
De Kapotte Wasmachine en de Vergeten Boodschappen

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Tom, heb je de kinderen al wakker gemaakt?
Het is al kwart over zeven.
Ja, ja, ik ben boven geweest.
Sophie wil niet opstaan, ze zegt dat ze nog moe is.
Dat zegt ze elke ochtend.
Heb je haar kleren al klaargelegd?
Nee, dat was jij toch.
Ik zou Bram doen en jij Sophie.
Oh ja, dat klopt.
Sorry, ik ben al helemaal in de war.
De wasmachine is gisteravond kapotgegaan.
En ik heb de hele nacht liggen piekeren.
Kapot, echt?
Wat is er gebeurd?
Hij maakte een vreselijk geluid.
En toen stopte hij gewoon.
Er zat een enorme plas water onder.
Ik heb alles moeten dweilen om half twaalf 's nachts.
Verdorie, en dat ontdek je nu pas?
Je had me wakker moeten maken.
Je lag zo lekker te slapen.
En je had gisteren een lange dag op het werk.
Ik wilde je niet storen.
Schat, ik was liever wakker geworden dan dat jij midden in de nacht staat te dweilen.
We zijn een team, toch?
Ja, ik weet het, maar soms denk ik gewoon laat maar.
Kun jij vandaag de was naar de wasserette brengen?
Ik heb echt geen tijd.
Vandaag? Ik heb om negen uur een vergadering met de directeur.
Dat kan ik niet zomaar afzeggen.
En ik moet om half negen op school zijn.
Voor het 10 minuten gesprek van Bram.
De juf wil het hebben over zijn concentratie.
Concentratie? Bram? Hij is zeven.
Welk kind van zeven kan zich lang concentreren?
Blijkbaar hebben ze daar verwachtingen over.
En ik wil niet dat Bram het gevoel krijgt dat we niet om hem geven.
Natuurlijk geven we om hem.
Maar ik kan echt niet naar die wasserette vanmorgen.
Kan het niet wachten tot vanmiddag?
De kinderen hebben geen schone kleren meer.
Sophie heeft gisteren in de zandbak gezeten en alles zit onder de modder.
Ik heb nog één schoon shirtje voor haar.
En dat is met korte mouwen.
Het wordt vandaag 11 graden.
Dat is te koud voor korte mouwen.
Precies.
Dus iemand moet iets doen.
Oké, oké.
Ik bel de directeur en vraag of we de vergadering kunnen verzetten naar vanmiddag.
Dan breng ik eerst de was weg.
Dank je.
En kun je onderweg ook melk mee nemen?
We hebben geen melk meer voor het ontbijt.
Geen melk?
Had jij dat niet op de boodschappenlijst gezet?
Dat had ik wel gedaan.
Maar jij zou gisteren boodschappen doen.
Je bent toch naar de supermarkt geweest?
Even tussen door.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Is het?
Ik ben wel geweest, maar ik had haast.
Ik moest Bram ophalen van voetbal.
Ik heb alleen brood en kaas meegenomen.
Tom, ik had je een lijstje geappt.
Er stonden wel tien dingen op.
Ik weet het.
Ik heb het gewoon niet goed gelezen.
Sorry.
Dit is precies wat ik bedoel.
Ik moet alles onthouden.
De was, de boodschappen, de afspraken van de kinderen, de tandarts, de zwemles.
Dat is niet eerlijk.
Ik doe ook dingen.
Ik breng Bram naar voetbal.
Ik help met huiswerk.
Ik zeg niet dat je niets doet.
Maar het voelt soms alsof ik degene ben die alles in haar hoofd moet houden.
Het is vermoeiend.
Ik snap het.
Echt.
Wat kan ik doen om het beter te maken?
Kun je vandaag gewoon de was en de melk regelen?
Dan voel ik me al geholpen.
Ja, dat doe ik.
Ik bel de directeur zo.
En ik ga naar de supermarkt.
Wat stond er nog meer op het lijstje?
Even kijken.
melk, eieren, boter, fruit, yoghurt, brood, kaas had je al,
En ik had ook nog gevraagd om afwasmiddel.
Afwasmiddel.
Oké.
Ik maak een foto van het lijstje zodat ik het niet vergeet.
Goed idee.
En Tom?
Ja.
Dank je.
Ik weet dat ik chagrijnig klink.
Ik ben gewoon moe.
Geeft niet.
Ik hou van je.
ook als je chagrijnig bent.
Ik hou ook van jou.
Ga nu maar snel.
Sophie moet nog aangekleed worden.
Ik ga al.
Bram, Sophie, ontbijten, nu.
Niet schreeuwen.
Dat helpt niet.
Sorry. Ik ga zachtjes doen.
Bram, kom je beneden.
Er is brood met kaas.
En geen melk.
En geen melk.
Dat lossen we op.
Ik bel mijn zus straks even.
Die woont in Amersfoort en werkt thuis op woensdagen.
Misschien kan zij de was doen als het echt niet lukt.
Dat is een goed idee.
Bel haar maar.
Ga jij maar naar boven om Sophie te helpen.
Ik regel het ontbijt.
Oké.
En Tom?
Ja.
Vergeet het afwasmiddel niet.
Ik zal het niet vergeten.
Ik heb het op de foto gezet.
Dat had ik al begrepen.
Maar toch.
Ga nou maar.
Ik red me wel.
Ik ga al.
Sophie, ik kom er aan.
En Lisa?
Wat?
We redden dit wel.
Samen.
Ik hoop het.
Tot straks.
Tot straks.
Ik hou van je.
Ik ook van jou.
Dag.
Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlands.
Zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze