Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Trap op het Station

Het is een koude ochtend in Utrecht.

Lisa loopt naar het station.

Ze wil naar haar werk in Amsterdam.

Het is druk op het plein voor het station.

Mensen lopen snel heen en weer.

Lisa ziet een vrouw op de grond.

Een man in een blauw pak staat naast haar.

Hij heeft een witte auto met een lamp erop.

De man praat hard tegen de vrouw.

De vrouw ligt op haar rug.

Ze beweegt niet.

Dan ziet Lisa iets raars.

De man geeft de vrouw een trap.

Lisa schrikt.

Ze denkt: "Waarom doet hij dat?" Andere mensen kijken ook.

Niemand zegt iets.

Lisa voelt boosheid in haar buik.

Ze pakt haar telefoon.

Ze maakt een foto van de man.

Dan loopt ze naar binnen.

Ze moet haar trein halen.

Op haar werk vertelt Lisa aan haar vriendin Emma.

Emma werkt ook op kantoor.

"Ik zag een man in een blauw pak," zegt Lisa.

"Hij gaf een vrouw een trap.

Het was op het station." Emma kijkt verbaasd.

"Dat is niet normaal," zegt ze.

"Heb je de politie gebeld?" Lisa schudt haar hoofd.

"Nee, ik had geen tijd.

Mijn trein kwam." Emma zegt: "Je moet het melden.

Dat is belangrijk." Lisa knikt.

Ze weet dat Emma gelijk heeft.

Die avond is Lisa thuis.

Ze zit op de bank.

Ze kijkt naar het nieuws op tv.

Er is een bericht over het station.

Een verslaggever praat over de man in het blauw.

Hij zegt: "De man is een politieman.

Hij heeft een vrouw geschopt.

De rechter heeft nu gezegd: geen straf." Lisa kan het niet geloven.

Ze denkt aan de vrouw op de grond.

Waarom is er geen straf?

Ze voelt zich verdrietig.

Ze wil iets doen.

De volgende dag zoekt Lisa op internet.

Ze vindt een groep mensen.

Deze mensen praten over geweld.

Ze willen dat de politie beter oplet.

Lisa schrijft een bericht.

Ze vertelt wat ze heeft gezien.

Ze stuurt ook de foto naar de groep.

Veel mensen reageren.

Ze zeggen: "Dank je, Lisa.

Dit is belangrijk." Lisa voelt zich sterker.

Ze is niet alleen.

Een week later is er een kleine bijeenkomst in Utrecht.

Lisa gaat erheen.

Ze ziet andere mensen die ook boos zijn.

Een vrouw staat op en vertelt haar verhaal.

Lisa luistert aandachtig.

Dan is het haar beurt.

Ze staat op en zegt: "Ik zag het met mijn eigen ogen.

De vrouw lag op de grond.

De man gaf haar een trap.

Dat is niet goed." Mensen klappen.

Lisa voelt zich trots.

Ze heeft haar stem gebruikt.

Na de bijeenkomst praat Lisa met een journalist.

De journalist schrijft een artikel.

Het artikel staat in de krant.

Veel mensen lezen het.

Lisa krijgt berichten van vreemden.

Ze zeggen: "Goed dat je dit vertelt." Lisa is blij.

Ze heeft iets veranderd.

Niet groot, maar klein.

En dat is genoeg.

Nu gaat Lisa elke dag naar het station.

Ze kijkt beter om zich heen.

Ze ziet meer dan vroeger.

Ze ziet een man die een oude vrouw helpt.

Ze ziet een kind dat zijn moeder kwijt is.

Lisa helpt het kind.

Ze brengt het naar de balie.

De moeder is blij.

Lisa glimlacht.

Ze denkt: "Ik kan niet alles veranderen.

Maar ik kan wel helpen waar ik kan." Lisa leert een les.

Soms is het moeilijk om iets te zeggen.

Maar het is belangrijk om te kijken.

En om te praten over wat je ziet.

Zo maak je de wereld een beetje beter.

Lisa is niet meer boos.

Ze is hoopvol.

Ze weet dat kleine dingen tellen.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze