.

Ze vertelt niets tegen haar vriendinnen.

Ze houdt alles binnen.

Maar ze is ook brutaal en ze kan goed liegen.

Dat heeft ze geleerd om te overleven.

Soms steelt ze geld uit de portemonnee van haar moeder.

Ze koopt dan brood en melk voor haar broertje.

Ze is niet kwaad, ze is wanhopig.

Ze droomt van een ander leven, een leven waarin ze niet elke dag hoeft te vechten.

Op een dag is het te veel.

Moeder is weer eens dronken.

Ze ligt op de bank en ze praat in zichzelf.

Er is geen eten in huis.

Floortje kijkt in de koelkast en ziet alleen een lege melkfles.

Ze zegt tegen haar broertje: "Blijf jij maar hier.

Ik ben zo terug." Ze pakt haar jas en loopt naar school.

Ze gaat naar de maatschappelijk werkster.

Ze klopt op de deur en zegt: "Mevrouw, ik moet met u praten." De maatschappelijk werkster kijkt op en zegt: "Kom maar binnen, Floortje.

Ga zitten." Floortje gaat zitten en begint te vertellen.

Ze vertelt over haar moeder die drinkt.

Ze vertelt over haar vader die weg is.

Ze vertelt dat er geen eten is.

De maatschappelijk werkster luistert en knikt.

Ze zegt: "Dat is heel erg, Floortje.

Ik ga hulp voor je regelen." Floortje voelt even hoop.

Ze denkt: eindelijk gaat er iets veranderen.

De maatschappelijk werkster regelt een gesprek met de kinderbescherming.

Floortje moet daar naartoe.

Ze zit in een kamer met een mevrouw die veel vragen stelt.

Floortje vertelt alles nog een keer.

De mevrouw schrijft veel op.

Floortje denkt dat ze nu hulp krijgt.

Maar dan zegt de mevrouw: "Floortje, we vinden dat je niet meer thuis kunt wonen.

Jij en je broertje gaan naar een tehuis." Floortje schrikt.

Ze zegt: "Nee, dat wil ik niet.

Ik wilde alleen hulp." Maar de mevrouw schudt haar hoofd.

Ze zegt: "Het is voor je eigen veiligheid." Floortje voelt zich verraden.

Ze wilde hulp, geen opsluiting.

Een paar dagen later staat er een auto voor de deur.

Floortje en haar broertje moeten instappen.

Haar broertje huilt.

Floortje houdt zijn hand vast.

Ze zegt: "Het komt goed." Maar ze weet zelf niet of dat waar is.

Ze worden naar een tehuis gebracht.

Daar is het koud en onpersoonlijk.

De leiding is streng.

Floortje mist haar broertje, die in een ander tehuis is geplaatst.

Ze voelt zich alleen en boos.

Ze begint te spijbelen en komt in contact met oudere jongens die op straat leven.

Ze zoekt troost bij hen, maar dat brengt haar in nog grotere problemen.

Floortje staat op een feestje in een donker huis.

De muziek is hard.

Rinus staat naast haar.

Hij is een paar jaar ouder.

Hij lacht naar haar.

Hij zegt: "Probeer eens, het is lekker." Hij geeft haar een joint.

Ze twijfelt even.

Dan neemt ze een trek.

Het voelt warm.

Alle zorgen verdwijnen even.

Ze danst en ze lacht.

Voor het eerst voelt ze zich vrij.

Rinus houdt haar hand vast.

Hij geeft haar aandacht die ze nooit heeft gehad.

Ze wil dit gevoel nooit meer kwijt.

Maar het gevoel gaat snel weg.

Ze wil meer.

Ze zoekt Rinus weer op.

Hij heeft altijd drugs bij zich.

Ze gebruikt nu elke dag.

Ze heeft geld nodig.

Ze steelt sieraden uit winkels.

Ze verkoopt ze door op straat.

Op een dag grijpt een winkelbediende haar arm.

Ze moet mee naar de politie.

Ze moet voor de rechter komen.

Ze zit op een stoel en kijkt naar de grond.

De rechter kijkt naar haar.

Hij ziet een meisje dat geen kans heeft gehad.

Hij zegt: "Ik stuur je naar een inrichting.

Daar kun je afkicken." Floortje schrikt.

Ze wil niet naar een gesloten inrichting.

Maar ze heeft geen keuze.

Ze wordt meegenomen.

De deur gaat achter haar dicht.

In de inrichting is het stil.

Floortje ligt op een bed.

Ze voelt zich ziek.

Ze heeft pijn in haar hele lichaam.

Ze wil vluchten.

Ze bonkt op de deur.

Ze roept: "Laat me eruit!" Maar de deur blijft dicht.

Een begeleider komt binnen.

Ze gaat rustig naast Floortje zitten.

Ze zegt: "Ik blijf bij je." De eerste dagen zijn zwaar.

Floortje slaapt slecht.

Ze eet bijna niets.

Maar de begeleiders blijven geduldig.

Ze praten met haar.

Ze vragen hoe het thuis was.

Floortje vertelt langzaam haar verhaal.

Ze huilt.

Ze leert om over haar gevoelens te praten.

Ze leert dat ze niet schuldig is aan de problemen van haar ouders.

Langzaam wordt ze rustiger.

Ze beseft dat ze een eigen leven kan opbouwen.

Na een jaar mag ze naar buiten.

Ze is schoon.

Ze gebruikt geen drugs meer.

Ze heeft een baantje in een supermarkt.

Ze woont in een klein appartement.

Ze krijgt hulp van begeleiders.

Ze doet haar eigen boodschappen.

Ze kookt haar eigen eten.

Het gaat goed met haar.

Floortje spreekt af met haar broertje.

Hij woont nu bij een pleeggezin.

Ze ziet hem bij een speeltuin.

Hij rent naar haar toe.

Hij zegt: "Floortje!" Ze omhelst hem.

Ze praten over school en over voetbal.

Hij lacht.

Floortje voelt zich even gelukkig.

Daarna zoekt ze haar moeder op.

Ze klopt aan bij het oude huis.

Haar moeder doet open.

Ze ziet er moe uit.

Ze ruikt naar alcohol.

Floortje zegt: "Mam, ik ben het." Haar moeder knikt alleen.

Ze zegt weinig.

Floortje begrijpt dat haar moeder nog steeds verslaafd is.

Ze kan haar niet helpen.

Haar vader is spoorloos verdwenen.

Niemand weet waar hij is.

Floortje voelt zich soms eenzaam.

Maar ze is ook trots.

Ze heeft het gered.

Ze heeft een vriendin gemaakt.

Het meisje zat ook in de problemen.

Nu volgt ze een opleiding.

Ze zitten samen op een bankje.

Ze praten over later.

Ze dromen over een eigen huis.

Over een leuke baan.

Misschien wel een gezin.

Floortje durft weer te hopen.

Ze kijkt naar de lucht.

Ze voelt de zon op haar gezicht.

Floortje loopt door de stad.

Ze draagt een boodschappentas.

Dan ziet ze een jongen op de stoep zitten.

Het is Rinus.

Hij ziet er slecht uit.

Hij is mager en zijn huid is grauw.

Zijn handen trillen.

Hij kijkt op en herkent haar meteen.

Hij steekt zijn hand uit en zegt: alsjeblieft, heb je wat geld voor me.

Floortje blijft staan.

Ze voelt een steek in haar buik.

Ze denkt aan de feestjes en de hasj.

Ze denkt aan hoe ziek ze was in de inrichting.

Ze haalt haar portemonnee niet tevoorschijn.

Ze schudt haar hoofd en zegt: nee, Rinus, dat kan ik niet doen.

Hij blijft smeken.

Zijn stem klinkt schor.

Ze voelt medelijden met hem.

Maar ze weet ook dat geld hem niet beter maakt.

Ze draait zich om en loopt weg.

Haar benen voelen zwaar, maar ze blijft doorlopen.

Ze kijkt niet achterom naar hem.

Thuis gaat Floortje op de rand van haar bed zitten.

Ze beseft dat ze een keuze heeft.

Ze kan terugvallen in het oude patroon.

Ze kan weer geld stelen en drugs gebruiken.

Maar ze kan ook doorgaan op de nieuwe weg.

Ze kiest voor zichzelf.

Ze pakt een folder van tafel.

Het is een folder over een opleiding in de zorg.

Ze leest hem helemaal door.

Ze wil andere jongeren helpen die hetzelfde hebben meegemaakt als zij.

Ze wil haar ervaring gebruiken om iets goeds te doen.

Ze vult het formulier in en stuurt het op.

Een paar dagen later zit ze op een bankje in het park.

Ze is alleen, maar ze voelt zich niet eenzaam.

Ze kijkt naar de lucht.

De zon schijnt op haar gezicht.

Ze is nog jong.

Ze heeft nog een heel leven voor zich.

En voor het eerst gelooft ze dat het een goed leven kan zijn.

Wat maakt dit boek zo bijzonder?

Het is geen sprookje.

Floortje krijgt geen gouden bergen.

Ze moet vechten voor elke stap vooruit.

Yvonne Keuls schreef het verhaal in de ik-vorm, alsof Floortje zelf vertelt.

Daardoor voel je haar pijn en haar kracht van heel dichtbij.

Het boek laat zien dat verslaving en verwaarlozing niet alleen problemen zijn van de verslaafde, maar van het hele gezin.

Kinderen zoals Floortje worden vaak vergeten.

Ze moeten te snel volwassen worden.

Maar het boek laat ook zien dat er hoop is.

Met de juiste hulp en met doorzettingsvermogen kan iemand uit een diep dal klimmen.

Floortje is geen heilige, ze maakt fouten, ze steelt, ze liegt, ze gebruikt drugs.

Maar ze is ook dapper en ze blijft proberen.

Dat maakt haar een personage dat je niet snel vergeet.

Ik hoop dat je net zo geraakt bent door Floortjes verhaal als ik.

Het is een boek dat je leert dat je nooit moet opgeven, ook als de wereld om je heen instort.

Als je meer wilt leren over de woorden uit deze aflevering, ga dan naar dutchfluency.com slash transcripts.

Daar kun je op woorden tikken en de vertaling zien.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause