
Ik heb salvia gerookt en heb 15 jaar lang een ander leven...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er is een man. De man heet Jan. Jan heeft een huis.
In het huis heeft Jan een kamer. In de kamer heeft Jan een plant. De plant heet Zalvia.
Jan is een goede man. Hij drinkt geen alcohol. Hij rokt geen sigeretten.
Maar Jan rokt de Zalvia plant. De Zalvia plant is niet slecht. De Zalvia plant is legaal.
Jan rokt de Zalvia plant. Hij rokt de plant in zijn huis. Hij rokt de plant in de kamer.
Na het roken gaat Jan slapen. Jan dromt. Hij dromt van een kasteel. Het kasteel is groot. Het kasteel is oud. Het kasteel is magisch.
In het kasteel woont Jan. Jan woont in het kasteel voor 15 jaar. Jan heeft een vrouw. Jan heeft kinderen. Jan is gelukkig.
In het kasteel gaat Jan werken. Hij gaat jagen. Er zijn weer wolven in het dorp. Jan is niet bang. Jan gaat
jagen op de weer wolven. Dan wordt Jan wakker. Hij is in zijn huis. Hij is in zijn kamer. De Zalvia plant is er. Jan is
verbast. Hij wil terug naar het kasteel. Hij wil zijn vrouw zien. Hij wil zijn kinderen zien. Jan is een
andere man nu. Hij is niet dezelfde man. Hij is een betere man. Hij is gelukkig. Hij rokt de Zalvia plant
nog steeds. Maar hij gaat niet meer naar het kasteel. Jan is een goede man. Hij is een sterke man. Hij is een
gelukkige man. Jan rokt de Zalvia plant. De Zalvia plant is goed. De Zalvia plant is legaal. Jan is blij.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze