Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Mr. Dutch: Het beweeglied (A2)

Rennen, springen, zwemmen, fietsen, ik beweeg elke dag.

Morgen, keer maar harder, dag 167.

Vandaag zingen we mee en bewegen we mee.

Oké, Noor, we oefenen eerst langzaam.

Bij elk woord van het lied maak je een beweging.

Klaar?

Klaar, rennen, ik beweeg mijn armen snel, springen.

Ik spring omhoog.

Wat doe ik bij zwemmen?

Kijk, maak grote rondjes met je armen.

Zo!

Oh ja, en bij fietsen?

Ga op de mat liggen en fiets met je benen in de lucht.

Zwemmen, fietsen, het lukt!

Goed zo!

Ik zet de muziek aan.

Nu het hele stukje, op het ritme.

Rennen, springen, zwemmen, fietsen, ik beweeg elke dag.

Super!

Nu het tweede stukje.

Strekken, bukken, lopen, dansen.

Strek je armen omhoog.

Buk en raak je knieën aan.

Strekken, bukken, mijn knieën zijn zo ver weg.

Rustig.

Buig je benen een beetje.

Ja, zo.

Strekken, bukken, lopen, dansen.

Ik word er blij van.

Ja, nu kun je het zonder mijn hulp.

Dan zingen we nu het hele lied.

Samen, rennen, springen, zwemmen, fietsen, ik beweeg elke dag.

Strekken, bukken, lopen, dansen.

Ik word er blij van.

Nog een keer, maar harder en jij thuis ook.

Sta op en doe mee.

Bewegen, betekent, je lichaam gebruiken, zoals rennen, springen, of dansen.

Het is een werkwoord.

Ik beweeg, jij beweegt.

Jouw beurt.

Welke beweging vind jij het leukst en hoe vaak doe je dat?

Schrijf het in de comments, ik corrigeer je.

0:00
Settings

Text

Mode

Audio

Pause